zondag 11 oktober 2026

NIET KLAGEN

Terwijl ik dit schrijf is het buiten schemer, guur en nat. Echt zondagmiddag- weer. Maar ik zit behaaglijk warm met een dik vest aan achter mijn toetsenbord. Ik heb ook nog mijn kacheltje aan. Het is weliswaar een nepperd, maar het geeft toch de sfeer van warmte en gezelligheid. En in die sfeer denk ik terug aan het begin van de week, toen het nog lekker warm was. Ondanks het feit dat ik nog steeds niet fit was ben ik veel buiten geweest. Genieten van de nazomer zolang het kan. Ik heb op woensdagmiddag nog op diverse plekken boeren bezig gezien met maaien. Kun je je vandaag, 4 dagen later,  nauwelijks voorstellen. Het waren niet de weelderige hoge rijen gras meer zoals ik ze van de zomer zag, maar ik vermoed dat de boeren na de slechte zomer blij waren met elk beetje extra kuilgras dat ze nog konden binnen halen.


Het was die middag zulk lekker weer dat ik eens bij het Hammetje in Vathorst ben gaan kijken. Vroeger was daar een privé terrein van een meneer Willem Ham. Hij bouwde naast zijn huis van oude afgedankte materialen allerlei sprookjesachtige bouwsels. Gewon voor zijn eigen plezier. Folly's dus. Hij is al jaren geleden overleden en het terrein lag er lange tijd onverzorgd bij. Totdat de gemeente er een park heeft aangelegd. Een mooi park waarin nog enkele restanten van meneer Hams bouwwerken bewaard zijn gebleven. En niet alleen dat: ook veel van de oude bomen zijn gespaard. Er is een grote vijver, er zijn wandelpaden, er zijn speeltoestellen en je hebt er in het voorjaar goed zicht op de Uiverhoeve. Dat is een kunstwerk langs de A28 met een ooievaarsnest er bovenop.

Na het bezoek aan het Hammetje ben ik langs de Laak richting Bunschoten gereden. Dat is van oorsprong een riviertje op de grens van Utrecht en Gelderland. Laak is een oud woord voor grens, vandaar de naam. Tegenwoordig is de rivier gekanaliseerd en wordt hij gebruikt als recreatie water. Maar het blijft een mooi stukje natuur waar ik meermalen heb genoten van onder andere de futen en de visdiefjes.


En omdat het volgens de deskundigen de laatste mooie dag van de herfst zou zij ben ik maar even door gereden richting Baarn. Vlak voor Baarn afgeslagen naar een wandelpad langs de Eem. Het pad is eigenlijk te smal voor mijn scootnobiel, dus ik rij met twee wielen op het pad en twee wielen in het hoge gras. Dat betekent dat mijn scoot steeds scheef hangt en dat ik de andere kant op scheef hang voor het evenwicht. En het pad is ook nog hobbelig. Leuke uitdaging vind ik dat, al is het best vermoeiend zo te rijden. Maar nogmaals: het is een leuke uitdaging om even die spanning te voelen. Want als ik niet continu goed oplet zit ik vast in het te hoge gras of ik rij aan de andere kant de Eem in.


Ik realiseer me al schrijvend dat het best een mooie week was, terwijl ik ik door het weer van de laatste dagen in een baalstemming verkeerde. Ik mag niet klagen dus. Ik moet gewoon mijn zegeningen tellen.

zaterdag 3 oktober 2026

DE LAPPENMAND

Dag allemaal. Wat is dit een vreemd weekje geweest zeg. Ik zat echt even in de lappenmand. Afgelopen zondag voelde ik me ineens niet lekker. Ik zat te kokhalzen. Mooi oud word vind ik dat voor iets dat helemaal niet mooi of leuk is. Enfin, binnen een uur had ik het koud, ik had buikklachten en mijn maag speelde op. Tot en met dinsdag heb ik bijna aaneengesloten in bed doorgebracht. Ik baalde niet alleen van het feit dat ik me beroerd voelde, maar ook omdat ik twee erg zonnige nazomerdagen had gemist. Ik had me zo verheugd op een paar fijne ritten in de polder. Maar goed, het was niet anders. En gelukkig voelde ik me woensdag weer aardig het heertje. Het was nog best mooi weer, dus zijn Diva en ik de polder gaan opzoeken. Heerlijk vond ik het. Tot ik me tegen zessen op de terugweg plotseling weer niet al te best voelde. Ik was duidelijk iets te voortvarend geweest en daar mocht ik 's avonds  de rekening voor betalen. En niet alleen die avond, maar ook de hele donderdag en vrijdag. Terug naar af, terug naar bed. Kortom: een vervelende week.

