zaterdag 26 maart 2022

DOLCE FAR NIENTE

 

Ff chillen, moderne taal voor heel ouderwets gewoon even lekker niets doen. Dolce far niente. Ik noemde het vaak razendsnel niks doen. Een bezigheid waar ik altijd goed in ben geweest. En vandaag besloten Diva en ik dat het zo'n dag zou worden. Zo'n Winnie de Poehdag zeg maar. Degenen die me volgen op Facebook weten dat we de afgelopen week met dat mooie weer flinke tochten hebben gemaakt, tochten van rond de 40 kilometer per dag. Nu zijn dat leuke tochten hoor, daar niet van. Maar ze zijn ook vermoeiend. Je wordt rozig van zon en wind op je gezicht, je linkerhand wordt moe omdat je niet even kunt wisselen van hand en je ontwikkelt na enkele uren rijden een ongemak dat bekend staat als een houten reet.

En Diva wordt merkbaar een dagje ouder. Waar ze in het begin met gemak 5 tot 7 kilometer aan een stuk naast me mee liep met een snelheid van zo'n 6 kilometer per uur, vindt ze het nu al welletjes na de helft van die afstand. Dat doet ze dan drie of hooguit vier keer na even gerust te hebben in haar mand op de treeplank. Kortom: we waren het beiden zat. En zelfs mijn scootmobiel was moe, al was dat geheel mijn schuld. Ik was vergeten hem gisteravond aan de oplader te doen, dus een verre rit zat er sowieso niet in. Maar gelukkig biedt Amersfoort genoeg leuke alternatieve bestemmingen dichtbij huis. We zijn met een rustige snelheid van amper 14 per uur naar het grote grasveld bij perk Schothorst gereden, genietend van het zonnetje. Daar aangekomen heb ik mijn voiture met de neus in de zon midden op het grasveld geparkeerd. En mijn eigen neus tegelijk dus ook. Divasprong uit de mand, rolde even lekker op haar rug in het gras en posteerde zich een halve meter voor de scootmobiel als een soort mini waakhond. Daar hebben we ons ongeveer drie kwartier verpoosd in alle rust. Maar ja, daarna begon de onrust de kop op te steken. Dolce far niente è bello finché dura. (Dat heerlijke niks doen is leuk zolang het duurt.) 

Goed, dus zijn we op ons gemakje een stuk verderop gaan kijken bij de vijver van Emiclaer. Diva vindt het daar leuk, omdat er een overvloed aan watervogels aanwezig is om op te jagen. Meerkoeten, eenden, ganzen of aalscholvers; het maakt haar niet uit zolang ze maar opvliegen bij haar luidruchtige nadering. Ontspanning door inspanning noemde mijn gymnastiekleraar dat vroeger. Ik heb op mijn beurt de ontspanning gezocht in het maken van een foto en verder niets, naks, nada. Toen we beiden die niet geringe inzet zat waren zijn we zeer rustig rijdend huiswaarts getogen, niet nadat we nog eventjes twee aardige wandelpaden hebben aangedaan. 

Thuis aanbeland, dat wil zeggen beneden bij het appartementencomplex, bleek het nog zulk lekker weer te zijn dat we maar eventjes op het terras achter zijn neer gestreken. Daar zaten wat dames te zonnen. En als dames Diva ontwaren smelten doorgaans hun harten, warm weer of niet. Dus mevrouw werd getrakteerd op één schamel hondenkoekje en een overdaad aan liefkozingen. Dat laatste maakt bij een diva het gebrek aan meer koekjes weer goed. Na een half uurtje vond ik dat ik weer ruim voldoende gekwebbel had mogen aanhoren en zijn we naar boven gegaan. Daar heb ik het mormel getrakteerd op een gedroogde kippenvleugel en mezelf op drie hoofdstukken van mijn boek. En toen ging de bel: ze kwamen me mijn sondevoeding toedienen. Moet ook gebeuren hè? Dolce far niente è bello finché dura, no?

