donderdag 1 juni 2023

NIET SLECHTS POLDERS

 

Het voelt aan als een tikkie kille dag na het prachtige weer van de afgelopen week. Ik heb elke dag een rit gemaakt samen met Diva. Tot tweemaal toe werd me gevraagd of ik de polder weer inging. Natuurlijk ben ik in mijn geliefde polders geweest, maar ik ga heus ook naar andere bestemmingen. Bij voorbeeld de Noordelijke Gelderse Vallei in, naar plaatsen als Stoutenburg, Achterveld, Musschendorp, Terschuur en Appel. Waar de polders van de Eemvallei een weids karakter hebben kenmerkt de noordelijke vallei zich door bosgebied, landbouw, houtwallen en vooral beken. Prachtige oude beekjes als de Barneveldse beek, de Hoevelakense beek, de Esvelderbeek en de Heiligenbergerbeek (Lunterse beek). Al die beken stromen noordwaarts waar ze samenkomen in het Vallleikanaal en uiteindelijk in de Eem. En zo zijn we toch weer bij mijn polders aangeland.

Ik ben ook nog naar molen de Windhond op de Eng van Soest geweest. Ik kom graag op de Eng, ik heb er veel mooie jeugdherinneringen aan. De molen is bepalend geworden voor het uitzicht op de hele eng. Hij staat er namelijk niet zo lang nog. Pas vijftien jaar en dat is niet oud voor een molen. De oorspronkelijke Windhond stamde uit de achttiende eeuw en stond iets verderop. Door de komst van de stoommachines en later de elektrisch aangedreven maalderijen werd de molen overbodig. Hij raakte in verval en hij is uiteindelijk gesloopt. Een aantal Soesters wilde het oude beeld van de Eng herstellen en ze hebben eind jaren '70 een stichting tot herstel van de molen opgericht. Gesteund door donaties hebben vrijwilligers de nieuwe Windhond gebouwd op zijn huidige plek. Het is een fraaie korenmolen geworden die een bezoekje meer dan waard is. 

En dan zijn er nog de natuurgebieden de Schammer en Bloeidaal. Die hebben we van de week ook nog met een bezoekje vereerd. Het zijn twee niet erg grote gebieden, samen iets van 20 hectare, maar het is er erg mooi. Het is drassig land met riet, bosschages, orchideeën, reeën en veel vogels. De bedoeling is om het landshap van de Gelderse Vallei zoals dat er vroeger uitzag te behouden. Bovendien kan het hele gebied onder water lopen bij hevige regenval, zodat Amersfoorters en de Leusdenaren droge voeten houden. Dat is met de klimaatveranderingen van belang lijkt me. En er lopen goede fietspaden door beide gebieden, voor mij erg belangrijk. 

Op een van die paden trokken een drietal paarse afdrukken op de weg mijn aandacht. Ze bleken te gaan over woke zijn, iets waar ik totaal niet mee bezig ben. Maar door die paarse kleur leken ze me wel een foto waard. Terwijl ik daar langs de weg stond om de foto's te maken zijn er drie keer voorbijkomende fietsers gestopt om te vragen of ik pech had en of ze hulp konden bieden. Wat vind ik dat toch lief van mensen, dat ze even de tijd nemen om een medemens te helpen. Het gaf me een goed gevoel. En met dat gevoel in mijn hart en de zon op mijn bolletje ben ik verder gereden, richting de Stoutenburgs bossen. De paden op, de lanen in. Want ik hou niet slechts van polders.


In Stoutenburg


De Eng


zaterdag 13 mei 2023

BELABBERD

 Ik was even in een winkel bij mij aan de overkant, omdat ik etiketten nodig had. Nu is dit een zaak waar ze echt van alles hebben: kleding, huishoudgerei, batterijen, snoep, shampoos, dierbenodigdheden, speelgoed en nog veel meer. Een moderne winkel van Sinkel. Omdat ik er echter niet zeker van was of ze ook etiketten voeren in hun assortiment vroeg ik het aan de eerste en zoals bleek niet de beste winkelhulp die ik zag. Het was een vakkenvuller, een jongen van een jaar of veertien. Die zei in in eerste instantie gedecideerd van niet, maar terwijl hij het zei keek hij zichtbaar zoekend de winkel rond. Aarzelend kwam er toen de vraag "Uh, wat is etiketten precies? Ik had zo de neiging om hem te vertellen dat etiketten een meervoudsvorm is en dat hij derhalve had moeten vragen wat etiketten precies zijn, maar ik hield me in. Er schoot me ineens een nieuwsbericht van enkele dagen geleden te binnen over de steeds afnemende basisvaardigheden van leerlingen  in onder andere taal. In het onderwijs maakt men zich hier grote zorgen over, mede omdat ook de beheersing van onze taal bij leerlingen van d PABO's niet van voldoende niveau is. En dat laatste is natuurlijk helemaal zorgwekkend.

