zaterdag 9 juli 2022

WEGGELOPEN

Vorige week kwam mijn oude vriend Michael langs voor mijn verjaardag. We zaten, net als alle ouwe mannetjes, herinneringen op te halen uit onze jeugd. We kennen elkaar namelijk al 56 jaar. Meteen vanaf onze eerste ontmoeting waren we vrienden. En ook meteen haalden we samen streken uit. Wij vonden dat we een goed team waren. Mijn vader echter vond dat Michael een slechte invloed had op mij. Raad eens wat de vader van Michael van mij vond. Juist: ik was de slechte invloed. Dat deerde ons in het geheel niet. sterker nog; onze vriendschap werd er hechter door. Op een gegeven moment toen we 16 waren besloten we dat het tijd was om op avontuur te gaan. We zouden samen weglopen van huis, de wijde wereld in. We kochten bij een militaire dump in Utrecht ieder een pukkel, een veldfles en een flink formaat matrozenmes. In onze gedachten was dat, samen met een handdoekje en een tandenborstel, meer dan voldoende om overal te overleven. Omdat Michael geen reispapieren bezat besloot ik uit solidariteit mijn toeristenkaart thuis te laten. We hadden beiden een kort briefje geschreven aan onze ouders met daarin de mededeling dat we naar Noorwegen waren. Dat deden we om ze op een dwaalspoor te zetten; in werkelijk waren we van plan naar Frankrijk te liften. Een vriend van ons heeft de briefjes enkele uren nadat we vertrokken waren in de bus gedaan. Goed, we waren op weg. Het liften ging goed en binnen twee dagen zaten we in Noord Frankrijk. Nu wilde het geval dat ik in Soest het jaar ervoor twee Franse meisjes had leren kennen. Ik had hun adres, dus leek het ons wel leuk om hen eens een bezoekje te brengen. Ze woonden in een dorp in Picardië genaamd Thieulloy l'Abbay. Toen we daar aankwamen bleek het dorp een gehucht te zijn langs zo'n typisch Franse provinciale weg met van die oude betonnen palen waaraan de elektriciteitsdraden in laaghangende lussen hingen. Bij het eerste huis waar we vroegen waar de familie die we zochten woonde stuurde een pierig uitziende vrouw in een bloemetjesjurk, schort in een ander bloemetjesmotief erover en kaplaarzen aan haar zoontje met ons mee om het huis aan te wijzen. Onze eerste kennismaking met het Franse platteland. En dat platteland daar was geheel anders dan wij ons hadden kunnen voorstellen. We werden allerhartelijks ontvangen in het gezin van de twee zussen waar we voor kwamen. Ze woonden in een enigszins bouwvallig uitziend huis met een soort serre ervoor. Binnen was het vrij donker. In de huiskamer zat in een hoek een oud omaatje in zwarte kledij. Ze zat meestal zo bewegingloos dat ze wel dood leek. Af en toe echter boog ze wat opzij, tilde haar achterste op en liet een luide scheet. Daarna giechelde ze waarbij haar tandeloze mond een glimlach vormde. Er werd aan ons gevraagd of we konijn of kip wilden voor het avondeten. We kozen veiligheidshalve voor kip. De zoon des huizes wenkte ons mee te komen. Ik veronderstelde dat we naar de winkel gingen voor een kip, maar niets was minder waar. We moesten mee naar de achtertuin, een volkomen kaal stuk modderig zand. Er liepen ganzen, konijnen en... kippen. De jongen haalde een bijl uit een gammel kastje, greep een kip bij de vleugels, liep naar en boomstronk en hakte doodgemoedereerd de kip de kop af. Lachend liet hij het koploze lijf los. En daar fladderde ons avondeten rond in de modder. Dat was even wennen, maar het vlees smaakte uitstekend. Dat kwam ongetwijfeld mede door het feit dat er rijkelijk rode wijn bij geschonken werd. Dat waren wij in het geheel niet gewend, dus tegen de tijd dat het toetje op tafel kwam waren we al aardig beschonken. Dat werd nog erger, want na het eten stond de vader erop dat we een paar glaasjes Calvados met hem dronken. Wat doe je dan als zestienjarige? Je wilt je niet laten kennen, dus je drinkt dapper mee. En dat kwam ons 's nachts duur te staan. Uiteraard speelden onze darmen op, dus bezochten we een paar keer die nacht het toilet. Nu was de WC niet ergens in de gang zoals we gewend waren in Nederland. Nee, het was een houten hok achter in de tuin met daarin zo'n Frans hurktoilet. Eerst moest je met een zaklantaarn je weg zoeken in de modder en als je dan beland was bij het toilet lag daar een enorm chagrijnige dikke gans in te slapen. Die gans moest je er eerst af schoppen voor je eindelijk kon hurken. Onze ingewanden bleven ons parten spelen, want er werd niet alleen bij en na het avondeten gedronken. Nee, onze gastheer stond erop dat wij hem 's middags na zijn werk opwachtten. Dan stonden we een stukje buiten het gehucht langs de weg te wachten tot hij uit de bus stapte. Vervolgens liepen we naar een vreselijk ongezellig uitziend kroegje, Chez Suzie geheten. Daar dronken we een Ricard, een aperatiefje van "slechts" 40% alcohol. Hert eerste glas kregen we met alleen ijsblokjes erbij, het tweede met ijsblokjes en water, het derde met de twee toevoegingen en nu een scheut vruchtensiroop. Suzie, een vrouw van middelbare leeftijd met teveel make up op, was altijd erg aardig tegen ons tweeën en dat had een reden. Al waren we lichtelijk aangeschoten, we merkten wel dat Suzie niet slechts drank schonk aan de heren van het dorp. Ze zag in ons waarschijnlijk leuke nieuwe klandizie. Helaas voor haar en gelukkig voor ons zijn we daar nooit op ingegaan. Maar de ervaringen  brachten ons wel wat levenswijsheid bij die we op de Katholieke MULO niet hadden geleerd.