zondag 20 maart 2022

MAKE OVER

In Baarn woonde begin twintigste eeuw nog een aantal mensen die vermogend waren geworden in Nederlands Indië, veelal kooplui uit Amsterdam. Een van hen was August Janssen, naar wie in Baarn nog een straat is vernoemd. Het is een leuk straatje, maar in dit verhaal verder niet interessant. Wat wel interessant is aan deze man is het feit dat hij enkele fraaie villa's bezat in Baarn, waaronder huize Canton. In de eerste jaren van de vorige eeuw kon hij een stuk grond kopen. Meneer Janssen hield kennelijk niet van halve maatregelen, want hij liet villa Canton afbreken en hij gaf opdracht een geheel nieuw huize Canton te bouwen tegenover zijn nieuw verworven bezit. Op dat stuk grond liet hij een park aanleggen, het Cantonspark. Het was een fraai park met een beekje, een tennisbaan, diverse huisjes voor de kinderen, kassen en een heuse wintertuin. Die wintertuin, een mooi gebouw met een glazen dak, was gevuld met tropische planten en bomen. Hij liet er door een Indische bediende in klederdracht thee serveren aan zijn gasten. De koloniale tijd was destijds in Baarn nog lang niet verdwenen.

"De koepel"
Ik heb goede herinneringen aan het park. Eind jaren '60 kwam ik er regelmatig om in de schaduw van de bomen een stickie te roken. Het was in die tijd een botanische tuin van de Universiteit Utrecht, een oase van rust. Later is de gemeente eigenaar geworden van het park. En zoals dat vaak ging met dergelijke fraaie tuinen als een gemeente er zorg voor moest dragen verviel het eens zo mooie Cantonspark tot een verwaarloosd stukje groen met aan de rand een aardige kinderboerderij. Gelukkig is er een stichting tot behoud van het park in het leven geroepen door burgers van Baarn en in 2020 is men begonnen met een renovatie.

Ik was er lang niet geweest, maar toevallig kwam het park ter sprake toen ik gisteren bij mijn zus en zwager op bezoek was in Baarn. Ik besloot voor ik huiswaarts keerde er nog even doorheen te rijden. Tot mijn teleurstelling was er niets meer te vinden van de leuke oude sfeer uit mijn herinnering, alles zag er zo netjes uit, het woord "gladjes" kwam bij me op. En er zijn godbetert toegangshekken met bladmotieven in een soort artdecostijl. Maar... de vervallen wintertuin is hersteld zag ik en er zit nu een leuk uitziend horecabedrijf in. Op het terras met de oude stenen ommuring was het gezellig druk. Bij nader inzien bleken de nieuwe paden er best goed uit te zien, in elk geval verzorgd. En ik vond toch nog een oude bekende terug verderop tussen de bomen: de folly die ik vroeger de tempel noemde. Dat deed me dan weer deugd. En toen ik een praatje maakte met de bewoonster van het "huisje met de luiken" dat gelukkig ook nog steeds aan de rand van het park staat vertelde zij me dat het park eigenlijk qua opzet deels weer in de oorspronkelijke staat is terug gebracht met een eigentijdse inbreng erin vermengd. Zij hebben zelfs privè op de plek waar eens de grote kas stond een overkapping in dezelfde stijl laten bouwen.

Enfin, ik ben toen nog maar eens een rondje door het park gereden, maar nu met andere ogen kijkend. Met vernieuwd inzicht zeg mar. En met het besef dat niets blijft zoals het was. Het Cantonspark heeft een make over ondergaan en kan weer jaren mee. De Paul van toen met zijn stickie bestaat niet meer. En al heb ik geen make over gehad; ik ben van plan om ook nog jaren mee te gaan. En ik zal vast nog vaker naar Baarn rijden om even te verpozen in het park, dat best mooi is nu eigenlijk.

De tempel
Het huisje met de luiken




donderdag 10 maart 2022

LENTEKRIEBELS

 Wat is het deze week heerlijk weer hè? Ik kreeg gewoon lentekriebels. En als je die kriebels voelt moet je wat ondernemen om ze tevreden te stellen weet ik uit ervaring. Het eerste dat ik gedaan heb is mijn inmiddels wel erg lange haar gisteren een flink stuk korter laten knippen. Bij die nieuwe look vond ik een leuk nieuw jack in baseballstijl wel passen. Ook heb ik een zomerpet uit de kast gehaald. Maar eenmaal buiten merkte ik dat de nog laagstaande zon toch onder de klep van mijn pet door in mijn ogen scheen. Wat te doen? Nou, de kriebels waren nog niet helemaal tevreden, dus fluks naar de brillenwinkel gereden. Daar heb ik een zogeheten overzetzonnebril (Ja echt, dat woord bestaat.) aangeschaft. Dat is een zonnebril die je over je gewone bril opzet. Ik heb de hele middag heerlijk in het zonnetje gereden met de nieuwe aanwinst op mijn snuit. 

