zaterdag 26 oktober 2019

SPORTIEF

Ik ben geen liefhebber van sport. Ik beoefen geen sport en ik kijk ook niet naar sport op tv. En al helemaal niet in werkelijkheid langs een sportveld. Want ik wil niet vereenzelvigd worden met die irritante schreeuwers die je daar altijd aantreft. Ik snap werkelijk niet waarom het er op sportvelden zo lawaaiig aan toe moet gaan. Neem nu het leuke uitlaatveldje bij mij in de wijk als voorbeeld. Als ik daar rijd en geniet van de bomen en de bloemen, word ik steeds weer gestoord door de luide kreten van het aangrenzende voetbalveld. Zijn voetballers wellicht doof? Waarom schreeuwen ze toch naar elkaar terwijl ze op nog geen 10 meter afstand van elkaar lopen? En dan de toeschouwers: die zijn nog erger. Zo hard ze maar kunnen schreeuwen ze aanwijzingen naar de spelers. Waarom toch? Ach ja, voetballers zijn waarschijnlijk doof. Dom van me. Het zijn niet slechts voetballers hoor die zoveel misbaar maken.  Ik kom regelmatig in een mooi natuurgebiedje net buiten de stad. Ernaast liggen hockeyvelden. Behalve van het vreselijke geluid van die keiharde pucks tegen de metalen vangkooi mag ik ook mee genieten van het geschreeuw van de spelers. Ergerniswekkend. En roeiers: die zijn nog het allerergst. Nou ja, niet de roeiers zelf. Die zijn voor sporters merkwaardig stil. Maar om dat te compenseren fietst er op het pad langs het water een trainer mee. Zo'n man heeft standaard een megafoon bij zich om nog harder te kunnen schreeuwen dan hij van nature al kan. Ik zweer het je: een megafoon! Terwijl de roeiers pakweg 15 meter bij hem vandaan varen. En dat lijken ze zonder zijn geblaat ook prima te doen. En vooral veel stiller. De meeste andere mensen komen bij of op dat water om te genieten. En niemand van hen produceert dermate veel lawaai dat de anderen er ongewild van mee moeten genieten. Ach ja, soms hebben de jongelui die er komen zwemmen wat luide muziek aan staan. Maar er lopen handhavers die hen manen tot iets minder volume. Dat is ook normaal: niemand mag overlast veroorzaken. Wat mijn pet te boven gaat is dat eenzelfde mate van overlast door sporters blijkbaar getolereerd wordt. Hebben sporters een uitzonderingspositie? En zo ja; waar is die op gebaseerd in vredesnaam? Wat mij betreft mag er tegen die luidruchtige sporters en hun evenzo rumoerige aanhang ook opgetreden worden. Van mij mogen ze gerust juichen als er gescoord wordt hoor en ze mogen zelfs afkeurend joelen bij foute acties op het veld. Allemaal prima, maar laat ze een beetje rekening houden met anderen. Anderen zoals ik en wie weet ga ik sporters nog waarderen. Zo sportief ben ik dan ook wel weer.

vrijdag 18 oktober 2019

WHAT A DIFFERENCE A WEEK MAKES

We hebben een wisselvallige week achter de rug. Ik heb het niet over de situatie in voormalig Koerdistan, noch over de stupide reacties van Trump daarop of de kwaadaardige uitspraken van Erdogan. En over Boris wil ik al helemaal niets kwijt, behalve dat het een pedante kwast is dan. Neen, ik doelde gewoon op het weer. Het favoriete gespreksonderwerp van alle Hollanders. Ik ben al die regen zo zat. Terwijl ik dit schrijf is het toevallig droog, maar dan waait het weer zo hard dat een mens bijkans uit zijn verschoning geblazen wordt.

