zondag 1 november 2026

HERFSTKLEUREN

Ik woon in de van de oudste buurten van Amersfoort en dat betekent naast een gezellige uitstraling ook dat er in de wijk veel groen is. Er staan nog flink wat oude  bomen. Nu het herfst is en de temperatuur eindelijk gedaald is naar gangbare waarden voor dit seizoen kleuren de bladeren van die oude bomen geel en oranje. Ik heb het geluk dat ik niet eens naar buiten hoef om ervan te genieten, want ik woon op drie hoog. Ik heb vanuit mijn warme kamer een prachtig uitzicht op de bomen iets verderop in de wijk. Daar zat ik van de week van te genieten en ik kreeg daardoor toch de kriebels op mijn jas aan te trekken en naar buiten te gaan.

Zo gedacht zo gedaan: ik heb Diva in haar warme wintermand gezet, ik heb mijn camera meegenomen en ik ging op weg. Omdat het al wat laat in de middag was, dat krijg je als je te lang naar buiten zit te kijken, ben ik eerst naar het dichtbij gelegen park Randenbroek gegaan. Het park is altijd mooi, maar de najaarskleuren die ik eindelijk hoopte aan te treffen vielen me tegen. Toch heb ik er maar een paar foto's gemaakt, want ik had illustraties nodig voor dit verhaal. Gezien de weinige tijd die me nog restte voor het ging schemeren ben ik daarna gauw naar de Plantsoenen gereden. Dat is een ring van plantsoenen om de oude binnenstad en de restanten van de middeleeuwse stadsmuren. Eigenlijk ging ik ernaar toe omdat Diva er fijn los kan lopen op weg naar huis, maar tot mijn vreugde trof ik er op diverse plekken mooie herfsttinten aan. En in de entourage van de Plantsoenen leverde dat enkele leuke foto's op. Zo kwam ik toch nog aan mijn trekken en Diva en ik konden tevreden huiswaarts keren. Zij lag, eenmaal thuis, lekker te genieten van een welverdiende snack en ik zat in mijn rolstoel weer voor het raam te genieten van het uitzicht.

Park Randenbroek

Park Randenbroek

Plantsoen Oost

Plantsoen Oost


Monnikenbos

Heideveld Monnikenbos


zaterdag 17 oktober 2026

DAHLIAS

Donderdag was de laatste nazomerdag. Omdat mijn fietsmaatje Boukje graag ergens heen wilde waar herfstkleuren te zien waren, zijn we eerst naar het waterwingebied gereden. Daar staan veel bomen en ik meende er dus een goede kans op verkleurde bladeren te hebben. Maar in het hele gebied was het lover nog groen. Dan maar de grens over en via natuurgebied Bloeidaal, waar alles ook zomers groen was overigens, naar Stoutenburg getogen. De omgeving van Stoutenburg is meer Gelders van aanzien. De boerderijen, de vele loofbomen, de beken, het vee. Het is een geheel ander landschap dan aan de andere kant van Amersfoort met de dennenbossen, de duinen en de polders. Enfin, wij reden dus naar Stoutenburg in de hoop daar herfstkleuren te zien. Helaas bleken ook daar de blaadjes nog allemaal groen te zijn. Een beetje een teleurstelling. Maar echt maar een beetje hoor, want een ritje met mooi weer langs de Esvelderbeek en de vele oude bomen is altijd genieten, herfstkleuren of niet.

Ineens kwam ik op het idee eens te gaan kijken bij de pluktuin. Wellicht waren er nog enkele planten in bloei daar. Dat bleek ook al niet te kloppen: we troffen er namelijk een zee van bloemen aan in een veelvoud van kleuren en vormen. De meeste waren dahlia's. We hebben een drie kwartier stapvoets rijdend langs de lange rijen bloemen genoten. De ene bloem was nog mooier dan de ander. Ik heb er, om eens een ouderwetse uitdrukking te gebruiken, een filmpje vol geschoten. Ik zal hieronder een selectie eruit plaatsen. Wat heerst er bij deze pluktuin toch altijd een prettige sfeer. Het is er wat rommelig op een gezellige manier, de mensen zijn vriendelijk en ik heb me laten vertellen dat de koffie er goed is en de zelfgebakken appeltaart heerlijk. Deze keer was het thema rondom het gebouw het najaar. Eindelijk herfsttinten. Niet van boombladeren, maar van de herfstboeketjes op de tafels en van de uitstalling vol pompoenen. Zo gezellig. Ik heb er een paar gekocht voor mijn zus Monique. Die maakt er graag soep van.




