dinsdag 29 december 2020

Post voor Uusaa

 

Ik heb vorige week een nieuwjaarskaart bedacht, uitgevoerd in Photoshop en daarna 20 keer laten printen. Ik heb er meteen ook maar enveloppen bij besteld, want alle winkels zijn immers dicht. Gisteren werden de kaarten keurig bezorgd en ik kon aan de slag. Eerst adressen schrijven natuurlijk en vervolgens de kaarten in de enveloppen doen. Daarna ben ik eropuit gegaan om postzegels te halen. Omdat ik geen zin had om naar het postkantoor in de stad te gaan koos ik voor de servicebalie van de Appie op het plein in de wijk. Aldaar twee setjes van 10 zegels gekocht en ik dacht klaar te zijn. Nu moet er ook een kaart naar Florida gestuurd worden en daar dient uiteraard meer porto op geplakt worden dan op de andere. 



Ik meende op basis van mijn ervaring van jaren geleden even te kunnen googelen hoeveel postzegels voor een kaart ik erbij moest plakken. Maar ja, de moderne postzegel is niet voorzien van een waarde in centen, maar er staat het cijfer 1 op. Voor post naar het buitenland heb je dan weer postzegels nodig met een grotere 1 in het rood. Google leerde me wel dat die zegels €1,50 kosten en de kleinere €0,91, maar negens kon ik vinden of je dan op een kaart ook 3 of 4 kleine zegels mag plakken in plaats van 1 grote. Enfin, ik besloot vanmiddag maar naar de servicebalie terug te gaan om een zegel erbij te kopen. Daar aangekomen wilde ik bij de mevrouw achter de balie mijn reeds gefrankeerde enveloppen afgeven.


Ik had er mijn zegels immers gekocht en bovendien hebben ze er ook een afhaal-en brengpunt voor postpakketen, dus het leek me aannemelijk dat dit ook kon. Maar ik had buiten de waard of in dit geval de waardin gerekend. Ze keek naar het stapeltje enveloppen en zei "Nee meneer, dat doen we hier niet." Op mijn vraag of ze wist waar dat wel kon zei ze "Bij de boekhandel aan de overkant." "Maar alle winkels zijn toch dicht mevrouw." was mijn weerwoord. "Oh" was haar reactie, op een toon of dat voor haar een geheel nieuw inzicht was. "Dan kan het achter het plein." "Aan welke kant achter? Het plein heeft vier kanten." "Nou gewoon, erachter." Het leek me beter zelf even te gaan kijken later, dus liet ik het maar voor wat het was. 

Ik had alleen nog wel een zegel nodig voor de kaart naar Florida, dus vroeg ik de mevrouw of ze wist wat er op de envelop moest. Ze wierp er een  korte ongeïnteresseerde blik op en vroeg "Het is ook een kaart toch? Dan kan er een gewone postzegel op." "Kijk even naar waar hij naartoe moet." zei ik. Voor het eerst keek ze met enige belangstelling naar het adres. "Uusaa." zei ze nadenkend. Ze sprak het niet uit als de afkorting USA, maar als één woord waardoor het in mijn oren een beetje klonk als een plaats in Zweden. Vervolgens keek ze me aan en vroeg  "Ja?"  Ik  moest even schakelen in mijn hoofd. Was ze nu serieus? Aan haar gezichtsuitdrukking te zien wel. "Dan moet daar toch meer op dan op Nederlandse post?" informeerde ik vriendelijk. "Ah, ligt Uusaa in het buitenland? "Ja, dat ligt in het buitenland." hoorde ik mezelf tot mijn verbazing zeggen. "Heef u zegels van €1,50?" was mijn volgende vraag. Oei, weer een probleem. "Nee meneer, die hebben we niet. maar ik heb wel zegels voor het buitenland . Die gaan in een setje van 5 voor €7,50." Nu werd het me iets te gortig. "En wat kosten ze per stuk dan?" "We verkopen ze alleen per vijf meneer." zei ze en ze legde het setje alweer terug in de la. Ik had inmiddels het gevoel dat ik in Bananensplit zat. Ik probeerde het uit te leggen, waarom weet ik ook niet. "Als ze per vijf  €7,50 kosten zijn dit toch de zegels van €1,50 waar ik naar vroeg? "Nee meneer, dit zijn de buitenlandzegels. Wilt u ze nu wel of niet?" Ik heb de zegels maar gekocht en ik heb haar bedankt voor de moeite, want dat had het haar duidelijk gekost. Waarschijnlijk vond ze mij minstens zo vreemd als ik haar vond.