Maar goed, ik wilde het eigenlijk niet hebben over deze landelijk probleemsituatie. Nee, ik had het over mijn bezoek aan de winkel en de vakkenvuller bij wie de taalkwestie duidelijk ook speelde. De jongeman besloot de hulp van de bedrijfsleider in te roepen. Deze verscheen al snel en hij wees mij vriendelijk waar ik de door mij gewenste etiketten kon vinden. De jongeman was meegelopen en hij keek nog even zorgvuldig welk schap het was. Ik meende dat hij in elk geval leergierig was en ik vond dat prijzenswaardig. Maar op wat er toen gebeurde had ik echt niet gerekend: Hij wilde niet zelf iets leren, maar hij wilde mij iets bijbrengen. "Die heten stickers meneer, dan weet je het." Oh wat wens ik in dergelijke situaties toch dat ik nog kon praten. Dan zou ik de jongeman even hebben toegevoegd dat oudere mensen tutoyeren niet erg beleefd is. En dat denken dat jij niet iets moet leren op jouw leeftijd, maar dat een oude iemand iets van jou moet leren, hem niet echt zal helpen bij zijn echte banen straks. En vooral zo ik hem willen doen inzien dat zijn taalvaardigheid belabberd is. En dat dit hem nog het meest zal hinderen bij alles wat hij wil doen in het leven. Maar ja, ik heb het hem allemaal niet gezegd, want zijn woordenschat mag dan beperkt zijn, maar mijn vermogen om überhaupt woorden te uiten is net zo beperkt. En beide is behoorlijk belabberd. Verschil is dat ik weet wat belabberd betekent en hij helaas niet.

zaterdag 29 april 2023

ROZIG

Ik zit in mijn kamer achter de PC nogal rozig te wezen. Dat gevoel met gloeiende wangen heeft twee oorzaken. Ten eerste is het nu, even na acht uur 's avonds 26,3 graden. Nee, ik heb niet de verwarming hoog gezet; ik heb ramen op het zuiden en het westen. En ik ben vanmiddag toen het pas 14 graden was weggegaan zonder eraan te denken de zonwering te laten zakken. De andere, meest belangrijke, reden voor mijn rozig zijn is dat ik vanmiddag vier uur achter elkaar buiten in de polders ben geweest. Ik ben via het oude Hoogland naar Bunschoten gereden, een stukje Zeedijk langs het Nijkerkernauw meegepakt en vandaar langs het oude riviertje de Laak naar Vathorst getuft. En weer terug door de bebouwde kom naar mijn eigen buurtje. Alles bij elkaar heeft mijn trouwe scootmobiel me toch maar weer 33 kilometers gediend. Het was zulk heerlijk weer. De kieviten buitelden als ware acrobaten in het luchtruim boven de weilanden. Je hoorde ze van plezier en wellicht van trots hun eigen naam schreeuwen: "Kievit, kievit!" Dat was niet het enige voorjaarsgeluid dat er te horen viel. Af en toe scheerde er met een duikvlucht  een grutto boven mijn hoofd, in een poging me af te schrikken. Weg met die indringer! Ik denk altijd dat grutto's bange vogels zijn, bang dat iets of iemand hun eieren en hun jongen weg rooft. En dat ze daarom zo klaaglijk jammeren als ze boven je vliegen met hun kenmerkende "Oh gut, oh gut, oh gut." Oh ja, je ziet ook nog steeds behoorlijk wat hazen renen. Maartse hazen kunnen het niet zijn en ik heb nog nooit gehoord van Aprilse hazen. Wat het ook zijn, ze zijn mooi om te zien en ik geniet ervan. En je ziet overal zwanen op hun nesten en meerkoeten met hun foeilelijke jongen. Ja sorry, ik vind die beestjes niet om aan te zien met hun paarsachtige kale kopppies, hun felrode snavel en dat oranje donskraagje. Ik kijk liever naar de oh zo snelle boerenzwaluwen met hun rode kelen en hun gevorkte staarten. Of naar de ooievaar die met zijn brede vleugels wijd uitgespreid traag omhoog cirkelt op de warme lucht. En zoals ik waarschijnlijk al eens eerder heb verteld: ik kijk ook graag naar koeien. Ik heb me wat verdiept in de kenmerken van de meest voorkomende rassen en nu zie ik niet meer gewoon koeien. Ik zie Holsteins, kruisingen van Holsteins met allerlei rassen, Fries Zwartbont en MRIJ koeien (Dat is de afkorting voor Maas, Rijn en IJsselrunderen). Dat laatste ras is mijn favoriet, gewoon omdat ik ze mooi vind. En ook omdat de koeien meestal nog horens hebben, zoals het hoort. Tja, elke gek heeft zijn gebrek hè? Ik zag ook bij veel boerderijen de vlag weer gewoon rechtop hangen, een goed teken. En met dat positieve beeld ga ik maar eens eindigen. Ik ben het zat, ik ga lekker lui en rozig voor de buis hangen. 