zaterdag 18 juni 2022

ONTMOETING

Ik ontmoet onderweg naar nergens nogal eens bijzondere mensen. Nu denk ik eigenlijk dat elk mens bijzonder is hoor, als je met ze in gesprek raakt. Maar ja, ik kan niet alle mensen die ik tegenkom aanspreken hè? Dan zou onderweg naar nergens wel erg letterlijk worden. Dus ik hou het deze keer bij die ene ontmoeting van de week. Ik was met Diva op pad in het Zocherplantsoen, een ring van groen rondom de oude binnenstad. Nu kom je op een bepaald punt achter de kapel van een voormalig klooster langs. Ik kijk altijd even naar het gebouw met zijn fraaie ramen. Tot mijn verbazing zag ik dat er een meer dan manshoog blauw bord tegen de muur was bevestigd. Op het bord waren vormen van planten en bladeren afgebeeld. Ik vroeg me af wie er op dat ontsierende idee was gekomen. Pas toen Diva werd aangesproken realiseerde ik me dat er vlak voor mijn neus twee mensen op een bankje zaten, zo te zien een moeder met haar dochter. De dame vroeg me wat ik ervan vond. Zonder verder na te denken sprak ik mijn afkeer uit. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik op mijn beurt wat zij ervan dacht. Op haar antwoord had ik echt niet gerekend. Ze zei simpelweg: 'Ik heb het gemaakt." Oeps, ik had wellicht zojuist onbedoeld een kunstenares op haar ziel getrapt. 


