vrijdag 24 januari 2020

IK GA WEER LEZEN

Het ministerie van Sociale Zaken verstrekt mij en alle anderen die in verpleeghuizen wonen elk jaar een bedrag om iets extra's van te doen. Ik heb er eens een leuke online cursus Photoshop van betaald. En de afgelopen twee jaar heeft het ministerie mijn abonnement op de dierentuin gefinancierd. Dit jaar heb ik het besteed aan iets dat ik acht jaar geleden voor het laatst heb gehad: een abonnement op de bibliotheek.

Na mijn laatste heseninfarct mekte ik tot mijn verdriet dat lezen niet meer ging. Ik zag de woorden wel, maar op een gekke manier kon ik er niet meer van genieten. Ook kostte het me erg veel concentratie. En dat terwijl ik mijn hele leven boeken verslond. Als kind zat ik al stiekem de boeken voor volwassenen uit de boekenkast thuis te lezen, omdat al die boekomslagen naar me lonkten. De meeste van die geschriften waren uiteraard te hoog gegrepen voor een kind, maar er was er één dat ik prachtig vond: de trilogie over het geslacht Bjöndal. Een in kunstleer gebonden uitgave op knisperend dun papier in hoogdruk, verlucht met schitterende illustraties van Anton Pieck.

Toen ik een jaar of tien was mocht ik lid worden van de bibliotheek. De eerste keer dat ik het gebouw binnenkwam wist ik niet wat ik zag Zoveel boeken en ik mocht ze allemaal lezen! Ik was even dolgelukkig, maar de strenge mevrouw achter de balie maakte daar snel een eind aan. Ik mocht niet al die boeken lezen: slechts die van de jeugdafdeling. Bittere teleurstelling, die gelukkig maar kort duurde. Er bleken daar planken vol spannende titels te staan, dus ik was al weer heel rap tevreden. Het was daar dat ik kennismaakte met de kronieken over het fictieve land Narnia. Ik kon geen genoeg krijgen van de verhalen over saters, centaurs en andere sprekende dieren. Narnia was voor mij absoluut geen verzinsel, het was een mooi en spannend land vol prachtige wezens Ik kroop zelfs een keer in de garderobekast van mijn ouders in de hoop ook in een andere wereld terecht te komen. Dat overkwam me niet, maar ik trof er wel allerlei zaken aan die ook spannend waren voor een jochie van die leeftijd. Misschien komt dat nog eens ter sprake in een geheel ander verhaal. Ik wil het nu even houden bij mijn liefde voor fantasy boeken, waar C.S. Lewis met zijn Narnia ongetwijfeld het zaad voor heeft geplant. Ik las als volwassene vaak tot diep in de nacht door, domweg omdat ik niet stoppen kon. "Nog even het hoofdstuk uitlezen. Jee, wat zou er nu gebeuren? Hoe laat is het? Oh, één hoofdstuk kan nog wel." En zo werd het vaak drie of zelfs vier uur.

Ik genoot met een niet te stillen leeshonger van de werelden van Jack Vance, de avonturen van de prinsen van Amber, de belevenissen van Paul "Muhad'Dib" Artreides op Duin, de reis van Rhand Altor langs het Rad des Tijds en natuurlijk van de hobbits en hun metgezellen, beschreven door de onvolprezen J.R.R. Tolkien.

De afgelopen acht jaar heb ik het moeten doen met fantasy films zoals bij voorbeeld de In de ban van de ring trilogie en de Hobbit. Best mooie films, dar zal ik heus niets op afdingen. Maar... ze halen het niet bij het lezen van een boek. Al lezend vorm je je een beeld van de personen, hoe ze eruit zien, van de wereld waarin ze leven, van exotische gebouwen, van onbekende planten,van van alles. Je bouwt uit de woorden van de schrijver een geheel eigen wereld op, die ongetwijfeld niet lijkt op de wereld die hij voor ogen had. Het is jouw wereld, door jou gecreëerd. Dat is toch fantastisch?  Dat is pure magie. En daar gaat het boek dat ik gisteren geleend heb ook over: over magie. Ik heb vanmiddag al twee hoofdstukken met plezier gelezen. Ik heb niet slechts genoten van het pakkende verhaal; ook van de mooi gekozen woorden. En weet je wat ik nu ga doen? Ik ga weer lezen.

zaterdag 7 december 2019

WIE WAS DE MOEDER VAN SYLVIA?