Eerst ben ik met Diva naar een van onze favoriete zomerstekjes gegaan, een grote boom met om de stam heen een bank. Daar kun je heerlijk in de schaduw van de boom zitten. Nu is het nog lang geen zomer en de boom is nog geheel kaal, maar het ging om het idee. Diva herkende het gevoel blijkbaar ook, want ze rende als een malloot rondjes om de boom om vervolgens uit te rusten in de voorjaarszon. Zonnen is namelijk een van haar meest gewilde bezigheden. Men is nu eenmaal van Mexicaanse afkomst nietwaar? Na de verpozing bij de boom zijn we op het gras de krokussen gaan fotograferen. Wat zijn het toch schattige bloemetjes. En echte voorjaarsboden, ik word altijd blij als ik ze weer zie. Ergens tussen de krokussen stond ook nog een eenzaam madeliefje. Over schattig gesproken. Al zijn het doodgewone kleine plantjes, daarom zijn ze niet minder mooi.



Morgen ga ik naar Barneveld om een Moluks monument te fotograferen voor de site van de stichting Traces of War. Dat is een aardige rit door voornamelijk agrarisch gebied van ongeveer 18 kilometer. En volgende week ga ik maar eens een eerste tocht voor mijn scootmobielclub proefrijden om te kijken of er geen wegversperringen of andere hindernissen zijn. En ik moet, nu het mooie weer echt nadert, nodig eens weer contact opnemen met de activiteitenbegeleider over de cursus scootmobiel rijden die we samen gaan opzetten. Druk, druk, druk. Kriebels, kriebels, kriebels.









zaterdag 26 februari 2022

VOORJAAR

 

Afgelopen woensdag zouden Ans en ik naar het filmhuis gaan om West Side Story te kijken. Dat hadden we afgesproken in de veronderstelling dat het nog steeds somber weer zou zijn. Maar daags ervoor bleken de weergoden ons plotsklaps een pleziertje te gunnen. Het zou woensdag tien graden worden én zonnig én droog. Joepie! In zo'n geval stellen we ons plan rap bij. Een film kan altijd nog; we gaan er op uit, de wijde wereld in. Daar hebben we zo lang op gewacht, op weer waarbij we eindelijk weer eens een ritje kunnen maken. Er bleek nog wel een gure wind te staan, maar daar lieten we onze vreugde niet door beïnvloeden. Gewoon warme kleren aan en gaan.

De Schammer
We kozen voor twee natuurgebiedjes net buiten de stad, de Schammer en Bloeidaal. Daar is het altijd mooi en er lopen goede fietspaden doorheen, vooral voor een scootmobiel erg fijn. Bovendien kan Diva er op diverse stukken goed los lopen, ook belangrijk. Ik denk dat ze in totaal die middag wel een kilometer of zes gelopen heeft. Zij genoot van de luchtjes die reeën, konijnen, wezels en diverse vogels achter laten en wij van het landschap en vooral van de zon op onze bolletjes. Wat knapt een mens daarvan op zeg. Vandaag ben ik met Diva weer ruim drie uur op pad geweest. Deze keer in park Schothorst, een van de mooie parken die Amersfoort rijk is. En morgen ga ik naar de Eng in Soest, de plek waar ik in mijn jeugd veel tijd doorbracht. Laat dat voorjaar maar dorkomen.


Bloeidaal


Park Schothorst


zondag 20 februari 2022

NAPOLEONCONPLEX.

Zoals bekend heb ik een klein hondje, een chihuahua. Nu hebben de meeste chi's enkele psychische aandoeningen. Zo ook mijn Diva. Zij lijdt aan een ernstige vorm van het Napoleoncomplex. Ze tracht haar kleine gestalte te compenseren met luidruchtig keffen tegen veel grotere beesten dan zijzelf. En dat zijn vrijwel alle beesten. Dan is er nog een kwaal waar ze last van heeft. Of beter gezegd: Zij heeft er geen last van, integendeel, maar haar omgeving des te meer. Ze lijdt, net als al haar rasgenoten, aan zelfoverschatting in zijn ergste vorm. Ze is ervan overtuigd dat elke hond siddert van angst voor haar. Of het nu een pitbull is, een grote herdershond of een rottweiler; ze stapt er onbevreesd op af en gromt als de andere hond iets te opdringerig is naar haar zin. En dat werkt feilloos, de meeste honden trappen erin. En het gaat zelfs zo ver dat ze bij het zien van zwarte labradors met haar volle 3,2 kilogram luid grommend en keffend in de aanval gaat. Dat zo'n beest meer dan tien keer zo zwaar is als zij deert haar niet in het minst. Tot die ene keer dat een fors uitgevallen labrador reu het niet pikte en haar grauwend tegen de grond werkte. Dan is de diva ineens een bang hondje dat luid piepend wegrent. Maar... dat duurde maar heel kort. Zodra ze weer op veilige afstand was stond ze grommend en met opgestoken nekharen venijnig in het zand te krabben met haar achterpoten zodat het er uit zag alsof niet de de labrador maar zij gewonnen had en parmantig trippelend verliet ze het strijdtoneel.