Maar ze leek niet boos of gekwetst te zijn, dus heb ik haar gevraagd wat het idee erachter was. Ze legde uit dat ze gefascineerd was geraakt door het gegeven dat veel planten geschikt zijn voor medicinale toepassingen, maar dat dezelfde planten meestal ook giftig zijn bij overmatig of verkeerd gebruik. Omdat ze in het kader van een project met tijdelijk geplaatste kunst een object mocht bedenken, had ze gekozen voor de afbeelding van dergelijke planten op deze plek. Mede omdat er vroeger in kloostertuinen ook planten voor medicinaal gebruik werden gekweekt. Ik was in elk geval al blij dat ze aangaf dat het object er tijdelijk stond. Dat heb ik ook gezegd, want ik was uiteraard niet onmiddellijk overstag door haar uitleg. We hebben het nog even gehad over tijdelijkheid, met name onze eigen kortstondigheid. En dat kunst moet prikkelen, en dat had haar object zeker gedaan. Enfin, het was na het wat ongemakkelijke begin een leuk en boeiend gesprek geworden. Ik heb de kunstenares beloofd dat ik nog een paar keer zal gaan kijken, nu met haar uitleg in gedachten. En dat zal ik zeker komende week ook doen. Ik vroeg of ik een foto van haar mocht nemen en ze was zo aardig om te poseren met het kunstwerk op de achtergrond. Ik vertelde haar dat ik over deze ontmoeting wilde schrijven op mijn blog. Dat wilde ze graag lezen, dus ze gaf me haar visitekaartje voor haar e-mailadres. Thuisgekomen heb ik het kaartje eens goed bekeken. Op de voorkant staat een intrigerende afbeelding van een vrouw met een soort masker op dat bestaat uit sieraden. De stijl en de kleuren deden me denken aan schilderijen van Italiaanse meesters. Al met al genoeg redenen om deze kunstenares eens te googelen. Zo gezegd, zo gedaan. En  dan lees je... Ach, googel zelf maar eens op Marijke Schurink en je zult begrijpen waarom deze ontmoeting zo boeiend bleek te zijn.  En als je in Amersfoort bent of er woont ga dan eens kijken en laat me weten wat je ervan vindt.



zondag 17 april 2022

SAAI? AANMENOOITNIET

 Als ik vertel dat ik  graag hele middagen in de polders rondrijd krijg ik vaak als reactie te horen dat de polders maar saai zijn. Alleen maar lange wegen en gras. Niks aan. Nou, daar ben ik het toevallig helemaal niet mee eens. Ik zie weilanden, hooilanden en akkers. In de weilanden zie ik melkvee, vleeskoeien en (veelal buitenlandse) hobby koeien. Ik kijk thuis regelmatig op een site waar de meest voorkomende rassen op staan. Als ik nu langs een weiland met koeien kom probeer ik te herkennen van welk ras ze zijn. Best een leuk spelletje en het houdt de geest scherp. En ik zie ook buizerds, haviken, torenvalkjes, grutto's, tureluurs, kieviten en hazen om maar wat soorten te te noemen. Maar goed, ik begrijp best de ietwat meewarige blikken die ik soms krijg te zien als ik dat vertel hoor. Niet iedereen vindt zulke dinge boeiend.

Maar er gebeuren ook vreemde dingen in de polder, althans dingen die je er niet zou verwachten. Neem nu laatst die dag dat ik een jongedame van pakweg 15 jaar in een waadbroek door een sloot zag lopen. Op de kant stond een jongen haar uit te dagen steeds verder te gaan ofschoon ze duidelijk moeite had om overeind te blijven in de dikke modderlaag die onze sloten kenmerken tegenwoordig. Of die keer dat ik drie mannen in een weiland zag staan met de rug naar de weg en zeker 20 meter ver. Door hun houding dacht ik eest dat ze naast elkaar hun blazen stonden te legen. Ik vroeg me wel af waarom ze dat dan zo ver van de weg deden en waarom gedrieën naast elkaar. A brotherhood of men peeing at the same time? Tot ik een aanzwellend irritant gebrom hoorde in de lucht; er naderden drie modelvliegtuigjes. De heren hielden niet hun edele delen vast zoals ik veronderstelde. Nee, ze hielden voor hun buiken van die kastjes in hun handen waarmee ze de vliegtuigjes bestuurden. Een geheel andere brotherhood waar ik me verder uit beleefdheid niet over uitlaat hier.