zaterdag 11 maart 2023

HANDGESCHREVEN

 In mijn jeugd bestond het Internet nog niet en mobiele telefoons ook niet. Een vaste telefoon hadden we wel, maar bij voorbeeld zomaar even iemand opbellen voor een praatje was uit den boze, je haalde het niet in je hoofd. Als je wilde weten hoe het was met iemand die ver weg woonde schreef je hem of haar een brief. En dat deed je bij voorkeur met een vulpen, al mocht toen een balpen ook wel als de geadresseerde een goede bekende of een familielid was. Zo'n pen was destijds een zeer modern ding en heette nog ballpoint. Maar dit terzijde. Ik had bij voorbeeld een oom en tante die naar het verre Amerika waren geëmigreerd. Met enige regelmaat schreven mijn ouders een brief voor ze waarin verhaal gedaan werd van wat er zoal gebeurd was in onze familie. Zo'n brief werd naar het postkantoor gebracht alwaar een beambte van de Post hem voorzag van een geldige postzegel voor het buitenland. Het duurde zeker vier weken eer de brief aankwam in Californië en nog eens vier weken voor er een antwoord bij ons door de brievenbus gleed. Wat vond ik dat als kind spannend: een brief helemaal uit Amerika. Ik mocht hem uiteraard niet lezen, er stonden grote-mensendingen in, maar ik was al tevreden als ik de envelop met de Amerikaanse postzegel mocht bekijken. Dat was iets waar je over op kon scheppen op school.


Net als wanneer er een ansichtkaart werd bezorgd van kennissen die hun vakantie doorbrachten op Texel. Je had vroeger van die kaarten met daarop vier of vijf bezienswaardigheden van een stad op de voorkant. En dan stond er een tekst op met "Groeten uit ...". Misschien bestaan zulke kaarten nog wel, het zou me niet verbazen. Maar brieven zijn uit de tijd. Wie schrijft er tegenwoordig nog brieven naar vrienden of familie? Nou, toevallig doet mijn oudste nicht dat nog steeds. Met enige regelmaat wordt er bij mij een envelop bezorgd waarop mijn naam en adres in het voor haar kenmerkende handschrift geschreven zijn. Als ik de envelop zie weet ik al dat hij een brief van haar bevat. De brieven zijn altijd handgeschreven in een handschrift dat me doet denken aan het handschrift van mijn moeder. Je ziet dat de leerkrachten vroeger erop stonden dat je netjes en leesbaar leerde schrijven. En niet in blokletters hè? "Neen, U dient Uzelf een leesbaar lopend schrift eigen te maken jongelui." En indien nodig waren de meesters van vroeger echt niet zachtzinnig in hun methodes om te zorgen dat het je lukte hoor. Resultaat is echter wel dat die generatie nu nog steeds een mooi karakteristiek handschrift heeft.

Enfin, verder over de brieven van mijn nicht. Deze week lag er weer een op mijn deurmat. En ik vind het dan zo leuk om de envelop open te maken in de wetenschap dat er een met de hand geschreven brief in zit. Grappig, alsof er weer iets naar boven komt van de verwachtingsvolle spanning van vroeger. Ik vind dat echt een cadeautje zo'n brief. Niet slechts omdat mijn nicht humoristisch schrijft in mooie volzinnen met juiste interpunctie, hetgeen een verademing is. En ook niet alleen omdat ze haar zinnen doorspekt met de fraaie ouderwetse woorden waar ik zo van houd. Nee, ik vind het vooral een cadeautje, omdat iemand de moeite heeft genomen even te gaan zitten, de pen ter hand heeft genomen, een brief van twee kantjes te schrijven en vervolgens de brief op de post heef gedaan. Dat is toch mooi? Jij, beste lezer zult het moeten doen met een op de computer getypt verhaal dat digitaal verstuurd is naar je. Maar ik ben er wel even voor gaan zitten. Dat dan weer wel.