Tijd om weer huiswaarts te keren, maar niet voordat we even vlug een kijkje genomen hebben bij de heerlijkheid Stoutenburg. Een heerlijkheid is een benaming die uit de middeleeuwen stamt. Het was een gebied waar een edelman, een heer, de baas was. Hij bezat de grond, de boerderijen, inde er pacht en hij was er zelfs rechter. Heerlijk voor hem, maar waarschijnlijk minder heerlijk voor zijn ondergeschikten.

Om van Stoutenburg weer richting Amersfoort te gaan neem je de Hessenweg. Ik noem de straatnaam hier omdat hessenweg ook zo'n boeiend oud begrip is. Al in de middeleeuwen tot in de negentiende eeuw toe kwamen er handelslieden vanuit het Duitse gebied Hessen naar de steden in Holland. Om de tolwegen waar ze dik moesten betalen te vermijden reden ze met hun zware wagens door de natuur, vaak in karavanen voor de veiligheid. Zo ontstonden er op diverse plekken goed begaanbare brede paden die in de volksmond hessenwegen werden genoemd naar de plaats waar de kooplieden vandaan kwamen. Ik vind de geschiedenis van mijn omgeving onder andere zo leuk om te kennen, omdat dan zo'n saaie lange weg als de Hessenweg in mijn gedachten toch boeiend is. Dat geeft een extra tintje aan mijn ritten. En zo kom ik van een tintje in gedachten terug op de herfsttinten waarover ik begon te schrijven en is de cirkel weer rond. En het verhaal over de laatste nazomerdag is klaar.












zondag 11 oktober 2026

NIET KLAGEN

Terwijl ik dit schrijf is het buiten schemer, guur en nat. Echt zondagmiddag- weer. Maar ik zit behaaglijk warm met een dik vest aan achter mijn toetsenbord. Ik heb ook nog mijn kacheltje aan. Het is weliswaar een nepperd, maar het geeft toch de sfeer van warmte en gezelligheid. En in die sfeer denk ik terug aan het begin van de week, toen het nog lekker warm was. Ondanks het feit dat ik nog steeds niet fit was ben ik veel buiten geweest. Genieten van de nazomer zolang het kan. Ik heb op woensdagmiddag nog op diverse plekken boeren bezig gezien met maaien. Kun je je vandaag, 4 dagen later,  nauwelijks voorstellen. Het waren niet de weelderige hoge rijen gras meer zoals ik ze van de zomer zag, maar ik vermoed dat de boeren na de slechte zomer blij waren met elk beetje extra kuilgras dat ze nog konden binnen halen.


Het was die middag zulk lekker weer dat ik eens bij het Hammetje in Vathorst ben gaan kijken. Vroeger was daar een privé terrein van een meneer Willem Ham. Hij bouwde naast zijn huis van oude afgedankte materialen allerlei sprookjesachtige bouwsels. Gewoon voor zijn eigen plezier. Folly's dus. Hij is al jaren geleden overleden en het terrein lag er lange tijd onverzorgd bij. Totdat de gemeente er een park heeft aangelegd. Een mooi park waarin nog enkele restanten van meneer Hams bouwwerken bewaard zijn gebleven. En niet alleen dat: ook veel van de oude bomen zijn gespaard. Er is een grote vijver, er zijn wandelpaden, er zijn speeltoestellen en je hebt er in het voorjaar goed zicht op de Uiverhoeve. Dat is een kunstwerk langs de A28 met een ooievaarsnest er bovenop.

Na het bezoek aan het Hammetje ben ik langs de Laak richting Bunschoten gereden. Dat is van oorsprong een riviertje op de grens van Utrecht en Gelderland. Laak is een oud woord voor grens, vandaar de naam. Tegenwoordig is de rivier gekanaliseerd en wordt hij gebruikt als recreatiewater. Maar het blijft een mooi stukje natuur waar ik meermalen heb genoten van onder andere de futen en de visdiefjes.