Doorkijkje in Bloeidaal
Dus zit ik hier achter mijn toetsenbord en scherm met weemoed terug te denken aan vorige week zondag. Wat was dat een heerlijke dag, het leek wel voorjaar. In t-shirt en dunne bodywarmer ben ik naar de natuurgebieden Bloeidaal en de Schammer geweest. In Bloeidaal geniet ik altijd van de fraaie doorkijkjes. Diva jaagt ondertussen in het gras van de bermen op sprinkhanen, muizen en bewegende pluisjes. En voordat jullie schrikken: ze vangt nooit iets, zelfs geen pluisje. Het is een chihuahua hè?

Ook waren er de hele middag van die prachtige wolken te zien. In de Schammer is het weids genoeg om ze optimaal te laten uitkomen en om fraaie foto's te maken dus.
Op de terugweg had ik geen zin om door de drukke stad te rijden; ik wilde het buitengevoel nog wat vasthouden. Derhalve zijn we om het centrum heen gereden door de Plantsoenen. Dat is een strook groen buiten de voormalig stadsmuren. Erg mooi, mede omdat er nog een flink deel van de ommuring bewaard is gebleven, al dan niet gerestaureerd. En over oude stadsmuren gesproken: daar hoorden  natuurlijk ook toegangspoorten bij.
De Koppelpoort
Een daarvan was de Koppelpoort, de poort waar men de toegang via de Eem bewaakte. Daar kom ik uit als ik door de Plantsoenen naar huis rij, dus vind ik dat hij tegenwoordig mooi dienst kan doen als toegangspoort naar mijn eigen wijkje.  Niet verkeerd toch, als afsluiting van een ritje door de omgeving op een lenteachtige zondag in de herfst?





Diva op jacht in de jungle

De Plantsoenen

zaterdag 5 oktober 2019

AARDSTERREN EN KLUIFZWAMMEN

De vliegenzwam
De herfst heeft zijn intrede gedaan. Het regende de afgelopen dagen schier onafgebroken. Ik heb er tegenwoordig een beetje een hekel aan, aan al die nattigheid. Dat komt omdat in de regen rijden met een scootmobiel niet leuk is. Wat een weldaad is zo'n droge zonnige dag als vandaag dan. Ik heb er dan ook met volle teugen van genoten. Vergezeld door vriendin Ans en uiteraard ons mormel Diva ben ik ruim vier uur buiten geweest om paddenstoelen te fotograferen. We hoopten in ieder geval een paar mooie vliegenzwammen te vinden. Je weet wel: die rood met witte stippen uit het liedje over kabouter Spillebeen.

De aardster
Welnu, dat is gelukt. Ik heb zeker zeven mooie foto's kunnen maken. Maar we hadden nog meer geluk, want ergens zomaar langs een druk bezocht fietspad troffen we een groepje aardsterren. Die zie je niet overal. Mooi zijn ze toch en zo apart van vorm. Op de terugweg stonden er ook nog eens kluifzwammen in de het gras langs de weg. Voor de doorgewinterde paddenstoelendeskundige wellicht niets bijzonders, maar onze vreugde kon niet op. En we zijn niet alleen blij met aparte vondsten hoor. Ook veel voorkomende soorten als bij voorbeeld het honingzwammetje gaan bij ons op de foto. Gewoon omdat het van die schattige kleine paddenstoeltjes zijn die altijd met de hele familie bij elkaar klitten. Ze hebben iets aandoenlijks. Eigenlijk genieten we van bijna alles wat we zien onderweg: een roodborstje, het uitzicht op de duinen of een grillig gevormde dode boom. Behalve van regen; daar hebben we alle drie een hekel aan. Maar dat had ik al gezegd. Ik begin te zwammen.



Kluifzwammen

Een mij onbekende grootheid

Vliegenzwam

Honingzwammetjes









zaterdag 14 september 2019

SPOREN VAN DE OORLOG

Ik weet niet goed hoe dit verhaal te beginnen Het is zo complex en divers. Het is een verhaal van heftige emoties, een leuke middag met vrienden, een nieuwe vrijetijdsbesteding, maatschappelijk betrokken zijn en de geschiedenis van de stad. Klinkt dit verwarrend? Dan zal ik proberen enige duidelijkheid te scheppen.