Kennen jullie dat? Dan hoor je een liedje en het blijft dagenlang in je hoofd rondspoken. Als ik achter mijn PC zit heb ik altijd radio NPO 1 aan staan. Om alles bij te houden op Facebook, Instagram en Wordfeud heb ik natuurlijk niet mijn gehele aandacht nodig en dan is het prettig om tegelijkertijd te luisteren naar het achtergrondnieuws. Ter afwisseling wordt er af en toe naast het nieuws ook wat muziek ten gehore gebracht. Zo ook drie dagen geleden. Ik luisterde naar een leuk programma over de oogst van suikerbieten toen er tussendoor een oud nummer van Dr. Hook gedraaid werd: Sylvia's mother.

Ik neem aan dat de iets ouderen onder jullie het nummer wel kennen. Het was begin zeventiger jaren een hit. Nu heb ik het altijd wel een aardige song gevonden , maar om nu te zeggen dat het tot mijn favorieten hoort: nee, bepaald niet. Het is namelijk een echte tranentrekker over niets anders dan een telefoongesprek van een wanhopige jankerd die tevergeefs de moeder van zijn grote liefde Sylvia probeert te overtuigen dat ze haar even aan de telefoon moet roepen. Wat een drama! En dat vier minuten lang... Hazes zou er jaloers op geweest kunnen zijn.

Dr Hook and the Medicine Show
Enfin, de tekst van het nummer valt me nu al drie dagen met enige regelmaat lastig. Met name één zin voert daarbij de boventoon: "And the operator says forty cents more for the next three minutes." Een zinnetje dat los van het gehele lied volkomen onzinnig is. Waarom blijft het dan toch terugkeren in mijn hoofd? Ik heb geen enkele ervaring met openbare telefooncellen in Amerika, noch met wanhopige gesprekken met voormalige schoonmoeders. Het is mij een raadsel, dat ik in eerste instantie trachtte op te lossen. Maar toen bedacht ik me dat de ervaring me allang geleerd heeft dat zo iets resulteert in twee problemen. Die tekst volhardt dan nog heviger in zijn pesterijen jegens mij én het onopgeloste raadsel wordt dan een minstens zo ergerlijke metgezel in mijn gedachten.
Kom ik nog enigszins over als een geestelijk gezond persoon na dit relaas? Of zijn jullie er nu echt van overtuigd dat er flink wat essentiële steekjes los zijn bij mij? Nou, verkneukel je in dat geval dan nog maar even iets meer. Het wordt namelijk nog erger. Ik herinnerde me dat ik eens gehoord of gelezen had dat je zo'n stukje songtekst kwijt kunt raken door het hele nummer te zingen of te luisteren. Nu is dat tegenwoordig nogal makkelijk: op YouTube staat vrijwel elke song die je maar zoekt. Dus ik heb braaf geluisterd naar de voltallige 4 minuten van Dr Hook met het drama veroorzaakt door de hardvochtige moeder van Sylvia. Plots kwam er al luisterend de vraag bij me op wie toch die mevrouw Adrian, zoals ze genoemd wordt, geweest zou kunnen zijn. Om te voorkomen dat ik nu weer dagenlang met deze nieuwe vraag in mijn hoofd zou rondlopen, heb ik snel gegoogeld op "mrs. Adrian". En wat denk je? Ze heeft echt bestaan. De schrijver van het lied heeft werkelijk eens een dergelijk telefoongesprek gevoerd met de moeder van zijn grote liefde Sylvia. Alleen heette deze mevrouw niet Adrian maar Pandolfi. Volkomen onnutte informatie voor mij en zeer waarschijnlijk ook voor jullie, maar... Ja echt heus waar: ik ben ineens dat stomme liedje kwijt. Bedankt moeder van Sylvia, ik zal u nooit meer lastigvallen als u belooft dat bij mij ook niet meer te doen.