En omdat het volgens de deskundigen de laatste mooie dag van de herfst zou zij ben ik maar even door gereden richting Baarn. Vlak voor Baarn afgeslagen naar een wandelpad langs de Eem. Het pad is eigenlijk te smal voor mijn scootnobiel, dus ik rij met twee wielen op het pad en twee wielen in het hoge gras. Dat betekent dat mijn scoot steeds scheef hangt en dat ik de andere kant op scheef hang voor het evenwicht. En het pad is ook nog hobbelig. Leuke uitdaging vind ik dat, al is het best vermoeiend zo te rijden. Maar nogmaals: het is een leuke uitdaging om even die spanning te voelen. Want als ik niet continu goed oplet zit ik vast in het te hoge gras of ik rij aan de andere kant de Eem in.


Ik realiseer me al schrijvend dat het best een mooie week was, terwijl ik ik door het weer van de laatste dagen in een baalstemming verkeerde. Ik mag niet klagen dus. Ik moet gewoon mijn zegeningen tellen.

zaterdag 3 oktober 2026

DE LAPPENMAND

Dag allemaal. Wat is dit een vreemd weekje geweest zeg. Ik zat echt even in de lappenmand. Afgelopen zondag voelde ik me ineens niet lekker. Ik zat te kokhalzen. Mooi oud word vind ik dat voor iets dat helemaal niet mooi of leuk is. Enfin, binnen een uur had ik het koud, ik had buikklachten en mijn maag speelde op. Tot en met dinsdag heb ik bijna aaneengesloten in bed doorgebracht. Ik baalde niet alleen van het feit dat ik me beroerd voelde, maar ook omdat ik twee erg zonnige nazomerdagen had gemist. Ik had me zo verheugd op een paar fijne ritten in de polder. Maar goed, het was niet anders. En gelukkig voelde ik me woensdag weer aardig het heertje. Het was nog best mooi weer, dus zijn Diva en ik de polder gaan opzoeken. Heerlijk vond ik het. Tot ik me tegen zessen op de terugweg plotseling weer niet al te best voelde. Ik was duidelijk iets te voortvarend geweest en daar mocht ik 's avonds  de rekening voor betalen. En niet alleen die avond, maar ook de hele donderdag en vrijdag. Terug naar af, terug naar bed. Kortom: een vervelende week.

Heb ik dan niets aardigs meegemaakt om over te schrijven? Tuurlijk wel. Ik ben toch woensdagmiddag de polder in geweest? En vanmiddag weer. De meeste mais is inmiddels geoogst en gehakseld. Man man, wat zagen de kolven er deze zomer pierig uit door de aanhoudende droogte. Daar kunnen de koeien de komende winter niet echt van leven vermoed ik. Dat zullen de boeren niet leuk vinden. Ik daarentegen vind het wel fijn dat de mais weg is. Ik zit in mijn scootmobiel namelijk zo laag dat ik met geen mogelijkheid over de lange stengels heen kan kijken. Maar nu zijn de akkers slechts begroeid met stoppels en ik kan weer heerlijk ver kijken. Bovendien vind ik de rijen stoppels iets moois hebben. Ik geniet ervan.

Wat ook in deze tijd van het jaar kaler worden zijn de sloten. Overal zijn de boeren bezig geweest met schonen. Zo heet het verwijderen van de oude en van de te overdadige plantengroei in sloten. Alle waterwegen in een polder, klein en groot, vallen onder de verantwoordelijkheid van een waterschap. Dus ook de sloten. Degene wiens land grenst aan een sloot is ook degene die de onderhoudsplicht ervan heeft. Dat is doorgaans een boer uiteraard. Hij krijgt tijdig een waarschuwing dat het tijd is de sloten te schonen. En dat wordt kort erna gecontroleerd door inspecteurs van het waterschap. Dat heet dan de schouw. Weer zo'n prachtig oud woord. Ik hou ervan.


Oh en vanmiddag kwam ik mijn jeugdvriend Paul tegen. Dat is altijd leuk. "Dag Paul."  "Dag Paul." We kletsen dan een klein kwartiertje, wisselen nieuwtjes uit en we hebben het net als alle archaische penissen (Lees: ouwe lullen.) over onze gezondheid. Altijd leuk zoals ik al zei. En we vertellen elkaar ook nog welke waarnemingen we gedaan hebben. In mijn geval waren dat vanmiddag 1 overvliegende ooievaar, 4 exemplaren foeragerend in een weiland, 1 velduil en tientallen grote zilverreigers. Je ziet ze steeds vaker de laatste jaren. Erg mooie vogels vind ik, ik kijk er graag naar. Voor wie niet weet hoe de zilverreiger eruit ziet: hij is ongeveer zo groot als de gewone blauwe reiger, maar hij is spierwit met een gele snavel. Ik zal nog even een mooie foto van het Wereld Wijde Web plukken voor jullie. En daarna ga ik het journaal terugkijken, wat geheugenspelletjes doen, Diva uitlaten en op tijd mijn mand in. Hopelijk niet weer die met de lappen.



zaterdag 26 september 2026

WHAT IS IN A NAME?