Heb ik dan niets aardigs meegemaakt om over te schrijven? Tuurlijk wel. Ik ben toch woensdagmiddag de polder in geweest? En vanmiddag weer. De meeste mais is inmiddels geoogst en gehakseld. Man man, wat zagen de kolven er deze zomer pierig uit door de aanhoudende droogte. Daar kunnen de koeien de komende winter niet echt van leven vermoed ik. Dat zullen de boeren niet leuk vinden. Ik daarentegen vind het wel fijn dat de mais weg is. Ik zit in mijn scootmobiel namelijk zo laag dat ik met geen mogelijkheid over de lange stengels heen kan kijken. Maar nu zijn de akkers slechts begroeid met stoppels en ik kan weer heerlijk ver kijken. Bovendien vind ik de rijen stoppels iets moois hebben. Ik geniet ervan.

Wat ook in deze tijd van het jaar kaler worden zijn de sloten. Overal zijn de boeren bezig geweest met schonen. Zo heet het verwijderen van de oude en van de te overdadige plantengroei in sloten. Alle waterwegen in een polder, klein en groot, vallen onder de verantwoordelijkheid van een waterschap. Dus ook de sloten. Degene wiens land grenst aan een sloot is ook degene die de onderhoudsplicht ervan heeft. Dat is doorgaans een boer uiteraard. Hij krijgt tijdig een waarschuwing dat het tijd is de sloten te schonen. En dat wordt kort erna gecontroleerd door inspecteurs van het waterschap. Dat heet dan de schouw. Weer zo'n prachtig oud woord. Ik hou ervan.


Oh en vanmiddag kwam ik mijn jeugdvriend Paul tegen. Dat is altijd leuk. "Dag Paul."  "Dag Paul." We kletsen dan een klein kwartiertje, wisselen nieuwtjes uit en we hebben het net als alle archaische penissen (Lees: ouwe lullen.) over onze gezondheid. Altijd leuk zoals ik al zei. En we vertellen elkaar ook nog welke waarnemingen we gedaan hebben. In mijn geval waren dat vanmiddag 1 overvliegende ooievaar, 4 exemplaren foeragerend in een weiland, 1 velduil en tientallen grote zilverreigers. Je ziet ze steeds vaker de laatste jaren. Erg mooie vogels vind ik, ik kijk er graag naar. Voor wie niet weet hoe de zilverreiger eruit ziet: hij is ongeveer zo groot als de gewone blauwe reiger, maar hij is spierwit met een gele snavel. Ik zal nog even een mooie foto van het Wereld Wijde Web plukken voor jullie. En daarna ga ik het journaal terugkijken, wat geheugenspelletjes doen, Diva uitlaten en op tijd mijn mand in. Hopelijk niet weer die met de lappen.



zaterdag 26 september 2026

WHAT IS IN A NAME?