De enveloppen heb ik uiteindelijk afgeleverd bij het postkantoor. En nu maar hopen dat ze daar wel weten waar Uusaa ligt.

maandag 13 april 2020

DROOMWERELD

Wat is het ineens koud zeg! Zo'n verschil met gisteren. Toen ben ik er met diva nog op uit geweest, de Eempolder in. Het was zulk lekker weer, de zon scheen en er stond nauwelijks wind. Omdat ik de drukkere wegen wilde mijden ben ik naar polder de Slaag gegaan. Dat is een klein gebied aan de Eem, waarvan het grootste deel beschermd is vanwege de vele weidevogels die er broeden. Omdat Diva duidelijk geen zin had in een flinke wandeling zijn we gestopt bij het plas dras gebiedje dat onderdeel uitmaakt van de Slaag. Diva vond het fantastisch: ze ging languit in de zon liggen en genoot.

Ik had de scootmobiel geparkeerd in het gras langs het pad, comfortabel in mijn luxe stoel, camera in de aanslag: ik was er helemaal klaar voor. Maar toen ik een mooi plaatje wilde schieten van een grutto bleek de plas te ver weg te zijn voor mijn lens. Wat een teleurstelling! Enigszins uit mijn hum heb ik de camera weer weggeborgen. Nu zit er standaard in mijn fototas ook een verrekijker, dus heb ik die maar gepakt. Dat bleek een gouden greep te zijn. Ik genoot zo van het kijken naar die grutto, die met zijn goudbruine verenkleed bijna oplichtte in het zonlicht, dat ik de tijd compleet vergat. Het was alsof ik naar een natuur-documentaire keek, maar dan nog mooier dan op tv. Kijk je weleens door een verrekijker? Dan weet je dat het beeld niet slechts zo mooi is omdat alles vergroot wordt en je elk detail ziet. Nee, wat het kijken door een kijker echt boeiend maakt is dat je zicht beperkt wordt. Of beter gezegd, je gezichtsveld. Je wordt niet afgeleid door van alles wat er om je heen gebeurt; je ziet alleen nog het onderwerp dat je gekozen hebt. En opeens ben je in een geheel andere wereld. De grutto waadt langzaam met zijn lange donkere poten door het water, zo behoedzaam dat hij nauwelijks rimpels teweeg brengt. Voorovergebogen schuifelt hij met zijn snavel door het water op zoek naar smakelijke bodemdiertjes. Ergens achter je hoor je een andere grutto jammeren "Oh gut oh gut."  Je kijkt onwillekeurig op en de betovering is verbroken.
Maar zodra je je kijker weer richt op de plas ben je terug in Wonderland. Dit keer zwemt een moedereend in beeld. Het is een doodgewone wilde eend, maar wat heeft ze een prachtig verenkleed. Tientallen tinten bruin in een patroon dat de beste wevers niet kunnen vervaardigen. Achter haar volgen 6 kuikens op rij. Van die piepkleine geel met bruine bolletjes dons, nog geen 2 weken oud. Ze zijn zo druk bezig insecten zoeken dat ze de dikke stormmeeuw die stilletjes aan komt drijven niet eens opmerken. Plotsklaps zien ze het gevaar en in een mum van tijd verdwijnen ze in het riet bij de oever. Echt geen kuiken meer te zien, slechts wat boeggolfjes verraden dat ze er waren. Je zou zweren dat de meeuw beteuterd kijkt. Dit is echt een natuurfilm, alleen de muziek en de verteller ontbreken. Ik kijk even hoe laat het is. Ik zie dat ik ruim een half uur in mijn droomwereld heb vertoefd. Met het blote oog ontwaar ik wat tureluurs die langs de oever lopen en erachter in het weiland een kievit in zijn paars met groen met blauw metallic kleuren. En wat is dat verderop in het land? Is dat een haas? Snel de kijker er weer bij en ja hoor: er lig een haas te zonnen, de achterpoten gestrekt naar achteren, de lange oren alsmaar in beweging op zoek naar onraad. Waar zijn die tureluurtjes? Oh daar. Wat zijn ze mooi met hun rode pootjes en zwart rode snavel. Zulke sierlijke vogels. "Goedemiddag. Heeft u pech? Heeft u hulp nodig?" Ik word weer uit mijn droomwereld gehaald, deze keer door de stem van een passerende fietser die meent dat ik stil sta omdat ik pech heb. Nadat ik de behulpzame man heb verzekerd dat alles met mij en de scootmobiel in orde is gaat hij weer verder. Dat met Diva alles in orde was hoefde ik hem niet te vertellen: Ze deed haar best hem met luid gekef weg te jagen. Met dat luide misbaar joeg ze de magie van de plas echter ook weg. Dus heb ik haar maar wat water en een koekje gegeven als beloning. Het was toch tijd om huiswaarts te gaan. Naar de "echte" wereld. Onderweg ben ik nog even gestopt om een foto te maken van een groep zwanen, omdat het zo'n mooi beeld was. En met wat bewerken achteraf heb ik daar ook een droomwereld van trachten te maken.


