zaterdag 26 september 2026

WHAT IS IN A NAME?

Wat een heerlijk nazomerweer hebben we de hele week al. Ik heb elke middag genoten. In de polders en vandaag eens in het bos. Echt een prima week voor la Diva en mij. Al begon hij wat vreemd. Ik wilde dinsdagmiddag een ritje door de Eempolder maken, maar toen ik bij mijn scootmobiel keek  kwam ik tot de ontdekking dat ik hem de vorige avond was vergeten op te laden. Hoe dom is dat! Nou, daar ging mijn plan in rook op. Gelukkig zat er nog wel voldoende lading in voor een tochtje door de wijk, zolang dat maar op een  lage snelheid was. Dus heb ik Diva en keertje de leiding gegeven, want zij heeft een gemiddelde snelheid van pakweg 2 kilometer per uur. Ze loopt met ongeveer 4 kilometer, maar in de wijk moet er bij elke paal of paaltje gestopt worden. Met grote nauwkeurigheid wordt elk luchtje dat eraan zit bestudeerd. Dat kan gerust 3 minuten per paaltje duren als ik haar haar gang laat gaan. En behalve paaltjes zijn er ook nog heggen, tuinhekken, bomen, bloembakken, grasveldjes en zelfs autobanden die haar aandacht dringend vragen. En laten we de buurtkatten niet vergeten zeg. Die naarlingen dienen nu eenmaal slechts 1 doel en dat is dat ze luid keffend opgejaagd moeten worden. Dat geldt overigens ook voor kauwtjes, eenden, meerkoeten en houtduiven. Allemaal tuig, schorremorrie dat verjaagd wordt uit haar gezichtsveld. Een diva heeft het maar druk. En zo duurt een rondje van 3 kilometer met gemak anderhalf uur. Langer zelfs deze middag, want ik hield op mijn beurt haar diverse keren op. Ik had namelijk mijn camera bij me en ik besloot spontaan om wat herfstbloemen te fotograferen. Er staan nu in veel tuinen erg mooie bloemen. En al ben ik doorgaans meer bezig met wilde planten en bloemen; ik zie heus de schoonheid van die gecultiveerde bloemen ook wel hoor.
Ik weet van de meeste de namen niet, maar dat deert me niet. En zoals William Shakespeare al schreef: "What is in a name? That what we call a rose, by any other name would smell as sweet." Nu is de roos uiteraard wel een van die bloemen waarvan ik de naam weet en ik heb er zelfs nu, zo laat in het jaar, nog diverse gezien. En ook veel asters, de herfstbloemen bij uitstek, en Echinea's oftewel zonnehoeden. Goh, ik blijk nog best wat namen te kennen. Soms ben ik zelf verbaasd wat er aan weetjes in mijn hoofd huizen. Die weetjes floepen dan ineens tevoorschijn als ik, zoals in dit geval, de foto's van de middag bekijk. Ik zal er een aantal hieronder plaatsen en dan ben ik benieuwd wat er in de hoofden van mijn lezers opkomt. Ik zie de reacties graag tegemoet.









zaterdag 12 september 2026

VERANDERING

Het is nazomerweer en een beetje het begin van de herfst. Veel mensen denken bij herfst in de natuur aan prachtig gekleurde bladeren, kastanjes, eikels, beukennootjes en paddenstoelen. Daarvoor moet je uiteraard in het bos zijn, maar ook in de polder nadert het najaar. De meeste percelen waar mais op stond zijn kaal. Alleen de stoppels blijven achter. De mais is al gehakseld en ingekuild of in plastic balen opgeslagen. Ze dient, samen met ingekuild gras, als wintervoer voor de melkkoeien die nu vrijwel overal op stal staan. Je ziet er nog maar weinig buiten. Toch lopen er nog overal koeien in de wei. Hoe kan dat dan? Nou, als je goed kijkt zie je dat deze koeien nog geen volle uiers hebben. Het is namelijk jongvee, koeien van ongeveer 1 jaar oud. 

