zondag 13 februari 2022

EEN FILM

Vanmiddag waren Ans en ik in het Amersfoortse filmhuis om Amélie te kijken, een erg leuke Franse film. Een film vol humor en fantasiewerelden, een modern sprookje zoals de critici hem omschrijven. We waren blij dat we weer eens leuk uit konden gaan na zo'n lange tijd. Maar het is toch niet helemaal zo leuk en ontspannen als voor corona de wereld beïnvloedde. Om te beginnen kun je tegenwoordig nergens meer naar binnen zonder je Q code te laten zien. Nu wilde het toeval dat de app op mijn mobiel precies vanmiddag vreselijk traag was en geen code tevoorschijn wilde toveren. Dat vond ik ergerlijk, want zonder code zoals gezegd geen toegang. Zo'n haperende app kan je uitje dus goed verpesten. Stel je voor dat ik niet verder had gemogen en Ans stond al keurig gescand (en goedgekeurd) binnen. Gelukkig kon de medewerkster wel lezen dat ik drie vaccinaties heb gehad, dus mocht ook ik me tot de fortuinlijken rekenen die toestemming kregen het theatertje te betreden. Een kaartje laten zien is er uiteraard ook niet meer bij, al heeft dat niets met corona te maken. Ik vond dat altijd zo aardig dat je een bewijs in handen had dat je betaald had. Een kwitantie zeg maar. Of is dat een te ouderwets begrip? In ieder geval moet je nu op je mobiel de volgende q code tonen, deze keer die van je tickets. Godzijdank deed die code het wel en we mochten de zaal in. Dat wil zeggen dat we de zaal in wilden, maar we werden bij de deur tegengehouden. De zalen zijn in het filmhuis niet zo groot en bieden slechts plaats aan één invalidenplaats. Laat die plaats nu al bezet zijn, dus ik kon met mijn scootrmobiel niet binnen. Dat was even een tegenvaller, maar daar kan ik maar een persoon iets in verwijten: mezelf. Ik had bij de aankoop van de kaartjes aan moeten geven dat er een invalidenplaats beschikbaar moest zijn. Ik denk daar nooit aan en dat heeft al menig keer ertoe geleid dat Ans me moest helpen naar een stoel. Waarom ik dat altijd vergeet weet ik niet; het is mijn blinde vlek. (Toch eens iets aan doen Paul. Niet leuk voor je vriendin.)

Enfin, met wat inspanning en de hulp van Ans lukte het me om een drietal traptreden af te gaan en konden we eindelijk zitten. Nu hebben wij een voorkeur voor de buitenste zitplaatsen, zo dicht mogelijk bij het gangpad. Gewoontegetrouw wilden we onze tokessen laten zakken op stoel 1 en 2, maar we hadden buiten de corona waard gerekend. De eerste stoelen waren voorzien van een doek op de rugleuning met een tekst die duidelijk maakte dat ze niet mochten worden gebruikt vanwege de anderhalve metermaatregel. Goed, dan schuifelen we toch verder naar de volgende plaatsen. Daar aangekomen legde ik mijn jas en mijn pet op de stoel voor me. Laat de film maar beginnen hoor. Op dat moment kwamen er twee dames de rij voor ons in lopen die  wilden plaatsnemen op de stoelen waar mijn jas en pet lagen. Ans pakte de jas behulpzaam snel weg, maar kon zo vlug niet voorkomen dat mijn pet op het pad beneden ons viel. "Ach mevrouw", vroeg ze "wilt u misschien die pet even aangeven?" De dame keek naar de pet en toen naar ons alsof ze iets wilde zeggen. Ze bedacht zich, bukte en pakte mijn pet met de topjes van duim en wijsvinger op alsof er stront aan zat. Haar gezicht sprak boekdelen vol afschuw. Het was zo'n lachwekkende vertoning dat Ans het niet  kon laten om op licht spottende toon te zeggen "Wat vies hè?" Waarop de dame op een bitse toon een dame onwaardig opmerkte: "Hij is niet van mij." Vervolgens overhandigde ze mijn hoofddeksel, nog steeds met dat gezicht vertrokken van afschuw van de viezigheid die ze met blote handen had moeten vast pakken. Wij keken elkaar aan en konden ons lachen slechts met veel moeite verborgen houden. De film was nog niet begonnen en we zaten al volop in een film.

vrijdag 19 februari 2021

REURING EN STERKE VERHALEN.