zaterdag 28 maart 2020

AMERSFOORT IN BEELD 1

Achter de Heilige Geest

't Havik


Breestraat

Westsingel



Achter de Heilige Geest

De Nieuwe Stad



Daken

Het Lokaal

De Nieuwe Stad

't Zand

vrijdag 24 januari 2020

IK GA WEER LEZEN

Het ministerie van Sociale Zaken verstrekt mij en alle anderen die in verpleeghuizen wonen elk jaar een bedrag om iets extra's van te doen. Ik heb er eens een leuke online cursus Photoshop van betaald. En de afgelopen twee jaar heeft het ministerie mijn abonnement op de dierentuin gefinancierd. Dit jaar heb ik het besteed aan iets dat ik acht jaar geleden voor het laatst heb gehad: een abonnement op de bibliotheek.

Na mijn laatste heseninfarct mekte ik tot mijn verdriet dat lezen niet meer ging. Ik zag de woorden wel, maar op een gekke manier kon ik er niet meer van genieten. Ook kostte het me erg veel concentratie. En dat terwijl ik mijn hele leven boeken verslond. Als kind zat ik al stiekem de boeken voor volwassenen uit de boekenkast thuis te lezen, omdat al die boekomslagen naar me lonkten. De meeste van die geschriften waren uiteraard te hoog gegrepen voor een kind, maar er was er één dat ik prachtig vond: de trilogie over het geslacht Bjöndal. Een in kunstleer gebonden uitgave op knisperend dun papier in hoogdruk, verlucht met schitterende illustraties van Anton Pieck.

Toen ik een jaar of tien was mocht ik lid worden van de bibliotheek. De eerste keer dat ik het gebouw binnenkwam wist ik niet wat ik zag Zoveel boeken en ik mocht ze allemaal lezen! Ik was even dolgelukkig, maar de strenge mevrouw achter de balie maakte daar snel een eind aan. Ik mocht niet al die boeken lezen: slechts die van de jeugdafdeling. Bittere teleurstelling, die gelukkig maar kort duurde. Er bleken daar planken vol spannende titels te staan, dus ik was al weer heel rap tevreden. Het was daar dat ik kennismaakte met de kronieken over het fictieve land Narnia. Ik kon geen genoeg krijgen van de verhalen over saters, centaurs en andere sprekende dieren. Narnia was voor mij absoluut geen verzinsel, het was een mooi en spannend land vol prachtige wezens Ik kroop zelfs een keer in de garderobekast van mijn ouders in de hoop ook in een andere wereld terecht te komen. Dat overkwam me niet, maar ik trof er wel allerlei zaken aan die ook spannend waren voor een jochie van die leeftijd. Misschien komt dat nog eens ter sprake in een geheel ander verhaal. Ik wil het nu even houden bij mijn liefde voor fantasy boeken, waar C.S. Lewis met zijn Narnia ongetwijfeld het zaad voor heeft geplant. Ik las als volwassene vaak tot diep in de nacht door, domweg omdat ik niet stoppen kon. "Nog even het hoofdstuk uitlezen. Jee, wat zou er nu gebeuren? Hoe laat is het? Oh, één hoofdstuk kan nog wel." En zo werd het vaak drie of zelfs vier uur.