Ze beschouwt het gehele flatcomplex waar we wonen als haar territorium, dus zo gedraagt ze zich als ze honden van andere bewoners in de hal tegenkomt en ook dat werkt wonderwel in haar voordeel. Ze zijn allemaal enigszins onder de indruk. Ook de straten rondom het gebouw behoren uiteraard tot haar domein. Ze is er echt de koningin en tevens de buurtbullebak. Zo lopen we 's morgens een rondje vijver. Er ligt een redelijk grote stadsvijver achter het complex en daar begint het rondje om het gebouw. Nu zitten er op het grasveld naast de vijver altijd tientallen kokmeeuwen, wat meerkoeten, enkele waterhoentjes en een handvol eenden. Diva kent geen groter plezier dan luid blaffend en met grote sprongen op al die vogels af te rennen. Ze schrikken zich elke keer weer een ongeluk en gaan in paniek op de wieken. Tegen de tijd dat ze door hebben dat het maar een klein rothondje was loopt dat rothondje al parmantig in triomf over het lege grasveld. "Zo, die weten even hun plaats weer." Sinds kort is het vogelbestand uitgebreid met een knobbelzwaan, drie aalscholvers en een paartje nijlganzen. Stuk voor stuk vogels die met gemak chihuahua gehakt van Diva kunnen maken, maar dat weerhoudt haar en in het geheel niet van om ze even de schrik op het lijf te jagen. Sterker nog: ik krijg de indruk dat de komst van deze grote vogels Diva's lol flink heeft verhoogd.

Vanmorgen zag ik een nieuw staaltje van haar misplaatste overmoed. Ze heeft de gewoonte om ook de katten in de buurt even op te jagen. Dom natuurlijk, want de meeste katten zijn groter en zwaarder dan zij, om nog maar niet te spreken van het fait dat kattennagels een chihuahua ernstig kunnen toetakelen. Maar ja, elke kat rent liever weg als er een luid blaffende hond op hem af komt, zelfs een kleintje van 3 kilo. Goed, vanmorgen dus. We kozen voor de afwisseling een andere straat dan gewoonlijk en daar zag Diva een dikke kat op de stoep liggen. Onverwijld ging ze over in een spurt, ondertussen luid keffend om het schrik effect te verhogen. Deze kat rende niet weg, maar besloot te bouwen op een veilig toevluchtsoord waarvan hij uit ervaring wist dat honden er niet kunnen komen. Hij schoot onder de dichtsbijzijnde geparkeerde auto en stopte. Diva echter stopte niet; ze dook zonder vaart te minderen ook onder de wagen. Da's het voordeel van klein zijn hè? In paniek door deze onverwachte situatie stootte de kat eerst zijn kop om het vervolgens op een rennen te zetten met zijn nagels krabbelend in de straatstenen om zo zo snel mogelijk weg te konen. En Napoleon kwam op haar gemak aan de andere kant onder de auto vandaan, keek de rennende kat nog even laatdunkend na en liep triomfantelijk verder. Complex? Nee hoor.



