Ik ben de afgelopen weeek veel in de polder geweest. Het is daar zo mooi nu met al die grutto's, tureluurs, kieviten en niet te vergeten de vele hazen. Ik was van plan er zaterdag ook heen te gaan, deze keer met Anneke en de kleine Zoey. Maar Anneke wilde niet te ver fietsen, dus besloten we naar park Randenbroek hier in de stad te gaan. Dat is nog geen tien minuten rijden. Daar aangekomen zette Zoey het op een lopen naar de speeltuin, want daar is ze dol op. Wij kwamen er in een wat rustige tempo achteraan. Voor we ook maar neer konden strijken op een bankje in de zon werden we al opgehouden door twee meisjes die helemaal verrukt waren van Diva. De "Oh wat lief!" "Ah, wat een schatje." "Mag ik haar aaien?" kreetjes waren niet van de lucht. Nu vindt Diva zulke belangstelling gelukkig heerlijk. Men is immers een diva? Wat bovendien meespeelt is dat ze weet dat ik doorgaans de kinderen een hondenbrokje geef dat ze dan weer aan haar geven. Niet alleen bij mannen, maar zeker ook bij honden gaat de liefde door de maag.Goed, uiteindelijk konden we plaatsnemen op een van de bankjes. Heerlijk in de zon zitten met niets anders te doen dan kletsen en af en toe kijken of Zoey geen gevaarlijke fratsen uithaalt op de speeltoestellen. Wat een leven. Maar na pakweg drie kwartier werden we het stilzitten toch een beetje zat. We zijn het park op ons gemak verder in gewandeld tot achter Huis Randenbroek. Daar is een grasveld met een vijver en uitzicht op het landhuis. Uiterard waren we niet de enigen die er kwamen genieten van het voorjaar. Dat vind ik zo leuk van stadsparken en stadsmensen: zodra het mooi weer is zitten ze op de gazons. De mensen bedoek ik hè, niet de parken. Ze zonnen op meegebrachte plaids, ze luisteren naar hun favoriete muziek, ze drinken een glaasje wijn uit koelers. Kortom: ze genieten van buiten zijn. En iedereen is vriendelijk. Weg met de korte lontjes. Diva dartelt van plaid naar plaid, komt even goedemiddag kwispelen en ze wordt overal verwelkomd met aaitjes. Ook zij heeft een goed leven, een hondenleven. Zoey vond vooral de vijver en de eenden interessant. Water waar je niet te dichtbij mag komen is nu eenmaal enorm aanlokkelijk voor een ondernemende peuter. "Niet te ver over de rand lopen Zoey." leverde een grijns en een uitdagend blik op. En uiteraard moest mevrouw de hele rand gauw lopen voor Anneke kon ingrijpen. Heerlijk is dat om te zien. Vooral omdat het niet mijn kind is en ik me de tijd dat mijn eigen kinderen zo deden goed herinner. Puur leedvermaak. Nogmaals: heerlijk. Wat minder leuk was was het feit dat ik even later op de terugweg door het park per ongeluk Zoey omver reed. Dat kwam zo: Ik was bezig met mijn scootmobiel door een iets te nauw zigzaghekje te manoeuvreren en natuurlijk wilde Zoey op dat moment ook door datzelfde hekje. Waar anders in een park van zeker drie hectare? Ik raakte haar omdat ik echt even moest vorkomen dat ik vast kwam te zitten en zij ondanks diverse waarschuwingen van haar moeder niet opzij wenste te stappen. Met mijn geringe snelheid was het gelukkig maar een lichte aanraking, maar ze kukelde desondanks voorover over een liggende boomstronk. Ik schrok me wezenloos en de arme Zoey denkelijk ook. Alleen Anneke, de ontaarde moeder, lag in een deuk. Over leedvermaak gesproken. Gelukkig mankeerde het kind niets, ze was alleen enorm geschrokken en wilde alleen nog maar in haar moeders armen huilen.
![]() |