Ik genoot met een niet te stillen leeshonger van de werelden van Jack Vance, de avonturen van de prinsen van Amber, de belevenissen van Paul "Muhad'Dib" Artreides op Duin, de reis van Rhand Altor langs het Rad des Tijds en natuurlijk van de hobbits en hun metgezellen, beschreven door de onvolprezen J.R.R. Tolkien.

De afgelopen acht jaar heb ik het moeten doen met fantasy films zoals bij voorbeeld de In de ban van de ring trilogie en de Hobbit. Best mooie films, dar zal ik heus niets op afdingen. Maar... ze halen het niet bij het lezen van een boek. Al lezend vorm je je een beeld van de personen, hoe ze eruit zien, van de wereld waarin ze leven, van exotische gebouwen, van onbekende planten,van van alles. Je bouwt uit de woorden van de schrijver een geheel eigen wereld op, die ongetwijfeld niet lijkt op de wereld die hij voor ogen had. Het is jouw wereld, door jou gecreëerd. Dat is toch fantastisch?  Dat is pure magie. En daar gaat het boek dat ik gisteren geleend heb ook over: over magie. Ik heb vanmiddag al twee hoofdstukken met plezier gelezen. Ik heb niet slechts genoten van het pakkende verhaal; ook van de mooi gekozen woorden. En weet je wat ik nu ga doen? Ik ga weer lezen.

zaterdag 7 december 2019

WIE WAS DE MOEDER VAN SYLVIA?

Kennen jullie dat? Dan hoor je een liedje en het blijft dagenlang in je hoofd rondspoken. Als ik achter mijn PC zit heb ik altijd radio NPO 1 aan staan. Om alles bij te houden op Facebook, Instagram en Wordfeud heb ik natuurlijk niet mijn gehele aandacht nodig en dan is het prettig om tegelijkertijd te luisteren naar het achtergrondnieuws. Ter afwisseling wordt er af en toe naast het nieuws ook wat muziek ten gehore gebracht. Zo ook drie dagen geleden. Ik luisterde naar een leuk programma over de oogst van suikerbieten toen er tussendoor een oud nummer van Dr. Hook gedraaid werd: Sylvia's mother.

Ik neem aan dat de iets ouderen onder jullie het nummer wel kennen. Het was begin zeventiger jaren een hit. Nu heb ik het altijd wel een aardige song gevonden , maar om nu te zeggen dat het tot mijn favorieten hoort: nee, bepaald niet. Het is namelijk een echte tranentrekker over niets anders dan een telefoongesprek van een wanhopige jankerd die tevergeefs de moeder van zijn grote liefde Sylvia probeert te overtuigen dat ze haar even aan de telefoon moet roepen. Wat een drama! En dat vier minuten lang... Hazes zou er jaloers op geweest kunnen zijn.

Dr Hook and the Medicine Show
Enfin, de tekst van het nummer valt me nu al drie dagen met enige regelmaat lastig. Met name één zin voert daarbij de boventoon: "And the operator says forty cents more for the next three minutes." Een zinnetje dat los van het gehele lied volkomen onzinnig is. Waarom blijft het dan toch terugkeren in mijn hoofd? Ik heb geen enkele ervaring met openbare telefooncellen in Amerika, noch met wanhopige gesprekken met voormalige schoonmoeders. Het is mij een raadsel, dat ik in eerste instantie trachtte op te lossen. Maar toen bedacht ik me dat de ervaring me allang geleerd heeft dat zo iets resulteert in twee problemen. Die tekst volhardt dan nog heviger in zijn pesterijen jegens mij én het onopgeloste raadsel wordt dan een minstens zo ergerlijke metgezel in mijn gedachten.
Kom ik nog enigszins over als een geestelijk gezond persoon na dit relaas? Of zijn jullie er nu echt van overtuigd dat er flink wat essentiële steekjes los zijn bij mij? Nou, verkneukel je in dat geval dan nog maar even iets meer. Het wordt namelijk nog erger. Ik herinnerde me dat ik eens gehoord of gelezen had dat je zo'n stukje songtekst kwijt kunt raken door het hele nummer te zingen of te luisteren. Nu is dat tegenwoordig nogal makkelijk: op YouTube staat vrijwel elke song die je maar zoekt. Dus ik heb braaf geluisterd naar de voltallige 4 minuten van Dr Hook met het drama veroorzaakt door de hardvochtige moeder van Sylvia. Plots kwam er al luisterend de vraag bij me op wie toch die mevrouw Adrian, zoals ze genoemd wordt, geweest zou kunnen zijn. Om te voorkomen dat ik nu weer dagenlang met deze nieuwe vraag in mijn hoofd zou rondlopen, heb ik snel gegoogeld op "mrs. Adrian". En wat denk je? Ze heeft echt bestaan. De schrijver van het lied heeft werkelijk eens een dergelijk telefoongesprek gevoerd met de moeder van zijn grote liefde Sylvia. Alleen heette deze mevrouw niet Adrian maar Pandolfi. Volkomen onnutte informatie voor mij en zeer waarschijnlijk ook voor jullie, maar... Ja echt heus waar: ik ben ineens dat stomme liedje kwijt. Bedankt moeder van Sylvia, ik zal u nooit meer lastigvallen als u belooft dat bij mij ook niet meer te doen.