Een vriend van me maakt waar hij ook komt foto's  van oorlogsgraven, -monumenten en van gedenkstenen. Hij vertelde me kortgeleden dat hij dit onder meer doet voor Traces of War, een site die informatie verstrekt over nog bestaande sporen van wereldoorlogen. Een mooi initiatief vond ik. Nu had ik vorig jaar in mijn wijk een fotoreportage gemaakt van de onthulling van 13 gedenkstenen voor gevallenen in de tweede wereldoorlog. Die foto's heb ik daags erna opgestuurd en ik kreeg als antwoord dat men er erg blij mee was. Wat doe je dan in zo'n geval? Je gaat kijken op de site hoe je foto's eruit zien. En uit nieuwsgierigheid heb ik ik natuurlijk ook gekeken wat er nog meer uit Amersfoort op staat. Zo kwam ik erachter dat men van diverse plekken in de stad nog geen foto's had. Ik ben eens gaan kijken op enkele van die locaties en ik heb er opnames van gemaakt. Het verbaasde me dat er zoveel uitingen van herdenking zijn in mijn eigen woonplaats en dat ik er zo weinig over weet. Het intrigeerde me dermate dat ik binnen één week van acht plekken informatie heb gelezen en foto's heb gemaakt. En dat is nog maar een klein deel van wat er te vinden is in Amersfoort alleen al. Ik heb dus een nieuwe vrijetijdsbesteding erbij. Dat vind ik dubbel leuk omdat ik op die manier iets bijdraag aan de maatschappij en ook nog veel leer over de geschiedenis van mijn omgeving.
De wachttoren
Het duurde niet lang eer ik me realiseerde dat ik nog nooit bij kamp Amersfoort was geweest. Ook daarvan kwam men bij Traces of War nog foto's tekort, dus heb ik mijn beide vrienden uitgenodigd om er eens gezamenlijk heen te gaan. Gisteren hebben we dat inderdaad gedaan. Het  was heerlijk weer en het kamp ligt midden in een prachtig bosgebied. We waren aanvankelijk in een opperbeste stemming, maar dat werd alras minder toen we voor de ingang van het informatiecentrum een dreigend uitziende wachttoren aantroffen. Binnen werden we echter vriendelijk ontvangen en na een inleidend gesprekje bood de gids aan om ons en de andere bezoekers een filmpje te laten zien. We hebben zitten kijken en luisteren naar het verhaal van een oudere dame die als meisje samen met haar ouders en broers opgepakt werd wegens het in huis hebben van wapens van het verzet. Het hele gezin werd naar het kamp gebracht. Ze werd gescheiden van haar familie want mannen, vrouwen, jongens en meisjes werden apart gehuisvest. Ze vertelde onder meer dat ze haar moeder af en toe zag in de wasruimte en dat bij zo'n gelegenheid haar moeder haar snel toefluisterde dat haar vader en broer gefusilleerd waren. Ik zat met tranen in mijn ogen te luisteren naar dat heftige relaas. Ook bij mijn vrienden hakte het er behoorlijk in, zag ik. We besloten nog één filmpje bij te wonen en daarna naar buiten te gaan.
Indrukwekkend
Gelukkig bood dat een iets opgewekter beeld van de jaren in het kamp. Een jongeman uit Utrecht was overgebracht naar het kamp. Bij aankomst trof hij er Loes van Overeem aan, een verpleegster die hij in de gevangenis in Utrecht al had ontmoet. Zij pikte hem uit de rij nieuwkomers en zei tot zijn verbazing dat hij ernstig ziek was. Hij werd naar de ziekenbarak gebracht, waar hij kort daarna op mirakuleuze wijze genas van zijn aandoening. Hij werd, ondanks gebrek aan enige opleiding hiervoor, aangesteld als verpleger. Uiteraard heeft hij tijdens zijn werkzaamheden verschrikkelijke situaties meegemaakt, maar hij ziet achteraf die periode in het kamp toch voornamelijk als goed voor hem persoonlijk. Hij heeft daar namelijk zichzelf de verplichting opgelegd om na de oorlog medicijnen te gaan studeren, mocht hij het overleven. En hij is inderdaad huisarts geworden. Mooi verhaal; ook indrukwekkend, maar anders. Ook bij deze mensen, en vele anderen, mag je spreken van sporen van de oorlog.

