zaterdag 15 oktober 2022

JUSTUS

Dinsdagmiddag was ik met Diva lukraak wat aan het struinen door Hoogland. Op een gegeven moment belandden we in het parkje bij huis Schothorst. Midden op het grasveld daar staat een imposante boom met een rondlopende bank om de stam heen. Bij de bank zag ik een man in een elektrische rolstoel en ernaast op de bank een mevrouw met een ukelele. Iets in het tafereel trof me en in een opwelling reed ik naderbij. Daar zag ik dat de mevrouw enkele met de hand beschreven vellen papier op haar schoot had. Ze zei me vriendelijk gedag en toen pas zag ze Diva. Ze attendeerde de man in de rolstoel op het feit dat er een hondje naast hem stond. Hij lag op dat moment meer dan hij zat en hij kon Diva vanuit die positie niet goed zien. Dus ben ik met mijn scootmobiel naast hem gaan staan en ik heb Diva opgetild tot zijn ooghoogte. Hij bleek zijn armen en handen moeilijk te kunnen bewegen door spasmes en verkramping. Toch lukte het hem om met een wijsvinger heel voorzichtig de neus van  Diva aan te raken. Ze bleef zacht kwispelend heel rustig staan. Ik moest denken aan de beroemde scene uit ET. Hun contact duurde slechts een tiental seconden, maar het leek veel langer te duren. Ik voelde dat hier iets heel bijzonders plaatsvond; de lucht om ons heen zinderde er gewoon van. 

De mevrouw, die muziektherapeut bleek te zijn, vertelde me dat Justus en zij net net bezig geweest waren met een lied schrijven en of ik het misschien wilde horen Uiteraard wilde ik dat. Ze sloeg enkele akkoorden aan en zong met een prettig klinkende stem over Justus die gelukkig was dat hij daar met haar op de hei was. Terwijl zij zong sloot Justus zijn ogen en hij lag overduidelijk te genieten in het najaarszonnetje. Ze verhaalde al zingend ook nog over nog over de zee en een strand met een blauw witte lucht erboven. Ik was wat verbaasd dat ze zich op een hei waanden terwijl we ons toch echt op een grasveld in een stadspark bevonden. Mariejan, de therapeut, legde me uit dat Justus vaak in zijn fantasie naar plekken reist waar hij graag is. Hij houdt bij voorbeeld zo van de zee dat hij er in zijn fantasie veel naartoe gaat. Hij kan er in zijn droomwereld zelfs dansen in de zon, iets dat hij in deze wereld natuurlijk nooit zal kunnen. Vandaag had hij echter een keer gekozen voor de hei, dus als hij zijn ogen dicht deed was hij daar ogenblikkelijk met zijn zus waar zij voor hem het lied zong dat ze samen bedacht hadden. Ik zei tegen hem dat ik dat ook kende: als je lijf je het je niet toestaat gebruik je gewoon je geest om te gaan naar waar je maar wilt. Het biedt zelfs meer mogelijkheden dan deze wereld en wie zegt of de droomwereld niet net zo echt is? Dat deed hem zichtbaar plezier, hij was blij een in deze verwante ziel te ontmoeten. Hij raakte met zijn hand zijn hart aan om dat uit te drukken, want hij heeft net als ik moeite met spreken. Hij kan nog wel enigszins praten, maar het is lastig te verstaan. En daar zat ik dan naast met mijn spraakcomputer. Maar dat alles deerde ons niet in het minst. We zaten met zijn drieën in onze eigen bubbel en de rest van de wereld en handcaps bestonden even niet. We hebben gekletst over numerologie, gedichten schrijven, genieten van wat je hebt en nog veel meer. Je snapt dat ik een foto van Justus wilde maken, moest maken voor mijn gevoel. En ja, natuurlijk ontkwamen we niet aan het ook nog even samen poseren. Ik maakte het vredesteken met twee vingers, iets dat ik vaak doe op foto's. Justus zag dat en maakte meteen ook hetzelfde gebaar. Maar hij moest zijn hand noodgedwongen horizontaal houden. Prompt verscheen er een lach op zijn gezicht en hij kruiste onze vingers. Wat een bijzondere man en hoe speciaal was het om hem en Mariejan te ontmoeten. Ik zal Justus niet snel vergeten, hij heeft mijn dag een gouden randje gegeven.