Wat een heerlijk nazomerweer hebben we de hele week al. Ik heb elke middag genoten. In de polders en vandaag eens in het bos. Echt een prima week voor la Diva en mij. Al begon hij wat vreemd. Ik wilde dinsdagmiddag een ritje door de Eempolder maken, maar toen ik bij mijn scootmobiel keek  kwam ik tot de ontdekking dat ik hem de vorige avond was vergeten op te laden. Hoe dom is dat! Nou, daar ging mijn plan in rook op. Gelukkig zat er nog wel voldoende lading in voor een tochtje door de wijk, zolang dat maar op een  lage snelheid was. Dus heb ik Diva en keertje de leiding gegeven, want zij heeft een gemiddelde snelheid van pakweg 2 kilometer per uur. Ze loopt met ongeveer 4 kilometer, maar in de wijk moet er bij elke paal of paaltje gestopt worden. Met grote nauwkeurigheid wordt elk luchtje dat eraan zit bestudeerd. Dat kan gerust 3 minuten per paaltje duren als ik haar haar gang laat gaan. En behalve paaltjes zijn er ook nog heggen, tuinhekken, bomen, bloembakken, grasveldjes en zelfs autobanden die haar aandacht dringend vragen. En laten we de buurtkatten niet vergeten zeg. Die naarlingen dienen nu eenmaal slechts 1 doel en dat is dat ze luid keffend opgejaagd moeten worden. Dat geldt overigens ook voor kauwtjes, eenden, meerkoeten en houtduiven. Allemaal tuig, schorremorrie dat verjaagd wordt uit haar gezichtsveld. Een diva heeft het maar druk. En zo duurt een rondje van 3 kilometer met gemak anderhalf uur. Langer zelfs deze middag, want ik hield op mijn beurt haar diverse keren op. Ik had namelijk mijn camera bij me en ik besloot spontaan om wat herfstbloemen te fotograferen. Er staan nu in veel tuinen erg mooie bloemen. En al ben ik doorgaans meer bezig met wilde planten en bloemen; ik zie heus de schoonheid van die gecultiveerde bloemen ook wel hoor.
Ik weet van de meeste de namen niet, maar dat deert me niet. En zoals William Shakespeare al schreef: "What is in a name? That what we call a rose, by any other name would smell as sweet." Nu is de roos uiteraard wel een van die bloemen waarvan ik de naam weet en ik heb er zelfs nu, zo laat in het jaar, nog diverse gezien. En ook veel asters, de herfstbloemen bij uitstek, en Echinea's oftewel zonnehoeden. Goh, ik blijk nog best wat namen te kennen. Soms ben ik zelf verbaasd wat er aan weetjes in mijn hoofd huizen. Die weetjes floepen dan ineens tevoorschijn als ik, zoals in dit geval, de foto's van de middag bekijk. Ik zal er een aantal hieronder plaatsen en dan ben ik benieuwd wat er in de hoofden van mijn lezers opkomt. Ik zie de reacties graag tegemoet.









zaterdag 12 september 2026

VERANDERING

Het is nazomerweer en een beetje het begin van de herfst. Veel mensen denken bij herfst in de natuur aan prachtig gekleurde bladeren, kastanjes, eikels, beukennootjes en paddenstoelen. Daarvoor moet je uiteraard in het bos zijn, maar ook in de polder nadert het najaar. De meeste percelen waar mais op stond zijn kaal. Alleen de stoppels blijven achter. De mais is al gehakseld en ingekuild of in plastic balen opgeslagen. Ze dient, samen met ingekuild gras, als wintervoer voor de melkkoeien die nu vrijwel overal op stal staan. Je ziet er nog maar weinig buiten. Toch lopen er nog overal koeien in de wei. Hoe kan dat dan? Nou, als je goed kijkt zie je dat deze koeien nog geen volle uiers hebben. Het is namelijk jongvee, koeien van ongeveer 1 jaar oud. 