dinsdag 3 december 2019

HET ZIJN HONDEN

Er zin regelmatig mensen die spottende en kleinerende opmerkingen maken over mijn chihuahua Diva; onder andere ook bekend staand als Diefje, het Mormel, de racerat of de sloerie. Maar dat zijn benamingen die Ans en ik hanteren en wij mogen dat. Omdat we zulks uit liefde plegen te zeggen en niet als belediging of als kleinering. De ergste opmerkingen vind ik die waarmee geïmpliceerd wordt dat chihuahua's geen echte honden zijn. Dat zijn ze namelijk wel degelijk. Het zijn kleine, stoere, dappere en slimme hondjes.
Ik zal hier iets vertellen over Diva waaruit blijkt dat ze niet onderdoet voor menig grote waakhond. Ze sliep altijd in haar mand naast mijn bed. Nu komen ze mij 's morgens als ik nog slaap mijn eerste sondevoeding toedienen. Als ze dat rustig doen slaap ik gewoon door en Diva sloeg nooit aan, omdat ze de reguliere verzorgsters goed kent. Edoch, op een keer kwam er een voor haar onbekende vrouw binnen. Die boog zich over mij heen en trok stilletjes de deken een stukje opzij. "ONRAAD!" moet Diva gedacht hebben, "Ze komen aan mijn baasje." Ze bedacht geen moment en sprong grommend omhoog tegen het been van de verzorgster. En ze beet zo hard ze maar kon in de dij van de hevig geschrokken dame in kwestie. Door het gegil van de vrouw en het geblaf van Diva werd ik uiteraard wakker. Nadat ik Diva had gekalmeerd en weer in haar mand had gestuurd konden we de schade opmaken. Het bleek dat ze een flinke bloeduitstorting ter grootte van een duivenei op haar geweten had en een gekwetst ego.


Gelukkig vatte het slachtoffer het even later toch nog sportief op, nadat ik haar uitgelegd had waarom Diva zo gereageerd had. Dat begreep ze wel en ze heeft er geen officiële rapportage van gemaakt; slechts een interne. Het enige gevolg is dat Diva vanaf die dag moet slapen in een afgesloten bench. Het had ook veel erger kunnen aflopen, bij voorbeeld met een officiële klacht. In dat geval had ik het Mormel moeten wegdoen. En terecht, want het was natuurlijk onacceptabel gedrag. Maar ik durf inmiddels wel hardop toe te geven dat ik stiekem best trots op haar was.



Wat reukvermogen betreft kan mijn chihuahua wedijveren met bekende speurhonden als herders en met menig jachthond. Zojuist zag ik haar door de kamer lopen en ineens stopte ze. Ze zette vervolgens koers richting de kast ongeveer een meter verderop. Daar bleef ze maar snuffelen en krabben. Kennelijk lag er iets onder dat ze wilde hebben. Ik ging ervan uit dat het weer om een zoekgeraakt balletje ging en ik pakte de wandelstok alvast. Die stok dient niet om haar weg te jagen hoor. Nee, ik gebruik het gebogen deel als haak om iets te enthousiast gespeelde balletjes onder het meubilair vandaan te harken.Dat wilde ik dus deze keer ook doen, maar zelfs na 4 pogingen kwam er maar geen bal tevoorschijn. Op wat vlokjes stof na leverde mijn gehengel niets op. Diva volhardde echter in haar pogingen om iets onder de kast uit te krabben. "Vooruit dan maar", zei ik "Ik probeer het nog één keer." En warempel: met die laatste haal met de wandelstok had ik beet hoor. Er kam een brokje van het voer van Diva mee. Dolblij dook ze op het kleinood, vrat het gulzig op en ging vervolgens tevreden in haar mand liggen kijken naar haar totaal verbijsterde baasje. "Wat nou baas? Ik rook het toch?" Nu vraag je je misschien af wat hier nu zo bijzonder aan is. Welnu, bekijk dan onderstaande foto eens: dat brokje is zo klein dat het op de nagel van mijn pink past. En dat ruikt madame in het voorbijlopen onder een kast vandaan. Was ze niet zo klein, dan zou ze bij de politie kunnen of bij de douane.
Wie nog een keer zegt dat chihuhua's geen echte honden zijn kan erop rekenen dat ik Diva loslaat. Honden zijn het.