De schietbaan
Goed, wij zijn de zon maar weer in gegaan om even bij te komen. Dat zonnetje hielp wel iets, maar de omgeving bleef drukkend. Als eerste liepen we namelijk over de schietbaan. Normaal gesproken zou ik het een mooi pad door het bos hebben gevonden, want dat is her ook. Als je het pad echter voor je ziet met het verhaal dat je zojuist gehoord hebt nog in gedachten is het een indrukwekkende, een  eeuwigheid lang durende weg naar een gewisse dood. De terdoodveroordeelden moesten dit pad namelijk aflopen en ze wisten nooit op welk moment ze doodgeschoten zouden worden. Maar dat het stond te gebeuren was zeker voor ze. Je wordt gewoon akelig als je je dat probeert voor te stellen. En dan is er het lijkenhuisje. Althans de restanten van de fundering. Ook al zo'n plek waar je nauwelijks aan iets anders kunt denken dan aan de ellende van de oorlog. Alleen de macabere naam al. Er kwamen bij mij beelden naar boven van opgestapelde uitgemergelde lichamen. Gelukkig was Kees er. Kees is een kat, die volgens zijn naamplaatje zo heet. Hij liep op zijn gemakje over de restanten van de muren, jaagde wat op muizen en zat er te zonnen. Ik weet niet of hij in dienst is van het informatiecentrum om bezoekers op te beuren, maar hij is er in ieder geval uitermate geschikt voor.
Tja, ik merk al schrijvend dat dit een lang verhaal is geworden en het is nog lang niet af. Maar om mijn lezers nu te vergasten op nog meer narigheden en sombere gedachten is ook zo wat. Ik noem dus alleen nog het indrukwekkende beeld van de stenen man, de gedenksteen en het ereveld voor Russische soldaten. Dat laatste is op begraafplaats Rusthof, twee kilometer verderop. Ook een plek waar je zeker eens moet gaan kijken.
Overal heeft de oorlog zijn sporen achtergelaten.  En niet alleen in de vorm van monumenten .Ook bij de overlevenden, hun kinderen, de kinderen van de zogeheten "foute" mensen, bij hele volken zoals de joden en de Sinti. Bij mij na dit bezoek aan het kamp. En dat laatste is goed