En van de week was ik in de polder om te zien of er al veel weidevogels terug waren van de trek. Ik speurde al rijdend de weilanden af naar kieviten, grutto's en tureluurtjes. Ineens zag ik een bestelbusje staan bij een wetering . Er stonden mensen bij die naar iets in het belendende weiland keken met verrekijkers. "Ha, vogelaars die iets ontdekt hebben." dacht ik en ik stopte om mijn kijker te pakken. In het weiland ontwaarde ik echter niet een vogel, maar een paarse vlag.  "Waar dient die nou voor? Broedt daar een bijzondere soort die ze gemarkeerd hebben?" was mijn eerste gedachte. Maar nee hoor, het ging helemaal niet om een bijzondere vogel. Het ging om een  ijzeren vogel, een vliegtuig. dat boven hen kwam cirkelen. Uit het vliegtuigje sprongen met enige tussenpozen vier parachutisten. De paarse vlag diende als markering van de plek waar ze moesten landen en de mensen met het busje vormden het ontvangstcomité. Ik vond het nogal getuigen van lef. Niet alleen omdat ze uit een vliegtuig durfden te springen. Nee, er stond best wat wind en de snelweg ligt best dicht achter dat weiland, zoals op de foto's te zien is. Je zou maar door een windvlaag hangend aan je parachuutje landen op de A1 zeg. Brr, ik moet er niet aan denken. Dat springen uit een vliegtuig is een tijdverdrijf dat mij niet boeit. Maar dar ging het niet over. Het ging over het feit dat de polders niet saai zijn. En dat zijn ze dus echt niet.  Aanmenooitniet.





zaterdag 2 april 2022

HIJ KWITSELT

Ik heb hier al meerder malen geschreven over het feit dat de meeste vrouwen lijken te smelten als ze Diva zien. Ik ben inmiddels gewend aan uitroepen als "Oh wat snoezig!", "Ach wat een dotje", "Aaaaaah, kijk dat nou." en veel meer varianten op dit thema. Ik denk dat het formaat van Diva, ze weegt net 3,2 kilo, appelleert aan hun gevoelens. Ze realiseren zich meestal niet dat zij een volwassen hond is. Het ziet er uit als een jong hondje en alle jonge dieren zijn per definitie knuffel objecten. Dat gedrag zit er al vroeg in heb ik gemerkt. Ook meisjes vanaf pakweg vier jaar raken blijkbaar geroerd als ze een klein hondje zien. Maandag bij voorbeeld reed ik met Diva een rondje door de wijk. Het was aangenaam weer en de diva kuierde op haar gemak naast me. Na een klein uur waren we weer bijna thuis aangeland, maar ik wilde nog niet naar binnen. Ik wilde het voorjaarsgevoel nog even vasthouden nu het zonnetje zo lekker scheen. Dus besloot ik indachtig mijn Winnie de Poohdag van het weekend nog eventjes naar het grasveld van het parkje verderop te gaan. 