zaterdag 8 oktober 2022

GENIETEN

Korte Duinen in Soest
Ik kan terugkijken op twee heerlijke weken. Na ruim anderhalve week was mijn grote scootmobiel terug van reparatie en ik kon weer gaan toeren. Gelukkig was het de meeste dagen goed weer, zeker de afgelopen week. Ik heb per dag zo'n 35 kilometer gereden. Vest aan, winddicht jack aan, pet op en gaan. Omdat Diva mee is moet ik regelmatig enkele kilometers met een snelheid (Nou ja snelheid?) van vier tot vijf kilometer per uur rijden. Zij loopt dan netjes los met me mee, doet af en toe een noodzakelijk plasje, wacht ongeduldig als ik stilsta om een foto te maken en jaagt op krekels in de bermen. Als ze het zat is springt ze weer in haar mand die tussen mijn voeten op de treeplank staat. Dan verhoog ik de snelheid weer naar 15 per uur en madame zit parmantig om zich heen te kijken. Echt een hondenleven.

We zijn onder andere naar park Randenbroek en het aansluitende Elisabeth Groen geweest, door het bos naar Soestduinen en Den Dolder, naar het Waterwingebied en natuurgebied de Schammer, naar de Eempolders van Soest tot Eemnes en naar het Cantonspark in Baarn. Vanmiddag zijn we een kijkje gaan nemen bij molen de Windhond en de Eng in Soest. Ik heb het al diverse malen gezegd en ik zeg het nu weer: Wat ben ik toch gezegend met zo'n prachtige en gevarieerde omgeving. Ik kan naar believen kiezen uit fraaie stadsparken, de vele naaldbossen op de zandgronden, de loofbossen die op de flank van de Veluwe te vinden zijn, de Soester duinen, rivier de Eem, de uitgestrekte polders waar ik zo van houd of de binnenstad van Amersfoort met zijn rijke geschiedenis. Ik geniet van de zon op mijn gezicht, de wind in mijn haren en het zoeven van de banden op het asfalt. Ik geniet van de koddige sprongetjes die Diva maakt als ze een krekel probeert te vangen. Ik geniet van de perfecte kleine bewegingen waarmee een biddend torenvalkje stilstaat in de lucht, van het gemak waarmee een buizerd zwevend op de luchtstromen in een mum van tijd tientallen meters hoger is, van de zeeën van wit Fluitekruid in de zomer, oh er is zoveel war ik van geniet. Ik geniet van het leven in mezelf en om me heen.