 Vorige keer beloofde ik te vertellen over die tv die van 1 hoog uit het raam werd gegooid. Welnu, de straat waar we in de jaren '50 woonden had in het midden een bijna haakse hoek. Wij woonden precies op die hoek en zodoende konden mijn broer Rein en ik vanuit onze slaapkamer het gedeelte van de straat "om de hoek" goed zien. Aan de ene zijde van onze straat stonden rijtjeshuizen en aan de overkant waren het duplexwoningen. Dan heb je een beetje een beeld hoe de situatie was. Op een warme zomeravond hingen wij uit het raam omdat het te warm was in de kleine slaapkamer die we deelden. De achterbuurman van 1 hoog, een knappe macho, had de gewoonte om in het weekend een flink aantal biertjes tot zich te nemen en hij had een kwade dronk. Het was niet ongewoon om hem luidkeels ruzie te horen maken met zijn vrouw, die zelf overigens ook niet spoog in een glas bier. De keer waar dit verhaaltje over gaat was manlief echter uitzonderlijk kwaad. Hij schreeuwde dat hij haar zou vermoorden en je kon haar horen gillen. Kennelijk had iemand uit bezorgdheid voor het leven van de echtgenote de politie gewaarschuwd en die rukte met man en macht uit. De macht was in het geval van de politie Soest slechts twee  auto's, meer hadden ze er ook niet. Uit die wagens kwamen zes agenten die zo snel ze konden de woning binnenrenden. Op dat moment kwam er onder luid gerinkel van glas een tv door het raam van 1 hoog zeilen en hij spatte met een knal uiteen op de stoep. Inmiddels was zo ongeveer iedere bewoner van de straat naar buiten gekomen om te genieten van het onverwachte schouwspel. Daar kwamen vier agenten naar buiten die met de grootst mogelijke moeite de dronken buurman probeerden in bedwang te houden. Na een luidruchtige worsteling werd de man uiteindelijk achterin een politiewagen geduwd. De agenten stonden nogal stoer en zeer tevreden over hun eigen daadkrachtige optreden na te genieten, waarbij ze zich ongetwijfeld dachten te kunnen koesteren in de bewondering van het publiek. Helaas voor hen heeft niet de gerechtelijke macht maar de schavuit vrijwel altijd het publiek op zijn hand, zo ook die avond. Wat gebeurde er namelijk? De dronkenlap had stilletjes het portier aan de andere kant geopend, was uitgestapt en stond grijnzend een lange neus te maken achter de rug van de agenten. Toen de dienders der wet het opmerkten door het hoongelach van de omstanders zwaaide hij even naar ze en maakte dat hij wegkwam. Nu liepen er achter de huizen overal paadjes waar hij goed de weg kende en de agenten niet, dus het resultaat laat zich raden. 