Dat parkje, ik noem het zo omdat het echt niet groot is, is vrij nieuw. Het is omringd door even nieuwe huizen waar veel gezinnen met jonge kinderen wonen. Bij de speeltoestellen naast het grasveld waren een zevental meisjes in de leeftijden van ongeveer vier tot zeven aan het spelen. Ik had me nog maar net in de zon geposteerd of een van hen ontwaarde Diva. "Oh kijk, een hondje" riep ze terwijl ze er al aan kwam rennen. De anderen keken op, zagen Diva ook naast mij staan en aarzelden geen moment. Van het ene op het andere moment was la Diva omringd door gesmolten meisjes. Nu heb ik de gewoonte om kinderen die stoppen bij Diva een hondenkoekje te geven dat zij op hun beurt weer mogen aanbieden aan het Mormel. De meeste kinderen vinden dat hartstikke leuk, temeer omdat een chihuahua kleiner is dan zijzelf. En en passant leert Diva dat kinderen snoep betekenen en is ze vriendelijk tegen ze. En daar ben ik dan weer blij mee. Ook die middag stond mevrouw al verwachtingsvol te kwispelen tegen al die kwetterende meisjes. Geaaid worden is okay, maar waar blijven de snacks?  Gelukkig had ik voldoende koekjes bij me. Ik heb de dametje er één voor één een gegeven. Diva had een topmiddag en ik ook. Ik vind het zo leuk om te zien hoe kinderen dat hondje aaien en knuffelen. En om te horen hoe ze wetenswaardigheden uitwisselen als "Je moet je hand zo plat houden, dan kan hij je niet per ongeluk een beetje bijten." of "Je moet een hond eerst aan je geur laten ruiken en dan mag je hem pas aaien." Geweldig vind ik dat. Maar er was één opmerking die mijn middag echt een gouden randje gaf. Een schattig uitziend meisje van een jaar of vier zag dat Diva tegen haar kwispelde en ze riep opgetogen "Hij kwitselt naar me! Hij kwitselt naar me!" Op zo'n moment  smelt Paul dus.



Het parkje


zaterdag 26 maart 2022

DOLCE FAR NIENTE

 

Ff chillen, moderne taal voor heel ouderwets gewoon even lekker niets doen. Dolce far niente. Ik noemde het vaak razendsnel niks doen. Een bezigheid waar ik altijd goed in ben geweest. En vandaag besloten Diva en ik dat het zo'n dag zou worden. Zo'n Winnie de Poehdag zeg maar. Degenen die me volgen op Facebook weten dat we de afgelopen week met dat mooie weer flinke tochten hebben gemaakt, tochten van rond de 40 kilometer per dag. Nu zijn dat leuke tochten hoor, daar niet van. Maar ze zijn ook vermoeiend. Je wordt rozig van zon en wind op je gezicht, je linkerhand wordt moe omdat je niet even kunt wisselen van hand en je ontwikkelt na enkele uren rijden een ongemak dat bekend staat als een houten reet.

En Diva wordt merkbaar een dagje ouder. Waar ze in het begin met gemak 5 tot 7 kilometer aan een stuk naast me mee liep met een snelheid van zo'n 6 kilometer per uur, vindt ze het nu al welletjes na de helft van die afstand. Dat doet ze dan drie of hooguit vier keer na even gerust te hebben in haar mand op de treeplank. Kortom: we waren het beiden zat. En zelfs mijn scootmobiel was moe, al was dat geheel mijn schuld. Ik was vergeten hem gisteravond aan de oplader te doen, dus een verre rit zat er sowieso niet in. Maar gelukkig biedt Amersfoort genoeg leuke alternatieve bestemmingen dichtbij huis. We zijn met een rustige snelheid van amper 14 per uur naar het grote grasveld bij perk Schothorst gereden, genietend van het zonnetje. Daar aangekomen heb ik mijn voiture met de neus in de zon midden op het grasveld geparkeerd. En mijn eigen neus tegelijk dus ook. Divasprong uit de mand, rolde even lekker op haar rug in het gras en posteerde zich een halve meter voor de scootmobiel als een soort mini waakhond. Daar hebben we ons ongeveer drie kwartier verpoosd in alle rust. Maar ja, daarna begon de onrust de kop op te steken. Dolce far niente è bello finché dura. (Dat heerlijke niks doen is leuk zolang het duurt.) 