De polder bij hoeve Hoogerhorst


Molen de Windhond in Soest


Cichorei, het mooiste bloemetje van de polder

zaterdag 24 september 2022

OP STROOPTOCHT

Terwijl ik dit schrijf miezert het buiten alweer. Maar dat deert me binnen niet en zeker in mijn hoofd is er geen plaats voor somber weer. Ik wil namelijk vertellen over de ritjes die ik de afgelopen dagen heb gemaakt. Ritjes van ongeveer vijf kilometer per keer. Waarom zulke korte afstanden terwijl ik doorgaans mijn hand niet omdraai voor 40 tot 50 kilometer per dag? Welnu, dat komt omdat de pech waar ik de vorige keer over schreef nog niet niet afgelopen was. Mijn scootmobiel laadde weer niet op. Gelukkig bracht de monteur die hem kwam ophalen meteen ook mijn kleine scootje terug. Nu gaat die behoorlijk langzamer dan ik gewend ben, hij kan ook minder ver en hij is beduidend minder comfortabel. Dus heb ik me de afgelopen dagen beperkt tot korte ritten in de wijk waar ik woon. Voor mij even wennen, maar voor Diva was het meer dan prima, zij kan dan op strooptocht. Zodra we beneden zijn spurt mevrouw namelijk spoorslags naar Angela, de kapster die haar trakteert op een stukje kaas dat ze er speciaal voor meeneemt van huis. Dan gaan we naar buiten alwaar de diva haar noodzakelijke dagelijkse bezigheden heeft, waar ik niet verder over zal uitweiden. Daarna vermaakt ze zich uitstekend met het uitpluizen van de hondenberichten die her en der op paaltjes, tuinhekken en muurtjes zijn achtergelaten. Dan komen we aan bij het huis waar haar twee aartsvijanden, twee Maltezers, wonen. Daar loopt ze altijd even de voortuin in om bij de voordeur te grommen en haar weg weer te vervolgen. Omdat de straat waar ik het over heb iets verder overgaat in een winkelstraat zijn er diverse eettentjes. Er zit een Griekse gyroszaak, een Turkse eetgelegenheid, een leuk Nederlands restaurantje en een Surinaamse eettent. Bij al die zaken hebben ze een klein terras waar Diva minitieus de stoep onderzoekt op restjes vlees. Eigenlijk is dat  gedrag niet goed natuurlijk, maar de mensen die op de terrasjes zitten vinden het zo leuk om te zien dat ik het inmiddels maar toesta. Ze vindt toch maar heel zelden iets, het is denk ik meer de geur waarop ze reageert. Goed, na de terrasjes komen we bij de winkel waar tot een jaar geleden kennissen van me in zaten. Daar liep Diva dan naar binnen voor een koekje. Ze begrijpt nog steeds niet dat de nieuwe eigenaar geen lekkernijen verstrekt; voor haar is dit nog steeds een halte langs de route. Dus daar blijft ze even tevergeefs voor de deur staan. Dan vervolgen we onze weg langs enkele flats tot we op de weg terug naar huis belanden.
Dat is een weg met leuke huizen uit de dertiger jaren en veel bomen. Bomen bevatten uiteraard ook hondennieuwsberichten, die allemaal stuk voor stuk besnuffeld dienen te worden. En bij sommige berichten voegt Diva haar vloeibare commentaar toe. Dan arriveren we bij het speelveldje waar altijd kinderen uit de buurt te vinden zijn. Dat vindt Diva geweldig. Ze huppelt naar de kinderen toe die haar dan verwelkomen met knuffels en aaitjes. Ik laat de kinderen meestal een klein koekje aan mijn koekiemonster geven, hetgeen ze meestal erg leuk vinden. En Diva klaagt natuurlijk ook niet. Ik had wat leuke foto's willen maken van de kinderen met haar samen, maar dat werd niet op prijs gesteld door de ook aanwezige ouders. Zo jammer vind ik dat, want kinderen met dieren samen leveren vaak zulke aardige plaatjes op. Maar ja, dat is een geheel ander onderwerp waar ik  misschien nog weleens over zal schrijven. Ik had het over onze wandeling door de buurt. Na het speelveld komen we aan bij het uitlaatveld, het speelveldje voor honden zeg maar. Daar treffen we bij voorbeeld of Willem die altijd hondenkoekjes bij zich heeft of Roelie die ook trakteert op een  kleine hondensnack. Voor de honden op het veldje heeft Diva niet de minste belangstelling, het gaat om wat er te snaaien valt. Bij het veldje steken we over en dn komen we langs het huis van Brigitte. Als het goed weer is lopen haar twee chihuaha's in de de voortuin. Ik stop dan even om ze beide een koekje te geven. En uiteraard wil Diva er dan ook een. Is Brigitte toevallig ook buiten, dan deelt zij op haar beurt ook weer uit. Na het bezoek aan de chihuahua's besluit ik, omdat het zulk lekker weer is, nog even naar het parkje verderop te gaan  Op de weg daarnaartoe komen we langs de Iraanse kapper. 
Zodra hij mij met Diva ontwaart laat hij zijn klant gewoon even aan zijn lot over en hij snelt naar buiten. Daar wordt niet ik maar Diva uitbundig begroet en vervolgens nodigt hij haar uit binnen te komen. Dat doet ze maar al te graag, want ook hij is een bron van hondenkoekjes. In het parkje wil mevrouw even in de zon liggen, want zo'n strooptocht gaat je niet in de koude kleren zitten hè? Na een minuut of tien ben ik dat niets doen wel weer zat en we gaan op weg naar huis. In totaal hebben we slechts ruim vier kilometer afgelegd, maar daar hebben we dan wel meer dan anderhalf uur over gedaan. Maar mijn diva heeft de buit binnen, zij is tevreden. Gelukkig loopt ze wel het hele stuk en worden de onderweg vergaarde calorieën wel weer verbrand. Maar dat vertel ik haar lekker niet.