zondag 13 februari 2022

EEN FILM

Vanmiddag waren Ans en ik in het Amersfoortse filmhuis om Amélie te kijken, een erg leuke Franse film. Een film vol humor en fantasiewerelden, een modern sprookje zoals de critici hem omschrijven. We waren blij dat we weer eens leuk uit konden gaan na zo'n lange tijd. Maar het is toch niet helemaal zo leuk en ontspannen als voor corona de wereld beïnvloedde. Om te beginnen kun je tegenwoordig nergens meer naar binnen zonder je Q code te laten zien. Nu wilde het toeval dat de app op mijn mobiel precies vanmiddag vreselijk traag was en geen code tevoorschijn wilde toveren. Dat vond ik ergerlijk, want zonder code zoals gezegd geen toegang. Zo'n haperende app kan je uitje dus goed verpesten. Stel je voor dat ik niet verder had gemogen en Ans stond al keurig gescand (en goedgekeurd) binnen. Gelukkig kon de medewerkster wel lezen dat ik drie vaccinaties heb gehad, dus mocht ook ik me tot de fortuinlijken rekenen die toestemming kregen het theatertje te betreden. Een kaartje laten zien is er uiteraard ook niet meer bij, al heeft dat niets met corona te maken. Ik vond dat altijd zo aardig dat je een bewijs in handen had dat je betaald had. Een kwitantie zeg maar. Of is dat een te ouderwets begrip? In ieder geval moet je nu op je mobiel de volgende q code tonen, deze keer die van je tickets. Godzijdank deed die code het wel en we mochten de zaal in. Dat wil zeggen dat we de zaal in wilden, maar we werden bij de deur tegengehouden. De zalen zijn in het filmhuis niet zo groot en bieden slechts plaats aan één invalidenplaats. Laat die plaats nu al bezet zijn, dus ik kon met mijn scootrmobiel niet binnen. Dat was even een tegenvaller, maar daar kan ik maar een persoon iets in verwijten: mezelf. Ik had bij de aankoop van de kaartjes aan moeten geven dat er een invalidenplaats beschikbaar moest zijn. Ik denk daar nooit aan en dat heeft al menig keer ertoe geleid dat Ans me moest helpen naar een stoel. Waarom ik dat altijd vergeet weet ik niet; het is mijn blinde vlek. (Toch eens iets aan doen Paul. Niet leuk voor je vriendin.)

Enfin, met wat inspanning en de hulp van Ans lukte het me om een drietal traptreden af te gaan en konden we eindelijk zitten. Nu hebben wij een voorkeur voor de buitenste zitplaatsen, zo dicht mogelijk bij het gangpad. Gewoontegetrouw wilden we onze tokessen laten zakken op stoel 1 en 2, maar we hadden buiten de corona waard gerekend. De eerste stoelen waren voorzien van een doek op de rugleuning met een tekst die duidelijk maakte dat ze niet mochten worden gebruikt vanwege de anderhalve metermaatregel. Goed, dan schuifelen we toch verder naar de volgende plaatsen. Daar aangekomen legde ik mijn jas en mijn pet op de stoel voor me. Laat de film maar beginnen hoor. Op dat moment kwamen er twee dames de rij voor ons in lopen die  wilden plaatsnemen op de stoelen waar mijn jas en pet lagen. Ans pakte de jas behulpzaam snel weg, maar kon zo vlug niet voorkomen dat mijn pet op het pad beneden ons viel. "Ach mevrouw", vroeg ze "wilt u misschien die pet even aangeven?" De dame keek naar de pet en toen naar ons alsof ze iets wilde zeggen. Ze bedacht zich, bukte en pakte mijn pet met de topjes van duim en wijsvinger op alsof er stront aan zat. Haar gezicht sprak boekdelen vol afschuw. Het was zo'n lachwekkende vertoning dat Ans het niet  kon laten om op licht spottende toon te zeggen "Wat vies hè?" Waarop de dame op een bitse toon een dame onwaardig opmerkte: "Hij is niet van mij." Vervolgens overhandigde ze mijn hoofddeksel, nog steeds met dat gezicht vertrokken van afschuw van de viezigheid die ze met blote handen had moeten vast pakken. Wij keken elkaar aan en konden ons lachen slechts met veel moeite verborgen houden. De film was nog niet begonnen en we zaten al volop in een film.

vrijdag 19 februari 2021

REURING EN STERKE VERHALEN.