Niet alleen onder de volwassenen waren er overigens schavuiten, ook de kinderen uit de buurt konden er wat van hoor. Er werd eens riolering aangelegd in de straat. Overal lagen van die enorme grote betonnen buizen waar wij 's avonds als de werklui weg waren in speelden. Op een dag hadden de werkers een grote pot vet vergeten mee te nemen  en uiteraard vonden wij die. Ja, dan heb je zo'n onverwachte buit en dan moet er natuurlijk ook iets mee gedaan worden. Maar wat kun je met een  blik gele vette blubber doen? Na wat suggesties van deze en gene kwam een van ons op een, dachten wij, lumineus idee. Een straat verder woonde iemand die in een Gogomobiel reed. Voor de jongeren onder mijn lezers: dat was een gek uitziend goedkoop autootje met drie wielen. Er zaten geen deuren in, je moest de plexiglas kap openklappen en dan kon je instappen. Er konden twee mensen in, achter elkaar. Per definitie was iemand die in zo'n lachwekkend ding reed een sul in onze ogen. Enfin, het lumineuze idee was dus om een grap uit te halen met die sukkel. Stilletjes zijn we me het blik vet naar zijn voertuig geslopen en we hebben we alle drie de wielen rijkelijk ingesmeerd. In onze fantasie zou de arme man de volgende ochtend proberen weg te rijden en zou dat niet lukken vanwege slippende banden. En we verkneukelden ons al op het idee dat hij dan die gore gele blubber moest verwijderen. Maar zoals zo vaak liep onze grap iets anders dan wij dachten. Het Pietje Beleffect zeg maar. De volgende ochtend klom de man in zijn Gogootje om naar zijn werk te gaan. Niets vermoedend gaf hij gas terwijl hij aan het stuur draaide om de weg op te rijden. En daar ging hij, rondtollend over de hele breedte van de straat, volkomen stuurloos. Godzijdank is er niemand geraakt. En in de jaren '50 stonden er maar 1 of 2 andere auto's geparkeerd, dus meer schade dan wat geplette struiken in een gemeenteplantsoen heeft hij niet aangericht. Nu denk ik aan de enorme schrik die de arme kerel overspoeld moet hebben, maar toen zag ik het, net als de andere boefjes uit de straat, als een zeer geslaagde grap. Een avontuur waar we nog menigmaal sterke verhalen over verteld hebben. En dat laatste ben ik nog niet verleerd....

woensdag 3 februari 2021

BLOEDBROEDERS

 Gisteren zat ik met mijn zus Monique herinneringen op te halen uit onze jeugd. Namen van lang niet genoemde vriendjes, vriendinnetje, buren en straatgenoten waren weer onderwerp van gesprek. In onze vroege jeugd woonden we in een gezellige arbeiderswijk waar altijd wel iets gaande was. Ruzies waarbij  zelfs een keer een tv van 1 hoog door het raam naar buiten werd gesmeten. En waar.... Nee, daar zal ik een volgende keer wel over schrijven. Ik wil het vandaag over iets anders hebben. Over mijn bloedbroederschap met mijn neef Jan. Door al die verhalen over vroeger kwam het idee bij me op om de verhalen van vroeger eens op te schrijven. Nu plaats ik, zoals bekend, graag foto's ter illustratie bij mij verhalen. Maar helaas heb ik nauwelijks foto's van mijn jeugd. Behalve een leuke foto die ik opgestuurd kreeg van neef Jan. Een foto waarop we als cowboys gekleed bezig zijn met