Het parkje.


zondag 11 september 2022

PECH OF GELUK?

Ik had nogal wat pech deze week. Maandagochtend wilde ik lekker naar buiten met het mooie weer. Tot mijn schrik zag ik dat mijn scootmobiel niet was opgeladen. Nu wist ik zeker dat ik hem de avond ervoor goed aangesloten had aan de oplader. Het lampje op de oplader dat aangeeft dat de accu's opgeladen zijn brandde ook. Wat te doen? Ik heb maar stiekem even een oplader geleend van een van de andere scootmobiels en die heb  ik aangesloten op de mijne. Nu duurt geheel opladen ongeveer acht uur, dus moest ik geduld betrachten en hopen dat de eigenaar van de oplader hem zelf niet nodig had binnen die tijd. Ondertussen moest ik me behelpen met mijn kleine scoot. Ja ja:  ik bezit twee scootmobiels, een grote voor de lang ritten en een opvouwbare kleine voor in de auto of in winkels. Ik kon dus gelukkig Diva wel uitlaten, alleen een leuke rit zat er niet in en thuis blijven met mooi weer vind ik verschrikkelijk. Aan het begin van avond heb ik gekeken of het opladen nu wel gelukt was. En ja hoor: 100% volle accu's. Dat was op zich mooi natuurlijk, maar ik trok wel de conclusie dat mijn eigen oplader dus kaduuk was. Dinsdag vroeg in de middag ben ik derhalve naar de leverancier gereden om een nieuwe oplader te kopen. Daar aangekomen wilde de monteur graag mijn kapotte oplader even zien. Hij opperde de mogelijkheid dat er slechts een zekering was doorgebrand en een zekeringetje vervangen  is behoorlijk goedkoper dan een hele oplader. Gevolg was dat ik weer naar huis ben gereden om dat ding op te halen. Vervolgens weer naar de leverancier, alwaar bleek dat toch echt de hele oplader aan zijn end was gekomen. Ik mocht weer huiswaarts keren, een splinternieuwe oplader rijker en bijna 300 euri armer. Weer een heel mooie middag voorbij en erger nog: weer geen rit gemaakt. Enfin, ik had goede moed voor de woensdag, maar de goden waren me nog niet gunstig gestemd. Ik was even naar de Appie geweest met mijn kleine scootje. Niks aan de hand tot hij er plotseling mee ophield, midden op de drukste rotonde van Amersfoort. Man, wat voelde ik me doodongelukkig. Godzijdank stopte er een vriendelijke meneer die me naar de stoep geduwd heeft. Daar kon ik tenminste zonder gevaar voor mijn leven appen naar de leverancier van de mijn karretje. Na een klein half uurtje reed de monteur al voor, echt goede service. De scoot werd meegenomen voor reparatie en ik werd netjes thuis gebracht. Eerst was ik nogal uit mijn humeur door al die tegenslag, maar dat duurt bij mij nooit heel lang. Ik heb geleerd dat wat je ook overkomt er altijd weer iets goeds uit voortkomt. Dat bleek die woensdagmiddag ook weer te kloppen. Juist na die drie dagen narigheid en veel thuis zitten genoot ik volop van het rijden, ik waardeerde het weer ten volle.
Ik heb een mooie rit gemaakt naar de piepkleine dorpjes Appel en Driedorp in Gelderland. Heen door de bosrijke omgeving die Amersfoort rijk is en terug via het polderlandschap rond de dorpjes Nijkerkerveen en Holkerveen. En wat was ik weer blij met de goede fietspaden overal, of je nu door bossen rijdt of tussen de weilanden, overal ligt van dat asfalt waarop je banden zo heerlijk zoemen. Dat geluid draagt in hoge mate bij aan mijn gevoel van geluk onderweg. Geluk zit echt in de kleine dingen, zelfs in pech blijkbaar.