zaterdag 26 oktober 2019

SPORTIEF

Ik ben geen liefhebber van sport. Ik beoefen geen sport en ik kijk ook niet naar sport op tv. En al helemaal niet in werkelijkheid langs een sportveld. Want ik wil niet vereenzelvigd worden met die irritante schreeuwers die je daar altijd aantreft. Ik snap werkelijk niet waarom het er op sportvelden zo lawaaiig aan toe moet gaan. Neem nu het leuke uitlaatveldje bij mij in de wijk als voorbeeld. Als ik daar rijd en geniet van de bomen en de bloemen, word ik steeds weer gestoord door de luide kreten van het aangrenzende voetbalveld. Zijn voetballers wellicht doof? Waarom schreeuwen ze toch naar elkaar terwijl ze op nog geen 10 meter afstand van elkaar lopen? En dan de toeschouwers: die zijn nog erger. Zo hard ze maar kunnen schreeuwen ze aanwijzingen naar de spelers. Waarom toch? Ach ja, voetballers zijn waarschijnlijk doof. Dom van me. Het zijn niet slechts voetballers hoor die zoveel misbaar maken.  Ik kom regelmatig in een mooi natuurgebiedje net buiten de stad. Ernaast liggen hockeyvelden. Behalve van het vreselijke geluid van die keiharde pucks tegen de metalen vangkooi mag ik ook mee genieten van het geschreeuw van de spelers. Ergerniswekkend. En roeiers: die zijn nog het allerergst. Nou ja, niet de roeiers zelf. Die zijn voor sporters merkwaardig stil. Maar om dat te compenseren fietst er op het pad langs het water een trainer mee. Zo'n man heeft standaard een megafoon bij zich om nog harder te kunnen schreeuwen dan hij van nature al kan. Ik zweer het je: een megafoon! Terwijl de roeiers pakweg 15 meter bij hem vandaan varen. En dat lijken ze zonder zijn geblaat ook prima te doen. En vooral veel stiller. De meeste andere mensen komen bij of op dat water om te genieten. En niemand van hen produceert dermate veel lawaai dat de anderen er ongewild van mee moeten genieten. Ach ja, soms hebben de jongelui die er komen zwemmen wat luide muziek aan staan. Maar er lopen handhavers die hen manen tot iets minder volume. Dat is ook normaal: niemand mag overlast veroorzaken. Wat mijn pet te boven gaat is dat eenzelfde mate van overlast door sporters blijkbaar getolereerd wordt. Hebben sporters een uitzonderingspositie? En zo ja; waar is die op gebaseerd in vredesnaam? Wat mij betreft mag er tegen die luidruchtige sporters en hun evenzo rumoerige aanhang ook opgetreden worden. Van mij mogen ze gerust juichen als er gescoord wordt hoor en ze mogen zelfs afkeurend joelen bij foute acties op het veld. Allemaal prima, maar laat ze een beetje rekening houden met anderen. Anderen zoals ik en wie weet ga ik sporters nog waarderen. Zo sportief ben ik dan ook wel weer.