bellenblazen. Dat dit nu niet echt een typerende bezigheid voor cowboys is zal ons vast niet in het minst gedeerd hebben. We waren niet alleen veedrijvers met pistolen, we waren ook ridders en het meest spannend: piraten. Elke vakantie logeerden we om en om bij elkaar. Uiteraard vond ik logeren bij Jan veel spannender dan hem thuis ontvangen. Mijn tante maakte bij voorbeeld in het weekend heerlijke verse soep, de Larense Zuiderhei grensde zo ongeveer aan hun achtertuin, in het dorp was je met de fiets in een minuut of vijf zodat we onze opa konden bezoeken en..  achter hen woonde een vreselijk interessant buurmeisje. Maar het meest spannend was het feit dat Jan een boek had over de avonturen van een piraat. Als k me goed herinner heette hij Pierre Onaynias. Deze Pierre had, zoals het een echte zeerover betaamt, een bloedbroeder. Zo'n bloedbroederschap werd doorgaans bekrachtigd in een niet al te kinderachtig ritueel. De beoogde broeders maakten beiden met een mes of dolk een snee in hun onderarm, hielden de snedes op elkaar en lieten al doende bloed van de ander zich vermengen met hun eigen bloed. Nou, dat leek Jan en mij ook wel een noodzakelijke en vooral spannende plechtigheid voor ons. We waren immers gezworen vrienden en piraten in spe. We hebben stiekem een mes uit de keukenlade gepakt en zijn ermee naar boven gegaan. Nu bleek zomaar een snee in je arm maken met een mes toch nog niet zo makkelijk gedaan als gedacht. Hoe groot moet de inkeping zijn? En hoe diep dan? En ook bepaald niet onbelangrijk: doet het pijn? Avonturier en bloedbroeder zijn was ineens best lastig. Maar ja, wat doen twee enigszins bange jochies dan? Juist: ze willen niet voor elkaar onder doen en vooral willen ze de ander niet de indruk geven dat ze bang zijn. Het resultaat laat zich raden. We hebben alle twee het mes ter hand genomen en werkelijk een snee in onze onderarmen gemaakt. Nou ja, een snee? Het waren meer sneetjes. Maar ze bloedden en in onze fantasie waren het flinke kepen. Volgens het rituele voorschrift hebben we de kerven op elkaar gehouden en plechtig uitgesproken dat we vanaf dat moment bloedbroeders waren.

En nog steeds begroeten we elkaar na bijna 60 jaar met "Hé bloedbroeder." en dat zullen we blijven doen tot het eind der dagen. Want bloedbroeder ben je voor eeuwig. 

dinsdag 29 december 2020

Post voor Uusaa

 

Ik heb vorige week een nieuwjaarskaart bedacht, uitgevoerd in Photoshop en daarna 20 keer laten printen. Ik heb er meteen ook maar enveloppen bij besteld, want alle winkels zijn immers dicht. Gisteren werden de kaarten keurig bezorgd en ik kon aan de slag. Eerst adressen schrijven natuurlijk en vervolgens de kaarten in de enveloppen doen. Daarna ben ik eropuit gegaan om postzegels te halen. Omdat ik geen zin had om naar het postkantoor in de stad te gaan koos ik voor de servicebalie van de Appie op het plein in de wijk. Aldaar twee setjes van 10 zegels gekocht en ik dacht klaar te zijn. Nu moet er ook een kaart naar Florida gestuurd worden en daar dient uiteraard meer porto op geplakt worden dan op de andere. 



Ik meende op basis van mijn ervaring van jaren geleden even te kunnen googelen hoeveel postzegels voor een kaart ik erbij moest plakken. Maar ja, de moderne postzegel is niet voorzien van een waarde in centen, maar er staat het cijfer 1 op. Voor post naar het buitenland heb je dan weer postzegels nodig met een grotere 1 in het rood. Google leerde me wel dat die zegels €1,50 kosten en de kleinere €0,91, maar negens kon ik vinden of je dan op een kaart ook 3 of 4 kleine zegels mag plakken in plaats van 1 grote. Enfin, ik besloot vanmiddag maar naar de servicebalie terug te gaan om een zegel erbij te kopen. Daar aangekomen wilde ik bij de mevrouw achter de balie mijn reeds gefrankeerde enveloppen afgeven.


Ik had er mijn zegels immers gekocht en bovendien hebben ze er ook een afhaal-en brengpunt voor postpakketen, dus het leek me aannemelijk dat dit ook kon. Maar ik had buiten de waard of in dit geval de waardin gerekend. Ze keek naar het stapeltje enveloppen en zei "Nee meneer, dat doen we hier niet." Op mijn vraag of ze wist waar dat wel kon zei ze "Bij de boekhandel aan de overkant." "Maar alle winkels zijn toch dicht mevrouw." was mijn weerwoord. "Oh" was haar reactie, op een toon of dat voor haar een geheel nieuw inzicht was. "Dan kan het achter het plein." "Aan welke kant achter? Het plein heeft vier kanten." "Nou gewoon, erachter." Het leek me beter zelf even te gaan kijken later, dus liet ik het maar voor wat het was. 