zaterdag 27 augustus 2022

WEER LEKKER WEER

Vanmiddag zou het rond de 24 graden zijn en zonnig, dus leek het me heerlijk zomerweer om samen met Diva een ritje te maken. Ik ging gekleed in kniebroek, T shirt en een dunne bodywarmer op weg naar het oude Hoogland dat tegenwoordig Hoogland-West heet. Ik kom er graag, want er heerst daar nog de sfeer van een rustig landelijk dorp. En er is een mooi oud landgoed, Coelhorst, met een eigen kapel en begraafplaats. Je hebt er straatnamen die herinneringen oproepen aan de hoeven die er eens stonden zoals Droevendal en Weerhorst. Een paar van die oude hoeven bestaan nog: Krachtwijk en Hoogerhorst. Ik hou van die oude namen en de verhalen die erbij horen.
Nadat we Hoogland uit waren reden we polder de Slaag in, omdat zowel Diva als ik daar altijd genieten. Diva struint de bermen af en jaagt op muisjes, sprinkhanen en krekels. Ik vind het altijd zo'n koddig gezicht als ze als een veer opspringt en met vier pootjes bij elkaar landt op de plek waar ze een prooi hoorde. Je hebt vast weleens in een natuurdocumentaire een vos zo zien springen. Diva vindt het er geweldig leuk. Ik genoot op mijn beurt van het weidse uitzicht, de ganzen en de prachtige wolkenluchten. Waar ik minder van genoot was de wind. Het kwam vast doordat ik inmiddels gewend was geraakt aan de hitte: 24 graden en een noorderwind voelde aan als te fris voor alleen een T shirt. Gelukkig heb ik, door de ervaring wijzer
geworden, in mijn rugzak altijd een warm jack. Terwijl we verder reden door polder Zeldert richting Eembrugge en Baarn bedacht ik me, behaaglijk warm in mijn jackie, dat een mens toch vreemd in elkaar steekt. Althans deze mens wel. Vorig jaar reed ik bij 24 graden in korte broek en een shirtje en ik genoot van de warmte en nu had ik bij dezelfde temperatuur een jas aan. Nou ja, het voelde goed, dus WTF zoals men in hedendaags Nederlands zegt. Net voor we in Baarn het dorp zouden inrijden zijn we afgeslagen naar het fietspad langs de Eem, een van onze andere favoriete routes. Ik ben graag op plekken waar ik de Eem kan zien en Diva kan er fijn struinen. Na het pad zijn we huiswaarts gereden via de Soester polder waar je op een gegeven moment aan de overkant van de Eem Hoeve Hooogerhorst in Hoogland weer kunt zien liggen, dus we hebben eigenlijk een leuk ritje rondom de rivier gedaan. Oh ja, dat zou ik bijna vergeten te vertellen zeg: op het Zuidereind in polder de Haar zag ik ineens een aantal militaire voertuigen staan. Er bleek daar een samenkomst van liefhebbers van dergelijke voertuigen te zijn. Nu heb ik weinig met moderne jeeps en vrachtwagens zoals er veel stonden , maar een enkele oude auto en een oude motor zijn dan toch wel een foto waard.

Goed, ik ben dus fijn rum drieënhalf  uur buiten geweest, ik heb genoten, ik heb mooie en ook leuk dingen gezien en dankzij mijn jack voelde het toch aan als weer lekker weer.