dinsdag 3 december 2019

HET ZIJN HONDEN

Er zin regelmatig mensen die spottende en kleinerende opmerkingen maken over mijn chihuahua Diva; onder andere ook bekend staand als Diefje, het Mormel, de racerat of de sloerie. Maar dat zijn benamingen die Ans en ik hanteren en wij mogen dat. Omdat we zulks uit liefde plegen te zeggen en niet als belediging of als kleinering. De ergste opmerkingen vind ik die waarmee geïmpliceerd wordt dat chihuahua's geen echte honden zijn. Dat zijn ze namelijk wel degelijk. Het zijn kleine, stoere, dappere en slimme hondjes.
Ik zal hier iets vertellen over Diva waaruit blijkt dat ze niet onderdoet voor menig grote waakhond. Ze sliep altijd in haar mand naast mijn bed. Nu komen ze mij 's morgens als ik nog slaap mijn eerste sondevoeding toedienen. Als ze dat rustig doen slaap ik gewoon door en Diva sloeg nooit aan, omdat ze de reguliere verzorgsters goed kent. Edoch, op een keer kwam er een voor haar onbekende vrouw binnen. Die boog zich over mij heen en trok stilletjes de deken een stukje opzij. "ONRAAD!" moet Diva gedacht hebben, "Ze komen aan mijn baasje." Ze bedacht geen moment en sprong grommend omhoog tegen het been van de verzorgster. En ze beet zo hard ze maar kon in de dij van de hevig geschrokken dame in kwestie. Door het gegil van de vrouw en het geblaf van Diva werd ik uiteraard wakker. Nadat ik Diva had gekalmeerd en weer in haar mand had gestuurd konden we de schade opmaken. Het bleek dat ze een flinke bloeduitstorting ter grootte van een duivenei op haar geweten had en een gekwetst ego.


Gelukkig vatte het slachtoffer het even later toch nog sportief op, nadat ik haar uitgelegd had waarom Diva zo gereageerd had. Dat begreep ze wel en ze heeft er geen officiële rapportage van gemaakt; slechts een interne. Het enige gevolg is dat Diva vanaf die dag moet slapen in een afgesloten bench. Het had ook veel erger kunnen aflopen, bij voorbeeld met een officiële klacht. In dat geval had ik het Mormel moeten wegdoen. En terecht, want het was natuurlijk onacceptabel gedrag. Maar ik durf inmiddels wel hardop toe te geven dat ik stiekem best trots op haar was.