vrijdag 17 februari 2023

LENTEKRIEBELS


Ik zit behaaglijk warm achter mijn PC te schrijven terwijl de westenwind met vlagen tegen de ramen beukt. Wat een verschil met dinsdag en woensdag. Vooral dinsdag had ik ineens de lengtekriebels. De zon scheen zo uitnodigend dat ik niet anders kon dan haar invitatie te beantwoorden en naar buiten te gaan. Daar ging ik: donsjasje aan, de camera in de tas, de verrekijker gereed en Diva in haar mand op de treeplank. Onze bestemming waren mijn geliefde Eempolders.
Ook Diva  voelde het voorjaar duidelijk in haar botten. Ze sprong als een jonge hond uit haar mand zodra we in polder Weerhorst aan waren gekomen. Kwispelend struinde ze de bermen af op zoek naar prooi: krekels en andere klein grut. Ik genoot ondertussen van het uitzicht, van de katjes aan de elzen en vooral van het zonnetje op mijn gezicht. Na Weerhorst zijn we door de Zeldertse polder naar polder de Slaag gereden. Daar hebben we als vanouds de Vogelboulevard afgestruind. Vogelboulevard is niet de officiële naam van deze polderweg, de naam is ontstaan omdat er in het voorjaar zoveel weidevogels te zien zijn. Nu is half februari wel wat vroeg voor de grutto's, de kieviten en de tureluurtjes, maar er was desondanks best veel te zien. Grote groepen grauwe en Canadese ganzen bij voorbeeld. Ik vind het altijd een leuk gezicht als ze al toeterend in groten getale op de vleugels gaan. In de jaren '90 heb ik voor een landelijke stichting wintertellingen van trekvogels gedaan in de polders rondom Bunschoten en nog steeds vind ik het een sport om snel de aantallen ganzen te tellen/schatten, al dienen mijn tellingen nu geen ander doel dan mijn eigen plezier.
Over plezier gesproken: ik zag op diverse plekken de "maartse hazen" zich alweer verzamelen. Ook dat is zo'n sport van me in de polder: rustig rijdend de weilanden afspeuren op bewoners. Inmiddels ben ik daar na zoveel jaren struinen in de polders redelijk goed in geworden. Ik heb geleerd mijn ogen zonder ergens op te focussen langs het landschap te laten glijden. Bij elk afwijkend detail, zoals bij voorbeeld een donkere plek, focus ik onmiddellijk weer. Als ik denk dat het wellicht iets boeiends is stop ik en ik pak de kijker erbij. Soms is het slechts een hoopje aarde, een afgebroken paaltje of een huiskat, maar meestentijds is mijn gevoel juist en is het een wild dier. Bekende bewoners van de polder zoals de hazen herken ik inmiddels ook zonder kijker natuurlijk en de vogels herken ik aan hun vliegbeeld en gedrag. Maar ja, op al die vogels moet ik nog even wachten tot de lente echt inzet. De kriebels zijn er echter al en dat voelt goed.

Weerhorst



Zeldert



Vogelboulevard


donderdag 22 december 2022

VENITE ADOREMUS

Kerstmis nadert en zoals altijd in deze tijd van het jaar denk ik terug aan de kerstmissen van mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in de jaren '50 en '60. Het waren de jaren van de wederopbouw en we kenden niet veel luxe. We hadden het goed hoor: we hadden elke dag te eten, we hadden schone kleren en ik was me als kind niet bewust van grote mensenzaken als status, huur of zelfs geld. Maar zoals gezegd was er niet veel luxe. Luxe was in die tijd voor mij dat ik op woensdagmiddag bij de familie Kuiper met de andere kinderen uit de straat kindertelevisie mocht kijken tegen betaling van een dubbeltje. Of dat ik op zaterdagmiddag bij het winkeltje van Vrakking voor tien cent snoep mocht kopen. Maar waar ik echt naar uitkeek waren de hoogtijdagen zoals mijn verjaardag, Pasen en Kerstmis. Ik schrijf ze nog steeds met hoofdletters. En Kerstmis spande verreweg de kroon.