zaterdag 20 augustus 2022

INDIANEN

 Het lijkt erop dat jullie de verhalen uit mijn jeugd waarderen, blijkens de leuke reacties. Nu heb ik steeds geschreven over de streken die ik uithaalde, omdat kwajongensstreken nu eenmaal leuk zijn om te vertellen en erover te lezen. Maar ik was heus niet altijd zo'n dondersteen hoor, dat begon pas rond mijn veertiende. Voor die tijd was ik best een braaf jongetje. Nou ja, redelijk braaf. Mijn vader dacht daar geheel anders over. Zo trof hij me eens op een winderige herfstdag aan op pakweg vier meter hoogte in de top van een spar. De toppen van sparrenbomen zijn nogal dun en als het hard waait zwaaien ze flink heen en weer Juist vanwege dat zwaaien was ik tot bovenin geklommen. Heerlijk zwieren op de kracht van de windstoten.. Ik zag geen gevaar, ik had gewoon lol. Het vervallen landhuis met het evenzeer verloederde omliggend terrein tegenover ons huis waar dit zich afspeelde was mijn speelgrond. Nu bevond zich langs de oude oprijlaan ook een weitje. Op een gegeven moment stond daar ineens een witte pony in, zo een die groter was dan bij boorbeeld een Shetland maar net wat kleiner dan een groot paard. Een driekwartpaard zeg maar. Ik plukte regelmatig wat gras voor het dier en op een keer toen ik dat weer wilde doen zag ik een jongen van mijn leeftijd de pony borstelen. We raakten al snel in gesprek, want jongens van een jaar of dertien storen zich niet aan conventionele beleefdheden. Al snel noemde hij zijn naam: Arend Jan. Het heeft een paar weken geduurd eer ik doorhad wat zijn echte naam was. Wat was namelijk het geval? Arend Jan, of AJ zoals hij thuis werd genoemd, was kort ervoor met zijn ouders uit Groningen naar Soest verhuisd. Ik heb echt wekenlang gedacht dat mijn nieuwe vriend Aondján heette, want zo sprak hij het uit. Enfin, AJ moest elke dag na school de stal van zijn pony Kelly uitmesten. Voor hem was dat een vervelend karweitje dat hij al een paar jaar iedere dag moest doen. Voor mij was het nieuw en spannend, dus AJ nam me graag mee naar de stal een paar straten verderop. Samen ruimden we de de stal op en ik vond het prachtig. Ik genoot van de geur van het paard, het hooi en het leer van het tuig. Dat ik dan ook mest moest scheppen vond ik in het geheel niet erg. Na het werk diende AJ het paard ook nog te laten lopen, omdat een paard nu eenmaal in conditie moet blijven. Hij deed het dier dan een halster om en liet hem aan een lang touw rondjes draven in het omheinde stuk grond naast de stal. Als ik het goed onthouden heb van destijds wordt dat longeren genoemd. Af en toe mocht ik het touw vasthouden en AJ sloofde zich uit door naast het paard mee te rennen, de manen te pakken en op de rug van het paard te springen. Dat leek mij ook wel wat en al heel vlug was ik er behoorlijk bedreven in. De truc was om een paar rondjes mee te rennen naast het paard en met één hand losjes de manen vast te houden tot je de cadans van het paard goed voelde. Vervolgens verstevigde je je greep op de manen en je sprong omhoog en opzij, precies in de cadans mee.. En zo belande je als vanzelf op de rug van het paard. Dat kunstje verveelde ons al rap, dus moest het niveau omhoog en de kunstjes moeilijker. Boys will be boys right? AJ bleek nog een voltigesingel te hebben, een buikriem (voor het paard dan hè?) met daar bovenop bevestigd een leren lus waaraan je je kon vasthouden. Dat bood mogelijkheden. Nu konden we ons bij voorbeeld op de rug van de dravende Kelly slingeren en als je er dan op zat kon je je omdraaien en achterwaarts zittend rijden, iets dat we ook al heel snel met losse handen deden.  Wat ook leuk was om even mee te rennen, de cadans te voelen, op de rug van het paard te springen en vrijwel meteen erna er aan de andere kant weer af te springen om weer even mee te rennen en het kunstje te herhalen. Wat doen jongens nu eenmaal als ze zulke dingen om de beurt doen? Juist: ze proberen elkaar te overtroeven door net iets moeilijkers en of gevaarlijkers te doen dan de ander. Wij waren niet anders. We hadden op TV in diverse westerns gezien dat de Indianen zonder zadel reden en een truc hadden om hun vijanden te misleiden. Ze hielden zich vast aan de manen van hun paarden en reden gehurkt mee aan de zijkant van hun paard. Zo zag het er voor bij voorbeeld de verdedigers van een fort uit als een onbereden paard waarop plotsklaps een ruiter verscheen die met zijn boog op hen schoot. Dat konden wij ook. En ja hoor, na enkele dagen oefenen waren wij beiden behoorlijk goed in het gehurkt aan de zijkant van de licht galopperende  Kelly hangen om ons dan ineens met een zwaai op de rug te slingeren. En het werd echt leuk toen we op het idee kwamen  om het geheel uit te breiden met een trucje dat we eerder hadden geoefend: er beurtelings links en rechts af te springen. We voelden ons echte Indianen. Dat we bleekgezichten uit Soest waren deed niets af aan het idee. En dat Paul geen Indiaanse naam was en Aondján al helemaal niet mocht de pret ook niet drukken. Wij waren Indianen en daarmee af. Ugh!