Waarom lopen die dan wel buiten? Dat verhaal begint ergens in mei. Het gras dat de boer dan van zijn land haalt, de eerste snede, is het meest voedselrijk en het is belangrijk voor de wintervoeding van de koeien. In de loop van de zomer en het vroege najaar haalt een boer nog zo'n 5 tot 7 keer een snede van zijn grasland. Maar met elke snede neemt de voedingswaarde van het gras wat af. In deze tijd van het jaar groeit gras iets minder snel en zoals gezegd is het ook minder voedselrijk. De grond kan immers niet blijven produceren. Melkkoeien moeten echter het hele jaar door, elke dag weer, voldoende melk leveren. Dat is topsport en het vergt veel van hun lijven, dus hebben ze extrakrachtig eten nodig. Het gras is nu niet voldoende rijk aan voedingsstoffen voor ze. Dat is de reden dat de boer ze binnenhaalt, want daar kan hij ze bijvoeren. Waarom staan de jonge koeien dan wel op dat grasland? Nou, zij hoeven nog geen melk te leveren, dus voor hen zit er in het najaarsgras voldoende voedsel. Bovendien bouwen ze weerstand op door buiten te grazen. Zo zie je maar; de polder verandert ook in de herfst en achter elk van de veranderingen moet de boer mee veranderen. Dat vraagt aandacht, werk, ervaring en investeren.

Maar niet alleen voor de boer verandert de polder. Ook voor de dieren die er leven. Zo zijn bij voorbeeld vrijwel alle weidevogels verdwenen, die zitten in Afrika. Er zijn geen grutto's, tureluurs, kievieten of lepelaars meer te zien. Ik zag vandaag nog wel her en der een enkele boerenzwaluw, maar echt niet de aantallen die ik 's zomers zie. Wat ik deze week wel zag was een groep van 12 ooievaars die aan het foerageren waren en gisteren zweefden er 7 zo ongeveer boven mijn hoofd. Prachtig gezicht als je ze zo moeiteloos ziet gaan, zwevend op die enorm grote vleugels. Ze leggen bijna zonder te vliegen kilometers af door slim gebruik te maken van thermiek en andere luchtstromen.

Wie ook zo fenomenaal goed kan zweven is de bruine kiekendief. Wij, buurvrouw/vriendin Boukje en ik,  hebben  er vanmiddag diverse gezien. Hoog in de lucht zwevend van weiland naar weiland. En dan ineens dalen ze en dan zweven ze gracieus laag boven een weiland, op zoek naar een prooi. Prachtig gezicht, met hun lange smalle vleugels en de handpennen, de vingers zeg maar, op kenmerkende wijze uitgespreid. En wie er ook gebruik maakte van de wind vandaag, en wind stond er echt merkbaar, was de buizerd. We hebben er twee gezien die stonden te bidden, iets dat je ze niet vaak ziet doen. En als je het over bidden hebt: natuurlijk waren de torenvalken er ook. Die zijn echt meesters in het stilstaan op 1 plek in de lucht. Als je ze met de verrekijker goed bekijkt zie je pas wat een kunstenaars ze zijn. Ze bewegen hun vleugels op verschillende manieren om zowel in de lucht als op dezelfde plek te blijven. Om de weerstand van hun vleugels heel precies te regelen spreiden of sluiten ze hun handpennen, zodat er meer of minder lucht door kan. Hun staart gebruiken ze als roer: die wordt meer of wat minder wijd gespreid en hij beweegt ook nog continu op en neer. En ook de staatveren spreidt hij meer of minder van elkaar, net als de handpennen om er wat  meer of juist minder minder lucht door te laten. En terwijl ze al die bewegingen tegelijkertijd coordineren blijft hun kop op precies dezelfde plek. Die beweegt niet, omdat hij anders kleine prooien als muisjes of kevers op de grond niet kan volgen. Kijk maar eens goed naar dat kleine wonder als je er eens een ziet bidden. 