Ik had alleen nog wel een zegel nodig voor de kaart naar Florida, dus vroeg ik de mevrouw of ze wist wat er op de envelop moest. Ze wierp er een  korte ongeïnteresseerde blik op en vroeg "Het is ook een kaart toch? Dan kan er een gewone postzegel op." "Kijk even naar waar hij naartoe moet." zei ik. Voor het eerst keek ze met enige belangstelling naar het adres. "Uusaa." zei ze nadenkend. Ze sprak het niet uit als de afkorting USA, maar als één woord waardoor het in mijn oren een beetje klonk als een plaats in Zweden. Vervolgens keek ze me aan en vroeg  "Ja?"  Ik  moest even schakelen in mijn hoofd. Was ze nu serieus? Aan haar gezichtsuitdrukking te zien wel. "Dan moet daar toch meer op dan op Nederlandse post?" informeerde ik vriendelijk. "Ah, ligt Uusaa in het buitenland? "Ja, dat ligt in het buitenland." hoorde ik mezelf tot mijn verbazing zeggen. "Heef u zegels van €1,50?" was mijn volgende vraag. Oei, weer een probleem. "Nee meneer, die hebben we niet. maar ik heb wel zegels voor het buitenland . Die gaan in een setje van 5 voor €7,50." Nu werd het me iets te gortig. "En wat kosten ze per stuk dan?" "We verkopen ze alleen per vijf meneer." zei ze en ze legde het setje alweer terug in de la. Ik had inmiddels het gevoel dat ik in Bananensplit zat. Ik probeerde het uit te leggen, waarom weet ik ook niet. "Als ze per vijf  €7,50 kosten zijn dit toch de zegels van €1,50 waar ik naar vroeg? "Nee meneer, dit zijn de buitenlandzegels. Wilt u ze nu wel of niet?" Ik heb de zegels maar gekocht en ik heb haar bedankt voor de moeite, want dat had het haar duidelijk gekost. Waarschijnlijk vond ze mij minstens zo vreemd als ik haar vond.

De enveloppen heb ik uiteindelijk afgeleverd bij het postkantoor. En nu maar hopen dat ze daar wel weten waar Uusaa ligt.

maandag 13 april 2020

DROOMWERELD

Wat is het ineens koud zeg! Zo'n verschil met gisteren. Toen ben ik er met diva nog op uit geweest, de Eempolder in. Het was zulk lekker weer, de zon scheen en er stond nauwelijks wind. Omdat ik de drukkere wegen wilde mijden ben ik naar polder de Slaag gegaan. Dat is een klein gebied aan de Eem, waarvan het grootste deel beschermd is vanwege de vele weidevogels die er broeden. Omdat Diva duidelijk geen zin had in een flinke wandeling zijn we gestopt bij het plas dras gebiedje dat onderdeel uitmaakt van de Slaag. Diva vond het fantastisch: ze ging languit in de zon liggen en genoot.