Wat een heerlijk nazomerweer hebben we de hele week al. Ik heb elke middag genoten. In de polders en vandaag eens in het bos. Echt een prima week voor la Diva en mij. Al begon hij wat vreemd. Ik wilde dinsdagmiddag een ritje door de Eempolder maken, maar toen ik bij mijn scootmobiel keek  kwam ik tot de ontdekking dat ik hem de vorige avond was vergeten op te laden. Hoe dom is dat! Nou, daar ging mijn plan in rook op. Gelukkig zat er nog wel voldoende lading in voor een tochtje door de wijk, zolang dat maar op een  lage snelheid was. Dus heb ik Diva en keertje de leiding gegeven, want zij heeft een gemiddelde snelheid van pakweg 2 kilometer per uur. Ze loopt met ongeveer 4 kilometer, maar in de wijk moet er bij elke paal of paaltje gestopt worden. Met grote nauwkeurigheid wordt elk luchtje dat eraan zit bestudeerd. Dat kan gerust 3 minuten per paaltje duren als ik haar haar gang laat gaan. En behalve paaltjes zijn er ook nog heggen, tuinhekken, bomen, bloembakken, grasveldjes en zelfs autobanden die haar aandacht dringend vragen. En laten we de buurtkatten niet vergeten zeg. Die naarlingen dienen nu eenmaal slechts 1 doel en dat is dat ze luid keffend opgejaagd moeten worden. Dat geldt overigens ook voor kauwtjes, eenden, meerkoeten en houtduiven. Allemaal tuig, schorremorrie dat verjaagd wordt uit haar gezichtsveld. Een diva heeft het maar druk. En zo duurt een rondje van 3 kilometer met gemak anderhalf uur. Langer zelfs deze middag, want ik hield op mijn beurt haar diverse keren op. Ik had namelijk mijn camera bij me en ik besloot spontaan om wat herfstbloemen te fotograferen. Er staan nu in veel tuinen erg mooie bloemen. En al ben ik doorgaans meer bezig met wilde planten en bloemen; ik zie heus de schoonheid van die gecultiveerde bloemen ook wel hoor.
Ik weet van de meeste de namen niet, maar dat deert me niet. En zoals William Shakespeare al schreef: "What is in a name? That what we call a rose, by any other name would smell as sweet." Nu is de roos uiteraard wel een van die bloemen waarvan ik de naam weet en ik heb er zelfs nu, zo laat in het jaar, nog diverse gezien. En ook veel asters, de herfstbloemen bij uitstek, en Echinea's oftewel zonnehoeden. Goh, ik blijk nog best wat namen te kennen. Soms ben ik zelf verbaasd wat er aan weetjes in mijn hoofd huizen. Die weetjes floepen dan ineens tevoorschijn als ik, zoals in dit geval, de foto's van de middag bekijk. Ik zal er een aantal hieronder plaatsen en dan ben ik benieuwd wat er in de hoofden van mijn lezers opkomt. Ik zie de reacties graag tegemoet.









zaterdag 12 september 2026

VERANDERING

Het is nazomerweer en een beetje het begin van de herfst. Veel mensen denken bij herfst in de natuur aan prachtig gekleurde bladeren, kastanjes, eikels, beukennootjes en paddenstoelen. Daarvoor moet je uiteraard in het bos zijn, maar ook in de polder nadert het najaar. De meeste percelen waar mais op stond zijn kaal. Alleen de stoppels blijven achter. De mais is al gehakseld en ingekuild of in plastic balen opgeslagen. Ze dient, samen met ingekuild gras, als wintervoer voor de melkkoeien die nu vrijwel overal op stal staan. Je ziet er nog maar weinig buiten. Toch lopen er nog overal koeien in de wei. Hoe kan dat dan? Nou, als je goed kijkt zie je dat deze koeien nog geen volle uiers hebben. Het is namelijk jongvee, koeien van ongeveer 1 jaar oud. 

Waarom lopen die dan wel buiten? Dat verhaal begint ergens in mei. Het gras dat de boer dan van zijn land haalt, de eerste snede, is het meest voedselrijk en het is belangrijk voor de wintervoeding van de koeien. In de loop van de zomer en het vroege najaar haalt een boer nog zo'n 5 tot 7 keer een snede van zijn grasland. Maar met elke snede neemt de voedingswaarde van het gras wat af. In deze tijd van het jaar groeit gras iets minder snel en zoals gezegd is het ook minder voedselrijk. De grond kan immers niet blijven produceren. Melkkoeien moeten echter het hele jaar door, elke dag weer, voldoende melk leveren. Dat is topsport en het vergt veel van hun lijven, dus hebben ze extrakrachtig eten nodig. Het gras is nu niet voldoende rijk aan voedingsstoffen voor ze. Dat is de reden dat de boer ze binnenhaalt, want daar kan hij ze bijvoeren. Waarom staan de jonge koeien dan wel op dat grasland? Nou, zij hoeven nog geen melk te leveren, dus voor hen zit er in het najaarsgras voldoende voedsel. Bovendien bouwen ze weerstand op door buiten te grazen. Zo zie je maar; de polder verandert ook in de herfst en achter elk van de veranderingen moet de boer mee veranderen. Dat vraagt aandacht, werk, ervaring en investeren.