Zelfs dit verhaal is veranderd terwijl ik het schreef. De bedoeling was dat ik iets zou schrijven over de herfst in de polder en al schrijvende veranderde het in een uiteenzetting over veranderingen voor boeren om vervolgens over te gaan in een verhaal over roofvogels. En in het bijzonder over mijn favoriet: de torenvalk. Maar ja, zo werkt mijn brein nu eenmaal als ik aan het vertellen sla. En dat verandert niet meer denk ik.

zondag 6 september 2026

IN DE KIJKER

Dag allemaal. Ik heb hier al eens een en ander geschreven over verrekijkers en dat ga ik nu weer doen. Waarom dan nu weer? Nou, ik wilde al een poos met mijn kijker ook naar planten, bloemen en de insecten die erop leven kijken. Die bloemen staan doorgaans in de berm en daar kan ik met mijn scootmobiel niet heel dichtbij komen. Nu hebben alle verrekijkers een minimale afstand waarop ze scherp te stellen zijn en bij de meeste kijkers is dat anderhalf tot twee meter. Bekijk je op die afstand een bloem dan wordt hij uiteraard wel groter in beeld gebracht, maar je ziet hem uiteindelijk toch van twee meter. Daar kan zelfs de beste kijker niets aan veranderen. 

Maar dit voorjaar zag ik bij toeval een bericht op het grote net over een verrekijker die 8,5 keer vergroot en met een minimale scherpstelafstand van slechts 50 cm. Vijftig centimeter! Snel ben ik reviews over dat wonder kijkertje gaan lezen en even snel was ik verkocht. Of beter gezegd: was de kijker verkocht. Want je begrijpt dat ik er meteen een aangeschaft heb. Nu was mijn plan om die kijker mee te nemen op mijn ritten naast mijn reguliere. Want ik had al een goede verrekijker en ik verwachtte niet dat de nieuwe behalve op zeer korte afstand ook nog zou volstaan voor het kijken naar zaken in de verte. Ik had de technische jongens bij Pentax echter schromelijk onderschat. Na een week intensief testen van mijn nieuwe verrekijkertje kwam ik namelijk tot de conclusie dat hij in niets onderdeed voor mijn andere kijker op verre afstanden. Het resultaat laat zich raden; ik heb al vanaf eind april alleen nog die nieuwe kijker in gebruik en mijn "oude" exemplaar ligt stof te verzamelen.

Ik heb zo'n plezier gehad deze zomer in het bekijken van bloemen in de bermen. Ik kon ineens  meeldraden en stampers tot in detail zien. Ik zag de structuur van bloemblaadjes. Zo mooi. Alsof ik ze onder een loep bekeek. En de insecten! Ik zag warempel haartjes op de ruggen van vliegen en de adertjes in hun vleugels. Kevertjes bleken sprieten te hebben met de meest vreemde vormen. Ik waande me Erik in het Klein Insectenboek van Godfried Bomans, een boek dat ik toen ik nog jonger was dan nu heb verslonden. Er ging een wereld voor me open.

Maar zoals gezegd heb ik ook van alles op verre afstanden goed in beeld kunnen krijgen met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb al menig haas vanaf de weg gadegeslagen. En veel, heel veel buizerds, kiekendieven en biddende torenvalkjes. Zelfs in de vlucht zijn ze goed te volgen. En de laatste tijd ook groepen ooievaars en vorige week zelfs 4 zilverreigers bij elkaar. Dat laatste vond ik extra leuk omdat ik ze de hele zomer erg weinig gezien had.



En weet je wat me van de week ook nog overkwam? Ik reed stapvoets op een bospad, omdat Diva een stukje los liep. En zij gaat niet zo snel me al dat gesnuffel dat per se dient te gebeuren. Plotseling stak er een reegeit voor me over. Ik was net op tijd om een foto te maken. Nadat ze was overgestoken bleef ze half verscholen tussen de jonge boomstammen staan. Heel voorzichtig heb ik daarna mijn kijker gepakt. Ook op een afstand van een meter of 10 bleek hij een prachtige vergroting te leveren. Ik zag plukjes los haar op de flank van het ree. Ik kon haar vochtige bruine oog zien. Een oog dat een tikkeltje ongerustheid uitstraalde. Wellicht rook ze mij of Diva. Hoe dan ook, plotseling nam ze een spurt en binnen enkele seconden was ze uit het oog verdwenen. Wonderbaarlijk hoe een dier ter grootte van een flinke hond zich zo snel en zo stil kan verbergen. Ik blijf me elke rit verbazen en ik geniet van al het moois dat er te zien is. Want het is er overal buiten. Als je het maar in de kijker hebt.