 Vorige keer beloofde ik te vertellen over die tv die van 1 hoog uit het raam werd gegooid. Welnu, de straat waar we in de jaren '50 woonden had in het midden een bijna haakse hoek. Wij woonden precies op die hoek en zodoende konden mijn broer Rein en ik vanuit onze slaapkamer het gedeelte van de straat "om de hoek" goed zien. Aan de ene zijde van onze straat stonden rijtjeshuizen en aan de overkant waren het duplexwoningen. Dan heb je een beetje een beeld hoe de situatie was. Op een warme zomeravond hingen wij uit het raam omdat het te warm was in de kleine slaapkamer die we deelden. De achterbuurman van 1 hoog, een knappe macho, had de gewoonte om in het weekend een flink aantal biertjes tot zich te nemen en hij had een kwade dronk. Het was niet ongewoon om hem luidkeels ruzie te horen maken met zijn vrouw, die zelf overigens ook niet spoog in een glas bier. De keer waar dit verhaaltje over gaat was manlief echter uitzonderlijk kwaad. Hij schreeuwde dat hij haar zou vermoorden en je kon haar horen gillen. Kennelijk had iemand uit bezorgdheid voor het leven van de echtgenote de politie gewaarschuwd en die rukte met man en macht uit. De macht was in het geval van de politie Soest slechts twee  auto's, meer hadden ze er ook niet. Uit die wagens kwamen zes agenten die zo snel ze konden de woning binnenrenden. Op dat moment kwam er onder luid gerinkel van glas een tv door het raam van 1 hoog zeilen en hij spatte met een knal uiteen op de stoep. Inmiddels was zo ongeveer iedere bewoner van de straat naar buiten gekomen om te genieten van het onverwachte schouwspel. Daar kwamen vier agenten naar buiten die met de grootst mogelijke moeite de dronken buurman probeerden in bedwang te houden. Na een luidruchtige worsteling werd de man uiteindelijk achterin een politiewagen geduwd. De agenten stonden nogal stoer en zeer tevreden over hun eigen daadkrachtige optreden na te genieten, waarbij ze zich ongetwijfeld dachten te kunnen koesteren in de bewondering van het publiek. Helaas voor hen heeft niet de gerechtelijke macht maar de schavuit vrijwel altijd het publiek op zijn hand, zo ook die avond. Wat gebeurde er namelijk? De dronkenlap had stilletjes het portier aan de andere kant geopend, was uitgestapt en stond grijnzend een lange neus te maken achter de rug van de agenten. Toen de dienders der wet het opmerkten door het hoongelach van de omstanders zwaaide hij even naar ze en maakte dat hij wegkwam. Nu liepen er achter de huizen overal paadjes waar hij goed de weg kende en de agenten niet, dus het resultaat laat zich raden. 

Niet alleen onder de volwassenen waren er overigens schavuiten, ook de kinderen uit de buurt konden er wat van hoor. Er werd eens riolering aangelegd in de straat. Overal lagen van die enorme grote betonnen buizen waar wij 's avonds als de werklui weg waren in speelden. Op een dag hadden de werkers een grote pot vet vergeten mee te nemen  en uiteraard vonden wij die. Ja, dan heb je zo'n onverwachte buit en dan moet er natuurlijk ook iets mee gedaan worden. Maar wat kun je met een  blik gele vette blubber doen? Na wat suggesties van deze en gene kwam een van ons op een, dachten wij, lumineus idee. Een straat verder woonde iemand die in een Gogomobiel reed. Voor de jongeren onder mijn lezers: dat was een gek uitziend goedkoop autootje met drie wielen. Er zaten geen deuren in, je moest de plexiglas kap openklappen en dan kon je instappen. Er konden twee mensen in, achter elkaar. Per definitie was iemand die in zo'n lachwekkend ding reed een sul in onze ogen. Enfin, het lumineuze idee was dus om een grap uit te halen met die sukkel. Stilletjes zijn we me het blik vet naar zijn voertuig geslopen en we hebben we alle drie de wielen rijkelijk ingesmeerd. In onze fantasie zou de arme man de volgende ochtend proberen weg te rijden en zou dat niet lukken vanwege slippende banden. En we verkneukelden ons al op het idee dat hij dan die gore gele blubber moest verwijderen. Maar zoals zo vaak liep onze grap iets anders dan wij dachten. Het Pietje Beleffect zeg maar. De volgende ochtend klom de man in zijn Gogootje om naar zijn werk te gaan. Niets vermoedend gaf hij gas terwijl hij aan het stuur draaide om de weg op te rijden. En daar ging hij, rondtollend over de hele breedte van de straat, volkomen stuurloos. Godzijdank is er niemand geraakt. En in de jaren '50 stonden er maar 1 of 2 andere auto's geparkeerd, dus meer schade dan wat geplette struiken in een gemeenteplantsoen heeft hij niet aangericht. Nu denk ik aan de enorme schrik die de arme kerel overspoeld moet hebben, maar toen zag ik het, net als de andere boefjes uit de straat, als een zeer geslaagde grap. Een avontuur waar we nog menigmaal sterke verhalen over verteld hebben. En dat laatste ben ik nog niet verleerd....