Muurschildering uit de kamer van de kampcommandant

Deel van het Ereveld


Loes van Overeem

Een loopgraaf



Kees

vrijdag 6 september 2019

VOOR DE MANNEN

Toen ik ruim zeven jaar geleden in het ziekenhuis belandde na een zwaar herseninfarct lag er in het bed tegenover me een oudere dame. Ik kreeg door de gesprekjes die haar zoon met haar voerde de indruk dat ook zij een infarct of een bloeding had gekregen. Ze zwaaide af en toe naar me en dat kleine beetje contact deed me goed. Ik zag haar snel opknappen, veel sneller dan ik deed. En dus verliet zij het ziekenhuisbed ook eerder dan ik. Je denkt dan dat je elkaar waarschijnlijk nooit meer zult tegenkomen, maar het lot bepaalt vaak anders. Na mijn verblijf in het ziekenhuis kwam ik terecht op een revalidatieafdeling in Amersfoort, vlakbij mijn huis. Daar trof ik op een dag tot ons beider verbazing bij de therapie de dame uit het ziekenhuis aan. Destijds had ik mijn spraakcomputer nog niet, dus probeerde ik wat te communiceren met haar via een kaart waarop het alfabet stond afgebeeld. Die methode vergde nogal wat inzicht en concentratie van de ander, want ik wees woorden letter voor letter aan. Al snel merkte ik dat de dame lichamelijk dan wel erg snel hersteld was, maar dat zij geestelijk niet meer volwaardig was. Bij elke letter die ik aanwees stak ze haar duim op, lachte vriendelijk en zei: "Goed zo." Maar het was duidelijk dat ze mij wel herkend had, want ze zei de eerste keer meteen "Hé, wij lagen samen in het ziekenhuis!" Het deed haar duidelijk plezier om mij steeds weer tegen het lijf te lopen in het gebouw, dus heb ik onze simpele communicatie met de kaart, de duim omhoog en het "goed zo." voortgezet tijdens de zeven maanden die ik er gerevalideerd heb. Met enige regelmaat zie ik haar nog. Ze woont namelijk nog steeds in het verpleegcentrum. En laat ik daar nu één keer per week komen voor fitness. Als ze me ziet zwaait ze enthousiast en dan ga ik haar even gedag zeggen. 's Zomers zie ik haar vaker. Ik rij tijdens mijn ritjes namelijk regelmatig langs het verpleegcentrum en veelal zit zij dan buiten in het zonnetje. Uiteraard stop ik dan even om met haar te kletsen, want dat gaat nu ik een spraakcomputer heb veel beter. Het viel me een keer op dat ze om beide polsen een flink aantal gekleurde armbandjes had. Ik zei dat ik ze mooi vond en onmiddellijk bood ze aan er een voor mij te maken. "Volgende keer krijg je hem.", zei ze. Maar bij de volgende keer was ze het natuurlijk allang kwijt dat ze me iets beloofd had. Vorige week zag ik haar weer eens buiten zitten in haar rolstoel. Het viel me op dat ze er steeds brozer uit gaat zien. Desondanks zag ze er zoals altijd goed verzorgd uit. Een fleurige zomerjurk die mooi harmonieerde met haar licht getinte huid, bijpassende schoenen en een sjaal met veel kleuren erin. En natuurlijk de armbandjes in alle kleuren van de regenboog. Om een gesprek te starten wees ik op de sieraden en zei: "Mooi hoor." Tot mijn verbazing deed ze met een koket gebaar het dunne haar dat haar nog rest achter haar oor, glimlachte veelbetekenend naar me en zei: "Dat is voor de mannen hè?" Ineens zag ik haar zoals ze er jaren geleden uitgezien moet hebben: een mooie vrouw met haar klassieke trekken, haar mokka huid en haar voorkeur voor kleurige kleding. Een hartenbreekster ongetwijfeld. Ik zag haar in gedachten al zitten voor haar kaptafel, de laatste hand leggend aan haar uiterlijk door een gouden armband on te doen. En ik stelde me zo voor dat ze met een koket gebaar haar lange ravenzwarte haar achter haar oor deed. Glimlachend tegen haar spiegelbeeld zei ze zachtjes: "Dat is voor de mannen."


zaterdag 31 augustus 2019

EEN VLIEGENDE KRAAI

Deze blog heet Onderweg. Ik ben ook vaak onderweg naar... Naar nergens eigenlijk. Ik doe meestal de tas met mijn camera en mijn verrekijker in de mand voorop. Diva gaat in haar eigen mandje op de treeplank tussen mijn voeten en ik met mijn luie toges op de luxe stoel. En dan begin ik gewoon te rijden. Zonder bestemming, op mijn dooie akkertje de wijde wereld in. Ik ben een zwerver, een flierefluiter; altijd geweest. Het aardige van zomaar wat rondrijden is dat je onderweg altijd wel iets leuks meemaakt, boeiende mensen ontmoet of mooie dingen ziet. Zo zag ik gisteren in de Eempolder ineens een haas in een weiland.