Ik had de scootmobiel geparkeerd in het gras langs het pad, comfortabel in mijn luxe stoel, camera in de aanslag: ik was er helemaal klaar voor. Maar toen ik een mooi plaatje wilde schieten van een grutto bleek de plas te ver weg te zijn voor mijn lens. Wat een teleurstelling! Enigszins uit mijn hum heb ik de camera weer weggeborgen. Nu zit er standaard in mijn fototas ook een verrekijker, dus heb ik die maar gepakt. Dat bleek een gouden greep te zijn. Ik genoot zo van het kijken naar die grutto, die met zijn goudbruine verenkleed bijna oplichtte in het zonlicht, dat ik de tijd compleet vergat. Het was alsof ik naar een natuur-documentaire keek, maar dan nog mooier dan op tv. Kijk je weleens door een verrekijker? Dan weet je dat het beeld niet slechts zo mooi is omdat alles vergroot wordt en je elk detail ziet. Nee, wat het kijken door een kijker echt boeiend maakt is dat je zicht beperkt wordt. Of beter gezegd, je gezichtsveld. Je wordt niet afgeleid door van alles wat er om je heen gebeurt; je ziet alleen nog het onderwerp dat je gekozen hebt. En opeens ben je in een geheel andere wereld. De grutto waadt langzaam met zijn lange donkere poten door het water, zo behoedzaam dat hij nauwelijks rimpels teweeg brengt. Voorovergebogen schuifelt hij met zijn snavel door het water op zoek naar smakelijke bodemdiertjes. Ergens achter je hoor je een andere grutto jammeren "Oh gut oh gut."  Je kijkt onwillekeurig op en de betovering is verbroken.
Maar zodra je je kijker weer richt op de plas ben je terug in Wonderland. Dit keer zwemt een moedereend in beeld. Het is een doodgewone wilde eend, maar wat heeft ze een prachtig verenkleed. Tientallen tinten bruin in een patroon dat de beste wevers niet kunnen vervaardigen. Achter haar volgen 6 kuikens op rij. Van die piepkleine geel met bruine bolletjes dons, nog geen 2 weken oud. Ze zijn zo druk bezig insecten zoeken dat ze de dikke stormmeeuw die stilletjes aan komt drijven niet eens opmerken. Plotsklaps zien ze het gevaar en in een mum van tijd verdwijnen ze in het riet bij de oever. Echt geen kuiken meer te zien, slechts wat boeggolfjes verraden dat ze er waren. Je zou zweren dat de meeuw beteuterd kijkt. Dit is echt een natuurfilm, alleen de muziek en de verteller ontbreken. Ik kijk even hoe laat het is. Ik zie dat ik ruim een half uur in mijn droomwereld heb vertoefd. Met het blote oog ontwaar ik wat tureluurs die langs de oever lopen en erachter in het weiland een kievit in zijn paars met groen met blauw metallic kleuren. En wat is dat verderop in het land? Is dat een haas? Snel de kijker er weer bij en ja hoor: er lig een haas te zonnen, de achterpoten gestrekt naar achteren, de lange oren alsmaar in beweging op zoek naar onraad. Waar zijn die tureluurtjes? Oh daar. Wat zijn ze mooi met hun rode pootjes en zwart rode snavel. Zulke sierlijke vogels. "Goedemiddag. Heeft u pech? Heeft u hulp nodig?" Ik word weer uit mijn droomwereld gehaald, deze keer door de stem van een passerende fietser die meent dat ik stil sta omdat ik pech heb. Nadat ik de behulpzame man heb verzekerd dat alles met mij en de scootmobiel in orde is gaat hij weer verder. Dat met Diva alles in orde was hoefde ik hem niet te vertellen: Ze deed haar best hem met luid gekef weg te jagen. Met dat luide misbaar joeg ze de magie van de plas echter ook weg. Dus heb ik haar maar wat water en een koekje gegeven als beloning. Het was toch tijd om huiswaarts te gaan. Naar de "echte" wereld. Onderweg ben ik nog even gestopt om een foto te maken van een groep zwanen, omdat het zo'n mooi beeld was. En met wat bewerken achteraf heb ik daar ook een droomwereld van trachten te maken.


zaterdag 28 maart 2020

AMERSFOORT IN BEELD 1

Achter de Heilige Geest

't Havik


Breestraat

Westsingel



Achter de Heilige Geest

De Nieuwe Stad



Daken

Het Lokaal

De Nieuwe Stad

't Zand

vrijdag 24 januari 2020

IK GA WEER LEZEN

Het ministerie van Sociale Zaken verstrekt mij en alle anderen die in verpleeghuizen wonen elk jaar een bedrag om iets extra's van te doen. Ik heb er eens een leuke online cursus Photoshop van betaald. En de afgelopen twee jaar heeft het ministerie mijn abonnement op de dierentuin gefinancierd. Dit jaar heb ik het besteed aan iets dat ik acht jaar geleden voor het laatst heb gehad: een abonnement op de bibliotheek.

