zaterdag 13 juli 2019

MIJN MENSENREDDER

In de jaren vijftig was een boekje van Diet Kramer erg populair: Lodewijk de mensenredder. Het ging over een dapper teckeltje. En nog steeds noemen mensen hun hond weleens gekscherend mensenredder, al weten de meesten niets van dit leuke boek. Ik heb ook een mensenredder in huis, mijn chihuahua Diva. Ze is net als Lodewijk uit het boek erg klein. Ze is slechts 25 centimeter hoog en ze weegt 3,2 kilo. Ik denk dat de gemiddelde huiskat in Nederland groter en zwaarder is. Diva eet dan ook niet uit een bak voor honden; nee, ze eet en drinkt uit bakjes die bedoeld zijn voor een kat. En ze slaapt in een kattenmand.

Mijn kleine mensenredder

Maar ze vindt zelf dat ze een hond is en dat is ze natuurlijk ook. Ze is erg dapper en stoer. Ze is tevens erg aandoenlijk en lief. Dat laatste vooral tegen kinderen. Waar we buiten ook kinderen tegenkomen, Diva gaat er kwispelend op af. De meeste kinderen op hun beurt vinden zo'n klein ukkepukkie van een hond ook leuk. Niet zo angstaanjagend als die beesten die net zo groot zijn als zij, hoe lief die ook mogen zijn. Een bijkomend effect is dat de moeders onmiddellijk vertederd zijn als ze hun kind zien tuttelen met zo'n klein hondje. Dus Diva mag zich ook in hun liefdevolle aandacht verheugen. Overigens smelten ook veel dames zonder kinderen bij zich bij het zien van mijn kleine waakhond. 
Kreten als "Oh, wat een snoepie!", "Ach, wat een dotje.", "Hallo klein schatje, wat ben je mooi." of "Ik wil haar wel meenemen hoor." zijn inmiddels heel gewoon voor onze oren. Mannen die ons zien hebben vaker de neiging om grappig te zijn: "Wow, wat een gevaarlijke hond. Bijt ie?" "Trekt dat hondje uw scootmobiel echt voort?" "Pas op dat er niemand op trapt." Ik heb alle flauwe grappen al wel gehoord denk ik. En soms krijgen we een reactie die me verrast. Vorige week bij voorbeeld stopte een ons tegemoetkomende jongeman bij Diva. Hij hurkte en aaide haar. "Dit is nu eens een bewijs dat de evolutietheorie klopt he?" zei hij."Dit zou in de natuur niet kunnen overleven. Bizar." Vervolgens stond hij op, wenste mij een fijne dag en vervolgde zijn weg. Bizar inderdaad.
En ze draagt zelf nog wel een hoofddoekje
Wat er vanmorgen gebeurde was echter nog vreemder. Ik reed op het trottoir met Diva naast me. We gingen een bocht om en ik zag een groepje mensen ons tegemoet komen. Het waren vijf vrouwen met hoofddoeken om. Meestal kijken traditioneel geklede moslima's angstig naar Diva en ze lopen met een grote boog om haar heen. De angst voor en soms ook afkeer van honden zit blijkbaar diep bij hen als ze niet eens dicht langs een chihuahua durven lopen. Jammer, maar zo lang we beleefd respect tonen voor elkaar levert dat geen problemen op. Vanmorgen echter ging het niet om die vijf vrouwen alleen. Voor hen uit liepen een tiental kinderen in de leeftijden van ongeveer 5 jaar tot een jaar of 10. De kinderen renden lachend achter elkaar aan en ze hadden geen oog voor wat er voor hen gebeurde. Ineens zagen de voorste twee Diva kwispelend op hen af komen. Ze schrokken enorm, ze stopten en ze draaiden zich gillend van angst om. De andere kinderen kunnen nauwelijks gezien hebben wat voor gevaar er dreigde, maar ook zij renden instinctief luid gillend de andere kant op. Vervolgens begonnen de hevig geschrokken moeders ook alle vijf luidkeels te rennen en te gillen. Diva schrok ervan, al gilde ze gelukkig niet. Vijftien gillende mensen is voor mij 's morgens vroeg ruim voldoende zeg. Wat een kabaal om niets. Het was natuurlijk niet leuk voor die kinderen en hun moeders, maar ik zat te schudden van het lachen in mijn scootmobiel. Aan de situatie viel toch niets meer te redden. Zelfs niet door mijn kleine mensenredder.