zondag 7 augustus 2022

MEMORY LANE

Ik was van de week in mijn geboortedorp Soest. Ik reed voor de aardigheid wat rond in Soest-Zuid, de wijk waar ik het tweede deel van mijn jeugd heb doorgebracht. Al struinend  kwam ik terecht bij een pad aan de rand van de Soester Eng. En dat bracht allerlei herinneringen boven. Toen ik een jaar of elf was liep ik er vaak met Bobo, onze Duitse herder. Ik moest hem van mijn vader aangelijnd houden, maar zodra ik buiten het zicht van mijn ouders was liet ik hem los mee lopen. Ik wist dat het prima kon, want ik liep door de hele wijk met Bobo los naast me.  Dus vond ik het bevel van mijn vader zinloos. En zoals altijd negeerde ik zinloze bevelen van mijn ouders volkomen. Ik moet voor hen  dikwijls een bron van grote ergernis geweest zijn. En dat werd toen ik iets ouder werd niet echt minder. Ik heb al verteld dat mijn vader niet wilde dat ik omging met mijn vriend Michael, lang voordat we samen wegliepen naar Frankrijk al. Regelmatig gebeurde het dat als ik 's avonds naar buiten ging dat mijn vader me verbood naar Michael te gaan. Omdat hij heel goed wist dat ik er toch heen ging heeft hij me een tijdje gevolgd elke keer als ik wegging. Dat deed hij met de auto, want aan fietsen of lopen had hij een broertje dood. Als ik zag dat hij achter me aankwam liep ik op mijn gemak de straat uit en stak over. Lopend ging dat oversteken vrij vlot, maar door het drukke verkeer ging het met de auto lang niet zo vlot. Nu was er aan de overkant een treinstation met één perron. Ik sprong dan snel het perron op en liep helemaal naar het einde. Ik kon mijn vader zien rijden in de straat parallel aan het station. Hij wilde me duidelijk ingehaald hebben op hert moment dat ik van het perron op straat sprong. Maar ik sprong net buiten zijn gezichtsveld niet de straat op maar op de spoorlijn. En achter het spoor, aan de andere kant, lag het pad. Van daar liep ik weer op mijn dooie akkertje naar het huis van Michael. De hele weg had ik lol , omdat ik mijn vader had beetgenomen. Maar ja, na een paar keer had hij uiteraard door wat mijn route was. Dus reed hij de keer erop sneller dan ik kon lopen naar het eind van het pad. Pech, hij was me te snel af en daar baalde ik goed van. De keer erna sprong ik weer van het perron, niet op het pad, maar op de straat. Louter om mijn pa te verrassen. Ik zag dat hij gauw terug reed. Nu stonden er in die straat rijtjeshuizen met een pad erachter. Dat pad kwam uit op de straat erachter. Uiteraard nam ik dat paadje deze keer, want daar kon hij met de auto niet komen. Ik hoorde dat hij gas gaf om me voor te zijn aan de andere kant. Ineens kreeg ik een idee. Aan het pad lagen de schuren van de huizen, van die betonnen schuurtjes met een plat dak. Ik klom op een van de schuurtjes en op die hoogte kon ik de auto van mijn vader zien staan. Uiteraard zag hij mij niet, want hij verwachtte dat ik uit het pad kwam lopen. Toen ik niet verscheen gaf hij gas en spurtte naar de ander kant terug. Maar daar was ik ook niet en hij begon rondjes te rijden om de twee straten.. Ik besloot even op het schuurdak te blijven, want ik kon hem vanuit die positie zien rijden en daar had ik vreselijk veel lol om. Na een minuut of tien vruchteloos zoeken gaf mijn vader het op. Wat moet de arme man zich groen en geel geërgerd hebben, niet wetend dat he een paar jaar later nog erger zou worden en dat hij mij en die vermaledijde Michael zou moeten ophalen helemaal uit Frankrijk.