Goed, dus zijn we op ons gemakje een stuk verderop gaan kijken bij de vijver van Emiclaer. Diva vindt het daar leuk, omdat er een overvloed aan watervogels aanwezig is om op te jagen. Meerkoeten, eenden, ganzen of aalscholvers; het maakt haar niet uit zolang ze maar opvliegen bij haar luidruchtige nadering. Ontspanning door inspanning noemde mijn gymnastiekleraar dat vroeger. Ik heb op mijn beurt de ontspanning gezocht in het maken van een foto en verder niets, naks, nada. Toen we beiden die niet geringe inzet zat waren zijn we zeer rustig rijdend huiswaarts getogen, niet nadat we nog eventjes twee aardige wandelpaden hebben aangedaan. 

Thuis aanbeland, dat wil zeggen beneden bij het appartementencomplex, bleek het nog zulk lekker weer te zijn dat we maar eventjes op het terras achter zijn neer gestreken. Daar zaten wat dames te zonnen. En als dames Diva ontwaren smelten doorgaans hun harten, warm weer of niet. Dus mevrouw werd getrakteerd op één schamel hondenkoekje en een overdaad aan liefkozingen. Dat laatste maakt bij een diva het gebrek aan meer koekjes weer goed. Na een half uurtje vond ik dat ik weer ruim voldoende gekwebbel had mogen aanhoren en zijn we naar boven gegaan. Daar heb ik het mormel getrakteerd op een gedroogde kippenvleugel en mezelf op drie hoofdstukken van mijn boek. En toen ging de bel: ze kwamen me mijn sondevoeding toedienen. Moet ook gebeuren hè? Dolce far niente è bello finché dura, no?

zondag 20 maart 2022

MAKE OVER

In Baarn woonde begin twintigste eeuw nog een aantal mensen die vermogend waren geworden in Nederlands Indië, veelal kooplui uit Amsterdam. Een van hen was August Janssen, naar wie in Baarn nog een straat is vernoemd. Het is een leuk straatje, maar in dit verhaal verder niet interessant. Wat wel interessant is aan deze man is het feit dat hij enkele fraaie villa's bezat in Baarn, waaronder huize Canton. In de eerste jaren van de vorige eeuw kon hij een stuk grond kopen. Meneer Janssen hield kennelijk niet van halve maatregelen, want hij liet villa Canton afbreken en hij gaf opdracht een geheel nieuw huize Canton te bouwen tegenover zijn nieuw verworven bezit. Op dat stuk grond liet hij een park aanleggen, het Cantonspark. Het was een fraai park met een beekje, een tennisbaan, diverse huisjes voor de kinderen, kassen en een heuse wintertuin. Die wintertuin, een mooi gebouw met een glazen dak, was gevuld met tropische planten en bomen. Hij liet er door een Indische bediende in klederdracht thee serveren aan zijn gasten. De koloniale tijd was destijds in Baarn nog lang niet verdwenen.

"De koepel"
Ik heb goede herinneringen aan het park. Eind jaren '60 kwam ik er regelmatig om in de schaduw van de bomen een stickie te roken. Het was in die tijd een botanische tuin van de Universiteit Utrecht, een oase van rust. Later is de gemeente eigenaar geworden van het park. En zoals dat vaak ging met dergelijke fraaie tuinen als een gemeente er zorg voor moest dragen verviel het eens zo mooie Cantonspark tot een verwaarloosd stukje groen met aan de rand een aardige kinderboerderij. Gelukkig is er een stichting tot behoud van het park in het leven geroepen door burgers van Baarn en in 2020 is men begonnen met een renovatie.

Ik was er lang niet geweest, maar toevallig kwam het park ter sprake toen ik gisteren bij mijn zus en zwager op bezoek was in Baarn. Ik besloot voor ik huiswaarts keerde er nog even doorheen te rijden. Tot mijn teleurstelling was er niets meer te vinden van de leuke oude sfeer uit mijn herinnering, alles zag er zo netjes uit, het woord "gladjes" kwam bij me op. En er zijn godbetert toegangshekken met bladmotieven in een soort artdecostijl. Maar... de vervallen wintertuin is hersteld zag ik en er zit nu een leuk uitziend horecabedrijf in. Op het terras met de oude stenen ommuring was het gezellig druk. Bij nader inzien bleken de nieuwe paden er best goed uit te zien, in elk geval verzorgd. En ik vond toch nog een oude bekende terug verderop tussen de bomen: de folly die ik vroeger de tempel noemde. Dat deed me dan weer deugd. En toen ik een praatje maakte met de bewoonster van het "huisje met de luiken" dat gelukkig ook nog steeds aan de rand van het park staat vertelde zij me dat het park eigenlijk qua opzet deels weer in de oorspronkelijke staat is terug gebracht met een eigentijdse inbreng erin vermengd. Zij hebben zelfs privè op de plek waar eens de grote kas stond een overkapping in dezelfde stijl laten bouwen.