zondag 7 juli 2019

DOOD IN DE DIERENTUIN


Afgelopen vrijdag was ik in dierenpark Amersfoort met twee vrienden. Het was mooi weer, het was niet druk, we hadden Diva mee en we hadden er zin in. Alle benodigde ingrediënten voor een perfecte middag waren dus aanwezig. En zo'n middag leek het ook te worden. We hebben even gekeken bij de jonge olifanten. Wat zijn die beesten toch koddig als ze nog klein zijn. Daarna hebben we ons verpoosd in de fraaie Japanse tuin.  En natuurlijk zijn we op kraamvisite geweest bij de vier jonge wolfjes. Prachtig om te zien hoe ze met elkaar stoeien, net honden puppies. Maar toen kwamen we op het onzalige idee om eens door het dinobos te struinen. Dat bos wordt bewoond door allerlei soorten dinosauriërs. Eigenlijk is de attractie bedoeld voor kinderen, maar mijn vrienden hadden het nog nooit gezien en ze waren nieuwsgierig.


Wie had kunnen bevroeden dat een bezoekje aan zo'n leuke attractie zulke rampzalige gevolgen zou hebben? Je kunt er namelijk niet slechts van die immens grote planteneters uit de prehistorie bewonderen. Nee, er leven ook van die kleine snelle hagedissen van pakweg anderhalve meter hoog, velociraptors. Nu weet iedereen na films als Jurassic Park wel dat het juist die kleine exemplaren zij waar je het meest beducht voor moet zijn. Het zijn stoutmoedige vraatzuchtige vleeseters die elk wezen dat langzamer is dan zij onmiddellijk aanvallen. Laat nu precies op het moment dat mijn beide vrienden even gingen zitten om uit te rusten zo'n vreselijk ondier opduiken uit de bosjes achter hen. In een ogenwenk stortte hij zich op mijn nietsvermoedende gezellen en deed zich gulzig tegoed aan hun vermoeide lijven.
Tja, er restte mij derhalve geen andere keus dan alleen mijn weg te vervolgen. Hetgeen ik gedaan heb. En ik heb nog best een leuke middag gehad uiteindelijk.





vrijdag 7 juni 2019

KYOKA

Haiku uit mijn archief
Ik schreef al af en toe een haiku, zo'n kort gedicht van Japanse oorsprong. Die plaatste ik dan in combinatie met een foto. Nu heb ik ook kennisgemaakt met de tanka en de kyoka. Dat zijn eveneens dichtvormen uit het land van de rijzende zon, maar met een ander ritme van lettergrepen. Dat ritme is overigens geen star voorschrift: naar het schijnt zijn er in Japan zelfs gedichten bekend van slechts één regel. De enige wezenlijk belangrijke voorwaarde zowel bij haiku als bij tanka is dat er een diep gevoelde emotie weergegeven wordt. Traditioneel moet het zelfs een beleving in de natuur zijn.


Nu ben ik natuurlijk niet altijd in een stemming die zulke gevoelens oproept. Gelukkig heeft men in Japan ook de kyoka bedacht. Die heeft hetzelfde ritme als de tanka, maar de inhoud is aardser, frivoler. Er mag van alles worden weergegeven: humor, spot, een waarneming, een dagelijkse bezigheid of wat je maar wilt. Nou, daar heeft Paul wel oren naar. Dat is kaasie voor mij. Een dichtvorm zonder vast opgelegd stramien waarin ik mag weergeven wat ik zoal zie onderweg. Ik ging meteen aan de slag en ik had binnen de tijdspanne van een uur 5 kyoka's op papier staan. Uiteraard zijn ze niet perfect, maar ik had er plezier in. Ik zal ze hieronder plaatsen in de hoop dat jullie ze kunnen waarderen. Tanoshinde.