Maar niet alleen voor de boer verandert de polder. Ook voor de dieren die er leven. Zo zijn bij voorbeeld vrijwel alle weidevogels verdwenen, die zitten in Afrika. Er zijn geen grutto's, tureluurs, kievieten of lepelaars meer te zien. Ik zag vandaag nog wel her en der een enkele boerenzwaluw, maar echt niet de aantallen die ik 's zomers zie. Wat ik deze week wel zag was een groep van 12 ooievaars die aan het foerageren waren en gisteren zweefden er 7 zo ongeveer boven mijn hoofd. Prachtig gezicht als je ze zo moeiteloos ziet gaan, zwevend op die enorm grote vleugels. Ze leggen bijna zonder te vliegen kilometers af door slim gebruik te maken van thermiek en andere luchtstromen.

Wie ook zo fenomenaal goed kan zweven is de bruine kiekendief. Wij, buurvrouw/vriendin Boukje en ik,  hebben  er vanmiddag diverse gezien. Hoog in de lucht zwevend van weiland naar weiland. En dan ineens dalen ze en dan zweven ze gracieus laag boven een weiland, op zoek naar een prooi. Prachtig gezicht, met hun lange smalle vleugels en de handpennen, de vingers zeg maar, op kenmerkende wijze uitgespreid. En wie er ook gebruik maakte van de wind vandaag, en wind stond er echt merkbaar, was de buizerd. We hebben er twee gezien die stonden te bidden, iets dat je ze niet vaak ziet doen. En als je het over bidden hebt: natuurlijk waren de torenvalken er ook. Die zijn echt meesters in het stilstaan op 1 plek in de lucht. Als je ze met de verrekijker goed bekijkt zie je pas wat een kunstenaars ze zijn. Ze bewegen hun vleugels op verschillende manieren om zowel in de lucht als op dezelfde plek te blijven. Om de weerstand van hun vleugels heel precies te regelen spreiden of sluiten ze hun handpennen, zodat er meer of minder lucht door kan. Hun staart gebruiken ze als roer: die wordt meer of wat minder wijd gespreid en hij beweegt ook nog continu op en neer. En ook de staatveren spreidt hij meer of minder van elkaar, net als de handpennen om er wat  meer of juist minder minder lucht door te laten. En terwijl ze al die bewegingen tegelijkertijd coordineren blijft hun kop op precies dezelfde plek. Die beweegt niet, omdat hij anders kleine prooien als muisjes of kevers op de grond niet kan volgen. Kijk maar eens goed naar dat kleine wonder als je er eens een ziet bidden. 


Zelfs dit verhaal is veranderd terwijl ik het schreef. De bedoeling was dat ik iets zou schrijven over de herfst in de polder en al schrijvende veranderde het in een uiteenzetting over veranderingen voor boeren om vervolgens over te gaan in een verhaal over roofvogels. En in het bijzonder over mijn favoriet: de torenvalk. Maar ja, zo werkt mijn brein nu eenmaal als ik aan het vertellen sla. En dat verandert niet meer denk ik.

zondag 6 september 2026

IN DE KIJKER

Dag allemaal. Ik heb hier al eens een en ander geschreven over verrekijkers en dat ga ik nu weer doen. Waarom dan nu weer? Nou, ik wilde al een poos met mijn kijker ook naar planten, bloemen en de insecten die erop leven kijken. Die bloemen staan doorgaans in de berm en daar kan ik met mijn scootmobiel niet heel dichtbij komen. Nu hebben alle verrekijkers een minimale afstand waarop ze scherp te stellen zijn en bij de meeste kijkers is dat anderhalf tot twee meter. Bekijk je op die afstand een bloem dan wordt hij uiteraard wel groter in beeld gebracht, maar je ziet hem uiteindelijk toch van twee meter. Daar kan zelfs de beste kijker niets aan veranderen. 