Hij leek ons helemaal niet op te merken en dat is ongewoon voor een doorgaans zo alert dier. Ik denk dat het kwam doordat de wind onze kant op kwam. Voorzichtig, om hem niet te verschrikken, heb ik mijn camera gepakt en ik kon een mooie opname maken. Ineens had hij toch iets door en hij dook onmiddellijk plat in het gras. Dat is een gebruikelijke reactie van hazen bj onraad. Het is wonderbaarlijk hoe snel een dier van het formaat van een kleine hond zich onzichtbaar kan maken in gras. Als je even ervoor niet hebt gezien waar hij zat dan vind je hem nooit meer. "Mijn" haas hield nog even één oor iets overeind om te bepalen of het gevaar mogelijk dichterbij kwam, want dan kon hij nog op tijd het hazenpad kiezen. Uiteraard kwam ik met mijn scootmobiel niet over de sloot en de omheining, dus legde hij ook dat tweede oor plat en vertrouwde op zijn strategie van "Ik ben er niet. Zie je wel?" Achteraf thuis zag ik op de foto's dat hij ons toch met een angstig oog in de gaten had gehouden.
Mijn moeder voedde ons op met een keur aan uitdrukkingen en gezegdes. Een ervan, die ze om begrijpelijke redenen voornamelijk tegen mij bezigde, was dat een vliegende kraai altijd wat vangt. En daar moet ik altijd aan denken als ik zo iets meemaak onderweg. Ik "vang" altijd wel een gebeurtenis. En van zo'n voorval kan ik intens genieten. Het maakt me domweg gelukkig dat ik het mag meemaken. Tja, ik ben een flierfeluiter, altijd geweest.


dinsdag 13 augustus 2019

ONDER DE INDRUK

Gisteren heb ik met  twee vrienden weer eens een bezoek gebracht aan het Nationaal Militair Museum in Soesterberg. Deze keer besloten we om eerst enkele tentoonstellingen te gaan zien, Met name de zaal die ingericht is met verhalen en foto's van militairen die uitgezonden geweest zijn. Dat gaat niet slechts over missies uit het recente verleden, maar ook over die van vorige eeuwen. Ik had er nooit bij stilgestaan, maar zelfs in de tijd van de oorlog tegen de Spanjaarden werden militairen al op missie uitgezonden. Ik leer daar elke keer weer iets over de geschiedenis van ons land. Zo wordt er bij voorbeeld een verhaal beschreven over een Afrikaanse soldaat die ingelijfd was in het Nederlandse leger, ook een soort uitzending. Hij was blijkbaar een zeer dapper man in de strijd, maar het leger heeft hem geen eer aangedaan. Zijn echte Afrikaanse naam was niet eens bekend; men had hem voor het gemak maar een Nederlandse naam aangemeten. Negers uit Afrika, zoals ze toen genoemd werden, werden gezien als minderwaardig. Triest in onze ogen nu.


Op een gegeven moment zijn we in één van de filmboxen gaan zitten uit nieuwsgierigheid. We kozen de film van een van origine Afghaanse militair. Hij was als kind met zijn ouders gevlucht voor het regime en in Nederland terecht gekomen. Bij zijn aankomst op Schiphol was hij gefascineerd door de leden van de marechaussee die er controles hielden. Dat wilde hij ook. Dat werd zijn droom. En hij heeft die droom waargemaakt: hij is inderdaad bij de marechaussee gegaan. Op zich al een mooi verhaal, maar het wordt nog boeiender. Hij besluit zich aan te melden voor uitzending naar het buitenland. En zijn aanvraag wordt ingewilligd. Hij mag op missie naar... Afghanistan of all places. Het land dat hij met zijn familie is ontvlucht om het vege lijf te redden. Hij is enigszins verbaasd dat dit hem overkomt, maar hij is ook nieuwsgierig om te zien hoe het nu is in zijn geboorteland. Ondanks het feit dat zijn ouders angstig zijn over zijn veiligheid besluit hij te gaan. Daar aangekomen wordt hij naast zijn reguliere taak ingezet als tolk voor de leidinggevenden. Dat verschaft hem de ideale gelegenheid om een beeld te vormen van de ontwikkelingen in het land. Ook vertelt hij dat hij heen en weer geslingerd werd tussen een gevoel van thuiskomen en vreemdeling zijn. En dat hij uiteindelijk tot de slotsom komt dat hij thuishoort in Nederland, het land waar hij opgegroeid is. Wat een indrukwekkend levensverhaal; ik was er even stil van.