Waarom lopen die dan wel buiten? Dat verhaal begint ergens in mei. Het gras dat de boer dan van zijn land haalt, de eerste snede, is het meest voedselrijk en het is belangrijk voor de wintervoeding van de koeien. In de loop van de zomer en het vroege najaar haalt een boer nog zo'n 5 tot 7 keer een snede van zijn grasland. Maar met elke snede neemt de voedingswaarde van het gras wat af. In deze tijd van het jaar groeit gras iets minder snel en zoals gezegd is het ook minder voedselrijk. De grond kan immers niet blijven produceren. Melkkoeien moeten echter het hele jaar door, elke dag weer, voldoende melk leveren. Dat is topsport en het vergt veel van hun lijven, dus hebben ze extrakrachtig eten nodig. Het gras is nu niet voldoende rijk aan voedingsstoffen voor ze. Dat is de reden dat de boer ze binnenhaalt, want daar kan hij ze bijvoeren. Waarom staan de jonge koeien dan wel op dat grasland? Nou, zij hoeven nog geen melk te leveren, dus voor hen zit er in het najaarsgras voldoende voedsel. Bovendien bouwen ze weerstand op door buiten te grazen. Zo zie je maar; de polder verandert ook in de herfst en achter elk van de veranderingen moet de boer mee veranderen. Dat vraagt aandacht, werk, ervaring en investeren.

Maar niet alleen voor de boer verandert de polder. Ook voor de dieren die er leven. Zo zijn bij voorbeeld vrijwel alle weidevogels verdwenen, die zitten in Afrika. Er zijn geen grutto's, tureluurs, kievieten of lepelaars meer te zien. Ik zag vandaag nog wel her en der een enkele boerenzwaluw, maar echt niet de aantallen die ik 's zomers zie. Wat ik deze week wel zag was een groep van 12 ooievaars die aan het foerageren waren en gisteren zweefden er 7 zo ongeveer boven mijn hoofd. Prachtig gezicht als je ze zo moeiteloos ziet gaan, zwevend op die enorm grote vleugels. Ze leggen bijna zonder te vliegen kilometers af door slim gebruik te maken van thermiek en andere luchtstromen.

Wie ook zo fenomenaal goed kan zweven is de bruine kiekendief. Wij, buurvrouw/vriendin Boukje en ik,  hebben  er vanmiddag diverse gezien. Hoog in de lucht zwevend van weiland naar weiland. En dan ineens dalen ze en dan zweven ze gracieus laag boven een weiland, op zoek naar een prooi. Prachtig gezicht, met hun lange smalle vleugels en de handpennen, de vingers zeg maar, op kenmerkende wijze uitgespreid. En wie er ook gebruik maakte van de wind vandaag, en wind stond er echt merkbaar, was de buizerd. We hebben er twee gezien die stonden te bidden, iets dat je ze niet vaak ziet doen. En als je het over bidden hebt: natuurlijk waren de torenvalken er ook. Die zijn echt meesters in het stilstaan op 1 plek in de lucht. Als je ze met de verrekijker goed bekijkt zie je pas wat een kunstenaars ze zijn. Ze bewegen hun vleugels op verschillende manieren om zowel in de lucht als op dezelfde plek te blijven. Om de weerstand van hun vleugels heel precies te regelen spreiden of sluiten ze hun handpennen, zodat er meer of minder lucht door kan. Hun staart gebruiken ze als roer: die wordt meer of wat minder wijd gespreid en hij beweegt ook nog continu op en neer. En ook de staatveren spreidt hij meer of minder van elkaar, net als de handpennen om er wat  meer of juist minder minder lucht door te laten. En terwijl ze al die bewegingen tegelijkertijd coordineren blijft hun kop op precies dezelfde plek. Die beweegt niet, omdat hij anders kleine prooien als muisjes of kevers op de grond niet kan volgen. Kijk maar eens goed naar dat kleine wonder als je er eens een ziet bidden. 