Maar dit voorjaar zag ik bij toeval een bericht op het grote net over een verrekijker die 8,5 keer vergroot en met een minimale scherpstelafstand van slechts 50 cm. Vijftig centimeter! Snel ben ik reviews over dat wonder kijkertje gaan lezen en even snel was ik verkocht. Of beter gezegd: was de kijker verkocht. Want je begrijpt dat ik er meteen een aangeschaft heb. Nu was mijn plan om die kijker mee te nemen op mijn ritten naast mijn reguliere. Want ik had al een goede verrekijker en ik verwachtte niet dat de nieuwe behalve op zeer korte afstand ook nog zou volstaan voor het kijken naar zaken in de verte. Ik had de technische jongens bij Pentax echter schromelijk onderschat. Na een week intensief testen van mijn nieuwe verrekijkertje kwam ik namelijk tot de conclusie dat hij in niets onderdeed voor mijn andere kijker op verre afstanden. Het resultaat laat zich raden; ik heb al vanaf eind april alleen nog die nieuwe kijker in gebruik en mijn "oude" exemplaar ligt stof te verzamelen.

Ik heb zo'n plezier gehad deze zomer in het bekijken van bloemen in de bermen. Ik kon ineens  meeldraden en stampers tot in detail zien. Ik zag de structuur van bloemblaadjes. Zo mooi. Alsof ik ze onder een loep bekeek. En de insecten! Ik zag warempel haartjes op de ruggen van vliegen en de adertjes in hun vleugels. Kevertjes bleken sprieten te hebben met de meest vreemde vormen. Ik waande me Erik in het Klein Insectenboek van Godfried Bomans, een boek dat ik toen ik nog jonger was dan nu heb verslonden. Er ging een wereld voor me open.

Maar zoals gezegd heb ik ook van alles op verre afstanden goed in beeld kunnen krijgen met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb al menig haas vanaf de weg gadegeslagen. En veel, heel veel buizerds, kiekendieven en biddende torenvalkjes. Zelfs in de vlucht zijn ze goed te volgen. En de laatste tijd ook groepen ooievaars en vorige week zelfs 4 zilverreigers bij elkaar. Dat laatste vond ik extra leuk omdat ik ze de hele zomer erg weinig gezien had.



En weet je wat me van de week ook nog overkwam? Ik reed stapvoets op een bospad, omdat Diva een stukje los liep. En zij gaat niet zo snel me al dat gesnuffel dat per se dient te gebeuren. Plotseling stak er een reegeit voor me over. Ik was net op tijd om een foto te maken. Nadat ze was overgestoken bleef ze half verscholen tussen de jonge boomstammen staan. Heel voorzichtig heb ik daarna mijn kijker gepakt. Ook op een afstand van een meter of 10 bleek hij een prachtige vergroting te leveren. Ik zag plukjes los haar op de flank van het ree. Ik kon haar vochtige bruine oog zien. Een oog dat een tikkeltje ongerustheid uitstraalde. Wellicht rook ze mij of Diva. Hoe dan ook, plotseling nam ze een spurt en binnen enkele seconden was ze uit het oog verdwenen. Wonderbaarlijk hoe een dier ter grootte van een flinke hond zich zo snel en zo stil kan verbergen. Ik blijf me elke rit verbazen en ik geniet van al het moois dat er te zien is. Want het is er overal buiten. Als je het maar in de kijker hebt.



zaterdag 29 augustus 2026

DRAMA QUEEN

Dag allemaal. Ik heb al diverse keren hier en op Facebook gewag gedaan van het feit dat Diva een erg stoer hondje is. Ik dacht vroeger altijd dat chihuahua's nare aanstelligere keffertjes waren. En ik ken er nog genoeg die geheel voldoen aan die omschrijving. Maar dat ligt altijd aan de eigenaren. Als zij de arme beestjes betuttelen, ze roze jasjes met glitters aantrekken zodra de temperatuur onder de 15 graden komt en ze optillen als er een andere hond nadert kun je erop wachten dat hun chihuahua zich ontpopt als een angstig, onzeker en neurotisch monstertje. Ze creëren hun eigen kleine Frankenstein.