vrijdag 18 oktober 2019

WHAT A DIFFERENCE A WEEK MAKES

We hebben een wisselvallige week achter de rug. Ik heb het niet over de situatie in voormalig Koerdistan, noch over de stupide reacties van Trump daarop of de kwaadaardige uitspraken van Erdogan. En over Boris wil ik al helemaal niets kwijt, behalve dat het een pedante kwast is dan. Neen, ik doelde gewoon op het weer. Het favoriete gespreksonderwerp van alle Hollanders. Ik ben al die regen zo zat. Terwijl ik dit schrijf is het toevallig droog, maar dan waait het weer zo hard dat een mens bijkans uit zijn verschoning geblazen wordt.

Doorkijkje in Bloeidaal
Dus zit ik hier achter mijn toetsenbord en scherm met weemoed terug te denken aan vorige week zondag. Wat was dat een heerlijke dag, het leek wel voorjaar. In t-shirt en dunne bodywarmer ben ik naar de natuurgebieden Bloeidaal en de Schammer geweest. In Bloeidaal geniet ik altijd van de fraaie doorkijkjes. Diva jaagt ondertussen in het gras van de bermen op sprinkhanen, muizen en bewegende pluisjes. En voordat jullie schrikken: ze vangt nooit iets, zelfs geen pluisje. Het is een chihuahua hè?

Ook waren er de hele middag van die prachtige wolken te zien. In de Schammer is het weids genoeg om ze optimaal te laten uitkomen en om fraaie foto's te maken dus.
Op de terugweg had ik geen zin om door de drukke stad te rijden; ik wilde het buitengevoel nog wat vasthouden. Derhalve zijn we om het centrum heen gereden door de Plantsoenen. Dat is een strook groen buiten de voormalig stadsmuren. Erg mooi, mede omdat er nog een flink deel van de ommuring bewaard is gebleven, al dan niet gerestaureerd. En over oude stadsmuren gesproken: daar hoorden  natuurlijk ook toegangspoorten bij.
De Koppelpoort
Een daarvan was de Koppelpoort, de poort waar men de toegang via de Eem bewaakte. Daar kom ik uit als ik door de Plantsoenen naar huis rij, dus vind ik dat hij tegenwoordig mooi dienst kan doen als toegangspoort naar mijn eigen wijkje.  Niet verkeerd toch, als afsluiting van een ritje door de omgeving op een lenteachtige zondag in de herfst?





Diva op jacht in de jungle

De Plantsoenen

zaterdag 5 oktober 2019

AARDSTERREN EN KLUIFZWAMMEN

De vliegenzwam
De herfst heeft zijn intrede gedaan. Het regende de afgelopen dagen schier onafgebroken. Ik heb er tegenwoordig een beetje een hekel aan, aan al die nattigheid. Dat komt omdat in de regen rijden met een scootmobiel niet leuk is. Wat een weldaad is zo'n droge zonnige dag als vandaag dan. Ik heb er dan ook met volle teugen van genoten. Vergezeld door vriendin Ans en uiteraard ons mormel Diva ben ik ruim vier uur buiten geweest om paddenstoelen te fotograferen. We hoopten in ieder geval een paar mooie vliegenzwammen te vinden. Je weet wel: die rood met witte stippen uit het liedje over kabouter Spillebeen.

De aardster
Welnu, dat is gelukt. Ik heb zeker zeven mooie foto's kunnen maken. Maar we hadden nog meer geluk, want ergens zomaar langs een druk bezocht fietspad troffen we een groepje aardsterren. Die zie je niet overal. Mooi zijn ze toch en zo apart van vorm. Op de terugweg stonden er ook nog eens kluifzwammen in de het gras langs de weg. Voor de doorgewinterde paddenstoelendeskundige wellicht niets bijzonders, maar onze vreugde kon niet op. En we zijn niet alleen blij met aparte vondsten hoor. Ook veel voorkomende soorten als bij voorbeeld het honingzwammetje gaan bij ons op de foto. Gewoon omdat het van die schattige kleine paddenstoeltjes zijn die altijd met de hele familie bij elkaar klitten. Ze hebben iets aandoenlijks. Eigenlijk genieten we van bijna alles wat we zien onderweg: een roodborstje, het uitzicht op de duinen of een grillig gevormde dode boom. Behalve van regen; daar hebben we alle drie een hekel aan. Maar dat had ik al gezegd. Ik begin te zwammen.