Wat reukvermogen betreft kan mijn chihuahua wedijveren met bekende speurhonden als herders en met menig jachthond. Zojuist zag ik haar door de kamer lopen en ineens stopte ze. Ze zette vervolgens koers richting de kast ongeveer een meter verderop. Daar bleef ze maar snuffelen en krabben. Kennelijk lag er iets onder dat ze wilde hebben. Ik ging ervan uit dat het weer om een zoekgeraakt balletje ging en ik pakte de wandelstok alvast. Die stok dient niet om haar weg te jagen hoor. Nee, ik gebruik het gebogen deel als haak om iets te enthousiast gespeelde balletjes onder het meubilair vandaan te harken.Dat wilde ik dus deze keer ook doen, maar zelfs na 4 pogingen kwam er maar geen bal tevoorschijn. Op wat vlokjes stof na leverde mijn gehengel niets op. Diva volhardde echter in haar pogingen om iets onder de kast uit te krabben. "Vooruit dan maar", zei ik "Ik probeer het nog één keer." En warempel: met die laatste haal met de wandelstok had ik beet hoor. Er kam een brokje van het voer van Diva mee. Dolblij dook ze op het kleinood, vrat het gulzig op en ging vervolgens tevreden in haar mand liggen kijken naar haar totaal verbijsterde baasje. "Wat nou baas? Ik rook het toch?" Nu vraag je je misschien af wat hier nu zo bijzonder aan is. Welnu, bekijk dan onderstaande foto eens: dat brokje is zo klein dat het op de nagel van mijn pink past. En dat ruikt madame in het voorbijlopen onder een kast vandaan. Was ze niet zo klein, dan zou ze bij de politie kunnen of bij de douane.
Wie nog een keer zegt dat chihuhua's geen echte honden zijn kan erop rekenen dat ik Diva loslaat. Honden zijn het.







zaterdag 26 oktober 2019

SPORTIEF

Ik ben geen liefhebber van sport. Ik beoefen geen sport en ik kijk ook niet naar sport op tv. En al helemaal niet in werkelijkheid langs een sportveld. Want ik wil niet vereenzelvigd worden met die irritante schreeuwers die je daar altijd aantreft. Ik snap werkelijk niet waarom het er op sportvelden zo lawaaiig aan toe moet gaan. Neem nu het leuke uitlaatveldje bij mij in de wijk als voorbeeld. Als ik daar rijd en geniet van de bomen en de bloemen, word ik steeds weer gestoord door de luide kreten van het aangrenzende voetbalveld. Zijn voetballers wellicht doof? Waarom schreeuwen ze toch naar elkaar terwijl ze op nog geen 10 meter afstand van elkaar lopen? En dan de toeschouwers: die zijn nog erger. Zo hard ze maar kunnen schreeuwen ze aanwijzingen naar de spelers. Waarom toch? Ach ja, voetballers zijn waarschijnlijk doof. Dom van me. Het zijn niet slechts voetballers hoor die zoveel misbaar maken.  Ik kom regelmatig in een mooi natuurgebiedje net buiten de stad. Ernaast liggen hockeyvelden. Behalve van het vreselijke geluid van die keiharde pucks tegen de metalen vangkooi mag ik ook mee genieten van het geschreeuw van de spelers. Ergerniswekkend. En roeiers: die zijn nog het allerergst. Nou ja, niet de roeiers zelf. Die zijn voor sporters merkwaardig stil. Maar om dat te compenseren fietst er op het pad langs het water een trainer mee. Zo'n man heeft standaard een megafoon bij zich om nog harder te kunnen schreeuwen dan hij van nature al kan. Ik zweer het je: een megafoon! Terwijl de roeiers pakweg 15 meter bij hem vandaan varen. En dat lijken ze zonder zijn geblaat ook prima te doen. En vooral veel stiller. De meeste andere mensen komen bij of op dat water om te genieten. En niemand van hen produceert dermate veel lawaai dat de anderen er ongewild van mee moeten genieten. Ach ja, soms hebben de jongelui die er komen zwemmen wat luide muziek aan staan. Maar er lopen handhavers die hen manen tot iets minder volume. Dat is ook normaal: niemand mag overlast veroorzaken. Wat mijn pet te boven gaat is dat eenzelfde mate van overlast door sporters blijkbaar getolereerd wordt. Hebben sporters een uitzonderingspositie? En zo ja; waar is die op gebaseerd in vredesnaam? Wat mij betreft mag er tegen die luidruchtige sporters en hun evenzo rumoerige aanhang ook opgetreden worden. Van mij mogen ze gerust juichen als er gescoord wordt hoor en ze mogen zelfs afkeurend joelen bij foute acties op het veld. Allemaal prima, maar laat ze een beetje rekening houden met anderen. Anderen zoals ik en wie weet ga ik sporters nog waarderen. Zo sportief ben ik dan ook wel weer.