Zelfs dit verhaal is veranderd terwijl ik het schreef. De bedoeling was dat ik iets zou schrijven over de herfst in de polder en al schrijvende veranderde het in een uiteenzetting over veranderingen voor boeren om vervolgens over te gaan in een verhaal over roofvogels. En in het bijzonder over mijn favoriet: de torenvalk. Maar ja, zo werkt mijn brein nu eenmaal als ik aan het vertellen sla. En dat verandert niet meer denk ik.

zondag 6 september 2026

IN DE KIJKER

Dag allemaal. Ik heb hier al eens een en ander geschreven over verrekijkers en dat ga ik nu weer doen. Waarom dan nu weer? Nou, ik wilde al een poos met mijn kijker ook naar planten, bloemen en de insecten die erop leven kijken. Die bloemen staan doorgaans in de berm en daar kan ik met mijn scootmobiel niet heel dichtbij komen. Nu hebben alle verrekijkers een minimale afstand waarop ze scherp te stellen zijn en bij de meeste kijkers is dat anderhalf tot twee meter. Bekijk je op die afstand een bloem dan wordt hij uiteraard wel groter in beeld gebracht, maar je ziet hem uiteindelijk toch van twee meter. Daar kan zelfs de beste kijker niets aan veranderen. 

Maar dit voorjaar zag ik bij toeval een bericht op het grote net over een verrekijker die 8,5 keer vergroot en met een minimale scherpstelafstand van slechts 50 cm. Vijftig centimeter! Snel ben ik reviews over dat wonder kijkertje gaan lezen en even snel was ik verkocht. Of beter gezegd: was de kijker verkocht. Want je begrijpt dat ik er meteen een aangeschaft heb. Nu was mijn plan om die kijker mee te nemen op mijn ritten naast mijn reguliere. Want ik had al een goede verrekijker en ik verwachtte niet dat de nieuwe behalve op zeer korte afstand ook nog zou volstaan voor het kijken naar zaken in de verte. Ik had de technische jongens bij Pentax echter schromelijk onderschat. Na een week intensief testen van mijn nieuwe verrekijkertje kwam ik namelijk tot de conclusie dat hij in niets onderdeed voor mijn andere kijker op verre afstanden. Het resultaat laat zich raden; ik heb al vanaf eind april alleen nog die nieuwe kijker in gebruik en mijn "oude" exemplaar ligt stof te verzamelen.

Ik heb zo'n plezier gehad deze zomer in het bekijken van bloemen in de bermen. Ik kon ineens  meeldraden en stampers tot in detail zien. Ik zag de structuur van bloemblaadjes. Zo mooi. Alsof ik ze onder een loep bekeek. En de insecten! Ik zag warempel haartjes op de ruggen van vliegen en de adertjes in hun vleugels. Kevertjes bleken sprieten te hebben met de meest vreemde vormen. Ik waande me Erik in het Klein Insectenboek van Godfried Bomans, een boek dat ik toen ik nog jonger was dan nu heb verslonden. Er ging een wereld voor me open.

Maar zoals gezegd heb ik ook van alles op verre afstanden goed in beeld kunnen krijgen met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb al menig haas vanaf de weg gadegeslagen. En veel, heel veel buizerds, kiekendieven en biddende torenvalkjes. Zelfs in de vlucht zijn ze goed te volgen. En de laatste tijd ook groepen ooievaars en vorige week zelfs 4 zilverreigers bij elkaar. Dat laatste vond ik extra leuk omdat ik ze de hele zomer erg weinig gezien had.



En weet je wat me van de week ook nog overkwam? Ik reed stapvoets op een bospad, omdat Diva een stukje los liep. En zij gaat niet zo snel me al dat gesnuffel dat per se dient te gebeuren. Plotseling stak er een reegeit voor me over. Ik was net op tijd om een foto te maken. Nadat ze was overgestoken bleef ze half verscholen tussen de jonge boomstammen staan. Heel voorzichtig heb ik daarna mijn kijker gepakt. Ook op een afstand van een meter of 10 bleek hij een prachtige vergroting te leveren. Ik zag plukjes los haar op de flank van het ree. Ik kon haar vochtige bruine oog zien. Een oog dat een tikkeltje ongerustheid uitstraalde. Wellicht rook ze mij of Diva. Hoe dan ook, plotseling nam ze een spurt en binnen enkele seconden was ze uit het oog verdwenen. Wonderbaarlijk hoe een dier ter grootte van een flinke hond zich zo snel en zo stil kan verbergen. Ik blijf me elke rit verbazen en ik geniet van al het moois dat er te zien is. Want het is er overal buiten. Als je het maar in de kijker hebt.