Enfin, ik ben toen nog maar eens een rondje door het park gereden, maar nu met andere ogen kijkend. Met vernieuwd inzicht zeg mar. En met het besef dat niets blijft zoals het was. Het Cantonspark heeft een make over ondergaan en kan weer jaren mee. De Paul van toen met zijn stickie bestaat niet meer. En al heb ik geen make over gehad; ik ben van plan om ook nog jaren mee te gaan. En ik zal vast nog vaker naar Baarn rijden om even te verpozen in het park, dat best mooi is nu eigenlijk.

De tempel
Het huisje met de luiken




donderdag 10 maart 2022

LENTEKRIEBELS

 Wat is het deze week heerlijk weer hè? Ik kreeg gewoon lentekriebels. En als je die kriebels voelt moet je wat ondernemen om ze tevreden te stellen weet ik uit ervaring. Het eerste dat ik gedaan heb is mijn inmiddels wel erg lange haar gisteren een flink stuk korter laten knippen. Bij die nieuwe look vond ik een leuk nieuw jack in baseballstijl wel passen. Ook heb ik een zomerpet uit de kast gehaald. Maar eenmaal buiten merkte ik dat de nog laagstaande zon toch onder de klep van mijn pet door in mijn ogen scheen. Wat te doen? Nou, de kriebels waren nog niet helemaal tevreden, dus fluks naar de brillenwinkel gereden. Daar heb ik een zogeheten overzetzonnebril (Ja echt, dat woord bestaat.) aangeschaft. Dat is een zonnebril die je over je gewone bril opzet. Ik heb de hele middag heerlijk in het zonnetje gereden met de nieuwe aanwinst op mijn snuit. 

Eerst ben ik met Diva naar een van onze favoriete zomerstekjes gegaan, een grote boom met om de stam heen een bank. Daar kun je heerlijk in de schaduw van de boom zitten. Nu is het nog lang geen zomer en de boom is nog geheel kaal, maar het ging om het idee. Diva herkende het gevoel blijkbaar ook, want ze rende als een malloot rondjes om de boom om vervolgens uit te rusten in de voorjaarszon. Zonnen is namelijk een van haar meest gewilde bezigheden. Men is nu eenmaal van Mexicaanse afkomst nietwaar? Na de verpozing bij de boom zijn we op het gras de krokussen gaan fotograferen. Wat zijn het toch schattige bloemetjes. En echte voorjaarsboden, ik word altijd blij als ik ze weer zie. Ergens tussen de krokussen stond ook nog een eenzaam madeliefje. Over schattig gesproken. Al zijn het doodgewone kleine plantjes, daarom zijn ze niet minder mooi.



Morgen ga ik naar Barneveld om een Moluks monument te fotograferen voor de site van de stichting Traces of War. Dat is een aardige rit door voornamelijk agrarisch gebied van ongeveer 18 kilometer. En volgende week ga ik maar eens een eerste tocht voor mijn scootmobielclub proefrijden om te kijken of er geen wegversperringen of andere hindernissen zijn. En ik moet, nu het mooie weer echt nadert, nodig eens weer contact opnemen met de activiteitenbegeleider over de cursus scootmobiel rijden die we samen gaan opzetten. Druk, druk, druk. Kriebels, kriebels, kriebels.