We gingen op 24 december 's avonds in een geleende auto met het hele gezin op weg naar Laren, naar het café van mijn opa. In het donker en we hadden slaapspullen mee. Dat alleen al was een avontuur. Daar aangekomen wachtten al mijn neven en nichten al op ons. Ik denk dat er zo'n 15 kinderen van ongeveer mijn leeftijd bij elkaar waren dan. We sliepen met zijn allen op matrasjes boven in de gang. Nou ja, sliepen?  We waren allemaal opgewonden en er werd behoorlijk wat gekeet voor we eindelijk in slaap vielen. Rond half twaalf werden degenen die oud genoeg waren gewekt en aangekleed om mee te gaan naar de nachtmis. Nog half slaperig liepen we mee met de hele familie. Opa, een statige man met kaarsrechte rug, liep als pater familias voorop, het halve dorp door naar de basiliek. De stoet bestond uit 13 volwassenen en iets van 15 kinderen, als ik goed tel tenminste. Na de mis, die twee uur duurde, kregen we bij opa thuis een beker warme chocolademelk en een plak kerstbrood met roomboter. Dat was destijds echt niet iets dat je elke dag kreeg, dus dat was smullen. Daarna moesten we weer een paar uur slapen, maar door alle opwinding kwam daar niet veel van. An het eind van de ochtend was het tijd voor de cadeaus. In het café stond een grote kerstboom met daaronder een enorme stapel pakjes, voor ieder een. Opa zat op een stoel ernaast en deelde de cadeaus één voor één uit. Hij stond erop bij elk pakje te wachten tot het uitgepakt was. Degene die het had gekregen hield dan zijn of haar cadeau omhoog zodat iedereen het kon zien. Opa hief bij elk cadeau de handen enthousiast hoog en riep daarbij luid "Oiii!". En wij werden allemaal geacht mee te roepen. Je kunt je voorstellen dat het uitpakken van meer dan dertig cadeaus op die manier de halve middag kostte. Elk kind zat ongeduldig te wachten tot eindelijk zijn of haar cadeautje werd gepakt door opa en dat duurde soms eeuwen. Maar die opgebouwde spanning maakte ook dat je extra blij was met wat je kreeg. Dat had opa goed gezien begrijp ik nu. Hij wist de kleine luxe met niets toch groot te maken. Aan luxe ontbrak het ons die dag overigens bepaald niet: we mochten limonade drinken zoveel we wilden (het was een café hè?) en er was snoepgoed en kerstkransjes. Oh, laat ik de zoute pinda's uit de pinda-automaat niet vergeten. Dat vond ik zo leuk: een dubbeltje in de gleuf doen, je hand onder de automaat houden, aan de hendel trekken en dan viel er zomaar een handvol pinda's uit. 's Avonds was er in het belendende zaaltje een kerstdiner. Er was overvloedig veel lekker eten, maar waar ik me het meest op verheugde was gebraden konijn. Man man, wat vond ik dat lekker. Ik heb in mijn latere leven meermalen een konijn gebraden, maar de haalden het nooit bij het konijnenvlees met Kerstmis vroeger. Na het diner zaten we met de hele familie bij elkaar. De volwassenen dronken een glas wijn of een borrel, de kinderen een glas limonade. Een nicht van me speelde kerstliederen op de piano. Ze werd begeleid door enkele andere nichten op de blokfluit en ik meen me te herinneren dat er één jaar zelfs viool bij gespeeld werd  Iedereen zong mee en er was een sfeer van saamhorigheid die speciaal bij Kerstmis hoorde. Er was één lied dat mij altijd ontroerde, het is nog steeds het mooiste kerstlied voor mij: Venite adoremus. Mijn ooms zongen het met sonore stemmen en dan de dames met hun alten of sopranen erbij. Dat was het allermooiste moment voor mij. Venite adoremus, laten we samenkomen om te aanbidden. Ik zou best weer willen samenkomen bij opa met Kerstmis met de hele familie voor dat fijne gevoel.



woensdag 14 december 2022

EVEN KERSTBOMEN

 Ik heb lang niet geschreven op deze plek. Ik had een tikkie last van een najaarsdip. Bovendien zijn Diva en ik met nat en guur weer bij voorkeur niet buiten. Diva uiteraard omdat ze van Mexicaanse komaf is en ik omdat ik het gewoon roerend met haar eens ben in deze. We hebben dus weinig lange ritten gemaakt en derhalve minder meegemaakt buiten. En dan is er ook minder te schrijven. Maar nu werd ik kortgeleden uitgedaagd door een vriendin van me om een kerstboomgedichtje te maken. Je weet wel: zo'n gedichtje in de vorm van een boom. Welgemoed ging ik aan de slag en weldra was er een klaar. Maar ja; als ik dan in gedachten bezig ben iets aardigs te bedenken stopt mijn fantasie heus niet om reden dat er een klaar is. Het resultaat was na een uurtje fröbelen in Photoshop niet één, maar vijf bomen. En die bomen wil ik nu me jullie opzetten hier.