Na mijn laatste heseninfarct mekte ik tot mijn verdriet dat lezen niet meer ging. Ik zag de woorden wel, maar op een gekke manier kon ik er niet meer van genieten. Ook kostte het me erg veel concentratie. En dat terwijl ik mijn hele leven boeken verslond. Als kind zat ik al stiekem de boeken voor volwassenen uit de boekenkast thuis te lezen, omdat al die boekomslagen naar me lonkten. De meeste van die geschriften waren uiteraard te hoog gegrepen voor een kind, maar er was er één dat ik prachtig vond: de trilogie over het geslacht Bjöndal. Een in kunstleer gebonden uitgave op knisperend dun papier in hoogdruk, verlucht met schitterende illustraties van Anton Pieck.

Toen ik een jaar of tien was mocht ik lid worden van de bibliotheek. De eerste keer dat ik het gebouw binnenkwam wist ik niet wat ik zag Zoveel boeken en ik mocht ze allemaal lezen! Ik was even dolgelukkig, maar de strenge mevrouw achter de balie maakte daar snel een eind aan. Ik mocht niet al die boeken lezen: slechts die van de jeugdafdeling. Bittere teleurstelling, die gelukkig maar kort duurde. Er bleken daar planken vol spannende titels te staan, dus ik was al weer heel rap tevreden. Het was daar dat ik kennismaakte met de kronieken over het fictieve land Narnia. Ik kon geen genoeg krijgen van de verhalen over saters, centaurs en andere sprekende dieren. Narnia was voor mij absoluut geen verzinsel, het was een mooi en spannend land vol prachtige wezens Ik kroop zelfs een keer in de garderobekast van mijn ouders in de hoop ook in een andere wereld terecht te komen. Dat overkwam me niet, maar ik trof er wel allerlei zaken aan die ook spannend waren voor een jochie van die leeftijd. Misschien komt dat nog eens ter sprake in een geheel ander verhaal. Ik wil het nu even houden bij mijn liefde voor fantasy boeken, waar C.S. Lewis met zijn Narnia ongetwijfeld het zaad voor heeft geplant. Ik las als volwassene vaak tot diep in de nacht door, domweg omdat ik niet stoppen kon. "Nog even het hoofdstuk uitlezen. Jee, wat zou er nu gebeuren? Hoe laat is het? Oh, één hoofdstuk kan nog wel." En zo werd het vaak drie of zelfs vier uur.

Ik genoot met een niet te stillen leeshonger van de werelden van Jack Vance, de avonturen van de prinsen van Amber, de belevenissen van Paul "Muhad'Dib" Artreides op Duin, de reis van Rhand Altor langs het Rad des Tijds en natuurlijk van de hobbits en hun metgezellen, beschreven door de onvolprezen J.R.R. Tolkien.

De afgelopen acht jaar heb ik het moeten doen met fantasy films zoals bij voorbeeld de In de ban van de ring trilogie en de Hobbit. Best mooie films, dar zal ik heus niets op afdingen. Maar... ze halen het niet bij het lezen van een boek. Al lezend vorm je je een beeld van de personen, hoe ze eruit zien, van de wereld waarin ze leven, van exotische gebouwen, van onbekende planten,van van alles. Je bouwt uit de woorden van de schrijver een geheel eigen wereld op, die ongetwijfeld niet lijkt op de wereld die hij voor ogen had. Het is jouw wereld, door jou gecreëerd. Dat is toch fantastisch?  Dat is pure magie. En daar gaat het boek dat ik gisteren geleend heb ook over: over magie. Ik heb vanmiddag al twee hoofdstukken met plezier gelezen. Ik heb niet slechts genoten van het pakkende verhaal; ook van de mooi gekozen woorden. En weet je wat ik nu ga doen? Ik ga weer lezen.