Kluifzwammen

Een mij onbekende grootheid

Vliegenzwam

Honingzwammetjes









zaterdag 14 september 2019

SPOREN VAN DE OORLOG

Ik weet niet goed hoe dit verhaal te beginnen Het is zo complex en divers. Het is een verhaal van heftige emoties, een leuke middag met vrienden, een nieuwe vrijetijdsbesteding, maatschappelijk betrokken zijn en de geschiedenis van de stad. Klinkt dit verwarrend? Dan zal ik proberen enige duidelijkheid te scheppen.


Een vriend van me maakt waar hij ook komt foto's  van oorlogsgraven, -monumenten en van gedenkstenen. Hij vertelde me kortgeleden dat hij dit onder meer doet voor Traces of War, een site die informatie verstrekt over nog bestaande sporen van wereldoorlogen. Een mooi initiatief vond ik. Nu had ik vorig jaar in mijn wijk een fotoreportage gemaakt van de onthulling van 13 gedenkstenen voor gevallenen in de tweede wereldoorlog. Die foto's heb ik daags erna opgestuurd en ik kreeg als antwoord dat men er erg blij mee was. Wat doe je dan in zo'n geval? Je gaat kijken op de site hoe je foto's eruit zien. En uit nieuwsgierigheid heb ik ik natuurlijk ook gekeken wat er nog meer uit Amersfoort op staat. Zo kwam ik erachter dat men van diverse plekken in de stad nog geen foto's had. Ik ben eens gaan kijken op enkele van die locaties en ik heb er opnames van gemaakt. Het verbaasde me dat er zoveel uitingen van herdenking zijn in mijn eigen woonplaats en dat ik er zo weinig over weet. Het intrigeerde me dermate dat ik binnen één week van acht plekken informatie heb gelezen en foto's heb gemaakt. En dat is nog maar een klein deel van wat er te vinden is in Amersfoort alleen al. Ik heb dus een nieuwe vrijetijdsbesteding erbij. Dat vind ik dubbel leuk omdat ik op die manier iets bijdraag aan de maatschappij en ook nog veel leer over de geschiedenis van mijn omgeving.
De wachttoren
Het duurde niet lang eer ik me realiseerde dat ik nog nooit bij kamp Amersfoort was geweest. Ook daarvan kwam men bij Traces of War nog foto's tekort, dus heb ik mijn beide vrienden uitgenodigd om er eens gezamenlijk heen te gaan. Gisteren hebben we dat inderdaad gedaan. Het  was heerlijk weer en het kamp ligt midden in een prachtig bosgebied. We waren aanvankelijk in een opperbeste stemming, maar dat werd alras minder toen we voor de ingang van het informatiecentrum een dreigend uitziende wachttoren aantroffen. Binnen werden we echter vriendelijk ontvangen en na een inleidend gesprekje bood de gids aan om ons en de andere bezoekers een filmpje te laten zien. We hebben zitten kijken en luisteren naar het verhaal van een oudere dame die als meisje samen met haar ouders en broers opgepakt werd wegens het in huis hebben van wapens van het verzet. Het hele gezin werd naar het kamp gebracht. Ze werd gescheiden van haar familie want mannen, vrouwen, jongens en meisjes werden apart gehuisvest. Ze vertelde onder meer dat ze haar moeder af en toe zag in de wasruimte en dat bij zo'n gelegenheid haar moeder haar snel toefluisterde dat haar vader en broer gefusilleerd waren. Ik zat met tranen in mijn ogen te luisteren naar dat heftige relaas. Ook bij mijn vrienden hakte het er behoorlijk in, zag ik. We besloten nog één filmpje bij te wonen en daarna naar buiten te gaan.
Indrukwekkend
Gelukkig bood dat een iets opgewekter beeld van de jaren in het kamp. Een jongeman uit Utrecht was overgebracht naar het kamp. Bij aankomst trof hij er Loes van Overeem aan, een verpleegster die hij in de gevangenis in Utrecht al had ontmoet. Zij pikte hem uit de rij nieuwkomers en zei tot zijn verbazing dat hij ernstig ziek was. Hij werd naar de ziekenbarak gebracht, waar hij kort daarna op mirakuleuze wijze genas van zijn aandoening. Hij werd, ondanks gebrek aan enige opleiding hiervoor, aangesteld als verpleger. Uiteraard heeft hij tijdens zijn werkzaamheden verschrikkelijke situaties meegemaakt, maar hij ziet achteraf die periode in het kamp toch voornamelijk als goed voor hem persoonlijk. Hij heeft daar namelijk zichzelf de verplichting opgelegd om na de oorlog medicijnen te gaan studeren, mocht hij het overleven. En hij is inderdaad huisarts geworden. Mooi verhaal; ook indrukwekkend, maar anders. Ook bij deze mensen, en vele anderen, mag je spreken van sporen van de oorlog.