Vanaf het moment dat Diva bij mij in huis kwam, 10 jaar geleden, heb ik haar behandeld zoals ik mijn honden altijd behandeld heb. Dus ook gewoon lopen op haar eigen pootjes buiten, zelfs of eigenlijk juist als er een andere hond aan kwam lopen. Geen gedoe met roze kleding. Nee, een stoer tuigje met camouflage opdruk. In het begin wist ze niet goed hoe om te gaan met deze nieuwe situatie, maar ze wende er snel aan. Tegenwoordig loopt ze doodgemoedereerd langs grote honden als labradors, Duitse herders en zelfs pitbulls. En als het gedrag van de andere hond haar niet bevalt schroomt ze niet om in de aanval te gaan. Ze gooit luid grommend haar volle 3 kilo in de strijd. Allemaal bluf natuurlijk, maar dat werkt in de hondenwereld vaak erg goed. Diva loopt elke dag ondanks haar hoge leeftijd van 12 jaar nog dapper 3 of 4 kilometer. Meestal in de polder waar ze dan ook nog steeds verbazingwekkend vlug is als ze op muizen of krekels jaagt.

Kortom: ze is en erg stoer hondje zoals ik al zei. Tot het moment dat we naar de dierenarts gaan. Dan verandert ook zij abrupt in een aanstellerig hopje ellende. Als we de straat waar de kliniek zich bevindt maar in rijden begint het nog lichte piepen. Als we in de wachtruimte aankomen is het gepiep overgegaan in een luid gejammer en ze probeert uit de mand te springen. En zodra dan echt het moment is aangebroken dat we de behandelkamer betreden is daar de drama queen. En we komen daar werkelijk maar voor 2 dingen: haar inentingen en om haar  nagel te knippen. Die prik van de enting verdraagt ze wonderwel zonder enig probleem. Maar dan komt het grote gevaar. Nagels knippen. De hel. Een marteling die zijn gelijke niet kent. De onverdraaglijke pijn als de schaar zonder verdoving een stuk van haar nagels  afknipt. Echt, een Grieks drama is er niets bij. Het stoere hondje is nergens meer te bekennen.

Dit doet me ineens denken aan iets dat ik jaren geleden meemaakte. Ik ben een jaartje hulp geweest bij een dierenarts in Baarn, wiens naam ik niet zal noemen, al is de man al jaren niet meer onder ons. Deze arts had een luxe praktijk in een wijk van Baarn waar hij nogal wat niet geheel onbemiddelde oudere dames tot zijn clientele mocht rekenen. Deze dames waren dan in het bezit van een te dikke poedel, teckel, shih tzu of mopshond om maar eens wat kleine rassen te noemen. Ze stopten hun geliefde hondjes vol met ongezonde zaken als chocolaatjes en toastjes met paté. Veel beweging kregen ze echter niet, want oudere dames lopen nu eenmaal niet ver en snel meer.  Het gevolg was dat deze hondjes al rap te lange nagels kregen. En die dienden dan geknipt te worden door de dierenarts. Derhalve maakten ze, vergezeld van hun hondjes, met grote regelmaat hun opwachting in de kliniek. Dat de dierenarts een knappe, vlotte charmeur was was ongetwijfeld ook een niet onbelangrijke aanleiding om langs te komen. Hij begroette elke dame persoonlijk in de wachtruimte, deelde complimentjes uit en sprak hen dan ernstig en op licht meewarige toon toe. "Ach, is het weer zo ver? Zijn haar nageltjes alweer te lang?
Heeft zij er zo veel last van? Zal ik Ffi dan maar meenemen? Het lijkt me het beste als u hier even wacht, want deze ingreep is niet erg aangenaam  om te zien." De dame keek dan met grote ogen idolaat naar hem op en bleef keurig wachten. Was de arts eenmaal binnen in de behandelkamer dan knipte hij zonder problemen in enkele minuten de nagels van het hondje. Hij gaf het beestje een kluifje en hij stak zelf een sigaar op die hij op zijn gemak zat te roken. Na een minuut of 10 legde hij de sigaar weg, pakte het hondje op zij arm en bracht het terug naar de angstig afwachtende eigenaresse. "Ze is zo dapper geweest. Ze heeft geen kik gegeven tijdens de nare behandeling. Ik zou haar thuis maar eens flink verwennen." zei hij dan. En het dametje met het hondje toog huiswaarts. Dankbaar voor de goede zorg waar ze daags erna ongetwijfeld een gepeperde factuur voor zou ontvangen. Die man was niet de queen of drama; hij was the king.