"Nog een film kijken?" "Ja dat is goed. Laten we het verhaal van die gevechtspilote nemen." Een jonge vrouw die model was geloof ik. Op een open dag van Defensie raakt ze enthousiast bij het idee dat ze misschien helikopterpiloot kan worden. Ze meldt zich aan voor de test en tot haar verbazing blijkt ze geschikt te zijn. Maar niet voor helikopterpiloot: nee, ze heeft de kwaliteiten om straaljagerpiloot te worden. Ze vindt het een geweldig idee en ze gaat ervoor. Bij de opleiding blijkt ze de enige vrouw te zijn tussen allemaal mannen. Dat weerhoudt haar er niet van om door te gaan en te slagen. Ook dit verhaal is op zich al prachtig. Maar ook zij heeft meer te vertellen in haar film. Ze wordt uitgezonden naar voormalig Joegoslavië in de tijd van de burgeroorlog daar. Op een gegeven moment moet ze luchtsteun bieden aan de Dutchbat soldaten in Sebrenica. We zien echte beelden vanuit haar straaljager hoe ze richt op militaire voertuigen van de Serviërs. We horen de stem van de collega die haar de juiste coördinaten doorgeeft en die toestemming geeft om te vuren. Dan beelden van de terugkeer op de basis.Een breed lachende vrouw in de geopende cockpit, collega's die haar feliciteren, "Goed gedaan dom blondje!" klinkt het gekscherend, de champagne wordt ingeschonken. Ze vieren de dood denk ik onthutst.
Dan vertelt deze levenslustige mooie vrouw hoe ze kort daarna in de lucht is boven Sebenica op het moment dat het Servische leger de enclave dreigt over te nemen Ze wil zo graag haar collega's en de duizenden burgers helpen, maar zoals we nu allemaal weten heeft de legerleiding diverse malen de vraag om steun vanuit de lucht niet doorgegeven aan het hoofdkwartier. Om louter bureaucratische redenen. En toen uiteindelijk het hoofdkwartier ingelicht was weigerde men daar het verzoek in te willigen. Al die dagen cirkelde onze pilote met haar mede vliegers boven de enclave, alsmaar wachtend tot de toestemming kwam om hun collega's te hulp te schieten. Tevergeefs. Pas toen het al te laat was werd er toestemming gegeven, maar de Nederlandse commandant sommeerde de piloten desondanks om terug te keren naar de basis in Italië om te tanken. Gefrustreerd heeft onze pilote daags daarna via het nieuws vernomen dat Dutchbat de enclave moest opgeven en dat de duizenden burgers onder hun bescherming de dood werden in gevoerd door de Serviërs. Je hoort nog de onmacht in haar stem als ze dit vertelt.
Ik moet denken aan de jongens die ik leerde kennen toen ik revalideerde in het militair revalidatiecentrum in Doorn. Jongens van in de twintig die op bermbommen waren gereden. Verminkte voeten, geamputeerde voeten, hele benen zelfs, de luchtige wijze waarop ze er overdag over spraken, de hartverscheurende kreten 's nachts door de stille gangen als ze nachtmerries hadden.
Wat wordt oorlog toch extra akelig als je de mens die erin betrokken was leert kennen.