De schietbaan
Goed, wij zijn de zon maar weer in gegaan om even bij te komen. Dat zonnetje hielp wel iets, maar de omgeving bleef drukkend. Als eerste liepen we namelijk over de schietbaan. Normaal gesproken zou ik het een mooi pad door het bos hebben gevonden, want dat is her ook. Als je het pad echter voor je ziet met het verhaal dat je zojuist gehoord hebt nog in gedachten is het een indrukwekkende, een  eeuwigheid lang durende weg naar een gewisse dood. De terdoodveroordeelden moesten dit pad namelijk aflopen en ze wisten nooit op welk moment ze doodgeschoten zouden worden. Maar dat het stond te gebeuren was zeker voor ze. Je wordt gewoon akelig als je je dat probeert voor te stellen. En dan is er het lijkenhuisje. Althans de restanten van de fundering. Ook al zo'n plek waar je nauwelijks aan iets anders kunt denken dan aan de ellende van de oorlog. Alleen de macabere naam al. Er kwamen bij mij beelden naar boven van opgestapelde uitgemergelde lichamen. Gelukkig was Kees er. Kees is een kat, die volgens zijn naamplaatje zo heet. Hij liep op zijn gemakje over de restanten van de muren, jaagde wat op muizen en zat er te zonnen. Ik weet niet of hij in dienst is van het informatiecentrum om bezoekers op te beuren, maar hij is er in ieder geval uitermate geschikt voor.
Tja, ik merk al schrijvend dat dit een lang verhaal is geworden en het is nog lang niet af. Maar om mijn lezers nu te vergasten op nog meer narigheden en sombere gedachten is ook zo wat. Ik noem dus alleen nog het indrukwekkende beeld van de stenen man, de gedenksteen en het ereveld voor Russische soldaten. Dat laatste is op begraafplaats Rusthof, twee kilometer verderop. Ook een plek waar je zeker eens moet gaan kijken.
Overal heeft de oorlog zijn sporen achtergelaten.  En niet alleen in de vorm van monumenten .Ook bij de overlevenden, hun kinderen, de kinderen van de zogeheten "foute" mensen, bij hele volken zoals de joden en de Sinti. Bij mij na dit bezoek aan het kamp. En dat laatste is goed

Muurschildering uit de kamer van de kampcommandant

Deel van het Ereveld


Loes van Overeem

Een loopgraaf



Kees