zaterdag 22 augustus 2026

DE WEG MET DE 7 TORENS

Dag lieve lezers. Dat klinkt als de titel van een boek: De weg met de 7 torens. Als ik voor de grap Chat GPT los laat op die tekst krijg ik een zeer indringende afbeelding met een enigszins dreigende sfeer te zien. Helemaal niet de sfeer van het verhaal dat ik wil vertellen. Er is namelijk een rustige weg in de polder waar ik regelmatig kom. Vanwege de rust. Er rijdt zelden een auto, af en toe een trekker en ook wel wat fietsers. Ik kom daar ook graag omdat er altijd iets te genieten valt. In het voorjaar krioelt het er van de hazen en van de weidevogels, zoals de grutto en de kievit. 's Zomers zie ik er regelmatig de bruine kiekendief laag over de velden jagen. Ook zijn er dan tientallen boerenzwaluwen, die vlak over mijn hoofd scheren. En de kwikstaart is er vaste bezoeker. In de late zomer is het een geliefde verzamelplaats van ooievaars. Een groep van 20 exemplaren is niet ongewoon. Kortom: het is een weg waar ik vaak te vinden ben.

Nu ontdekte ik een keer bij toeval toen ik met de verrekijker de omgeving af zocht dat er een bepaald punt is op die weg waar je 7 markante torens uit de streek kunt zien. Ik zal ze even opnoemen. Als ik links begin zie ik het sobere torentje van de Martinuskerk in Hoogland. Iets naar rechts doemt de Onze Lieve Vrouwetoren van Amersfoort op. Geheel niet sober, maar uitbundig gotisch, zeker de spits van de toren. De bouwers van de Lange Jan, zoals hij ook wel ietwat oneerbiedig wordt genoemd, wilden duidelijk dat hun toren zou opvallen in de hele omgeving. Nog ietsje verder naar rechts zie je naast elkaar het naaldvormige torentje van wat ik denk dat het het voormalige internaat St. Louis is en de toren van het voormalige klooster van de paters kruisheren met zijn opvallende uivormige spits. Dan komt de oude kerk van Soest in beeld. Ook deze toren torent (Hoe kan het ook anders.) hoog boven de omgeving uit, zij het dat de laatgotische bouwstijl iets soberder is dan de die van de Amersfoortse buur. En als ik dan een klein stukje meer naar rechts richt zie ik de toren van de Petrus en Pauluskerk staan. Die is weer markant door de zogeheten waterstaatsstijl, een bouwstijl die in de negentiende eeuw vaak werd gebruikt bij kerken in ons land.. Google het maar eens. De zevende toren, een flink stuk naar rechts, is dan de slanke toren van de Nicolaaskerk in Baarn.

De Onze Lieve Vrouwetoten van Amersfoort
Wat is er nu zo leuk aan het feit dat je 7 torens kunt zien op dat ene punt? Nou, dat zal ik uitleggen. Als je door het vlakke polderland rijdt en je wilt weten waar je bent, dan is een herkenbare kerktoren een handig houvast. Toen ik zo'n 12 jaar geleden begon met struinen door het Eemland en niet alle polderweggetjes goed kende was ik met grote regelmaat blij dat ik ergens een kerktoren zag waar ik me op kon richten. Dus heb ik me alle torens, groot en klein, in de omgeving goed in het hoofd geprent. Dat is iets dat mensen in vroeger tijden ook deden. Denk eens aan marskramers, handelslieden,  ketellappers, zwervers en natuurlijk de boeren. Zij hadden geen internet, geen mobiele telefoon. Meestal niet eens een goede landkaart. En de polderwegen waren geen mooie asfaltwegen, zoals die waar ik over zoef. En van straatverlichting hadden ze alleen in de steden gehoord. Het waren hobbelige smalle zandpaden waar je makkelijk kon verdwalen. Om van andere gevaren nog maar niet te spreken. En  bedenk nu eens dat bij voorbeeld de twee oudste torens, die Onze Lieve Vrouwe uit Amersfoort en die van de oude kerk van Soest, beide in de vijftiende eeuw gebouwd zijn. Als je uitgaat van 30 jaar per generatie dan hebben er al minstens 18 of 19 generaties voor ons diezelfde torens als richtpunt, als anker, gebruikt.

Dat vind ik nog spannendere dan het idee van een boek over de weg met de 7 torens.

De oude kerk van Soest

De Petrus en Paulus kerk