De oude mannen
op hun bankje vertellen
sterke verhalen
Steeds weer, elke dag opnieuw
Omdat ze zijn vergeten


De rode klaproos
staat te pronken in de wei
met haar frêle schoonheid
Vraagt zich zich ondertussen af
Waarom klapt men niet voor mij?


De forse dame
op haar iele racefiets
Enorme billen
samengesmolten in haar
knalrode wielrenbroekje


Hij loopt in het bos
maar hij kan de drukte niet
achter zich laten
Zijn mobieltje aan het oor
Hij heeft zijn hond aan de lijn


Vader en dochter
Hij zwoegend op de trappers
van de oude fiets
Zij lachend op het rekje
De armen wijd, ze vliegt

vrijdag 31 mei 2019

WHAT IS IN A NAME?

Regelmatig zie ik onderweg in tuinen mooie bloemen. Van de meeste ken ik de naam niet; ik weet niet zoveel van tuinplanten. Dat weerhoudt me er natuurlijk niet van om ze mooi te vinden. Shakespeare schreef het al in zijn Romeo en Juliet: "What is in a name? That which we call a rose by any other name would still be a thing of beauty." Nu is een roos toevallig een van die bloemen die ik wel  op naam kan brengen en die ik meestal ook een thing of beauty vind. Zo reed ik vorige week bij toeval langs een klein rosarium in de stad. Ik zag dat er al diverse struiken in bloei stonden en ik besloot om er even rond te kijken. Het was mooi weer, ik had niets dringends te doen, de rozen waren prachtig,en dus werd dat even al snel ruim drie kwartier. Ik heb van elke kleur roos die ik zag een foto gemaakt. In close up, want daar hou ik van.

Dat leverde uiteindelijk een serie van 4 goed gelukte opnames op. "Dat is mooi," dacht ik "die bewaar ik voor een verhaaltje op mijn blog."  Zo gezegd, zo gedaan: ik heb de rozen keurig apart gehouden in een folder met de naam "Blog". Ja ja, ik ben een ordelijk mens. Maar daags erna was ik Diva aan het uitlaten. Ik reed langs een tuin waar de papavers welig tierden. Nu zijn dat altijd fotogenieke bloemen, in alle stadia van bloei. Gelukkig lag mijn cameratas nog in de mand van mijn scootmobiel en dus kon ik er meteen foto's maken. Terwijl de arme Diva weer eens lijdzaam zat te wachten tot we verder gingen heb ik me een kwartiertje beziggehouden met het vastleggen van de prachtige bloemen, al dan niet half vergaan, en de zaaddozen. Deze keer kwam ik thuis met een mooie serie van de papaver. "Dat is mooi," dacht ik "die bewaar ik voor een verhaaltje op mijn blog." Zo gezegd, zo gedaan.
Ik wilde de foto's opbergen in de map "Blog" en zag er de rozen. Glad vergeten dat ik ze bewaard had. Het zal de leeftijd wel zijn. Wat nu te doen? Twee verhalen schrijven in het vooruit? Een serie bewaren voor magere tijden? Een keuze maken en één serie zonder verhaal plaatsen op Facebook? Maar welke dan? Of wellicht een verhaal schrijven over beide? Ze zijn immers alle twee mooi? Ik heb de knoop maar doorgehakt en voor de laatste optie gekozen. Dus bij deze. Je mag zelf kiezen welke bloem je het mooist vind beste lezer. Omdat hij in bloei, in verval en na de bloei zo mooi is, ga ik toch maar voor de papaver. Oftewel de klaproos zoals veel tuinliefhebbers zeggen. Maar ach, what is in a name toch?







maandag 13 mei 2019

DE HONDENFLUISTERAAR

Dit maak je alleen mee als je met mijn vriendin Betty naar de dierentuin gaat. Ze besluit om ook eens vanuit zo'n kuil naar de prairiehondjes te gaan kijken. Eerst vindt ze het gewoon leuk om de beestjes op hun eigen niveau gade te slaan, maar dan ontdekt ze er een vlak voor haar. Prompt probeert ze contact te maken door een leuk gesprek te beginnen. En warempel: even later lijkt ze zelfs geamuseerd te luisteren naar het antwoord.





Een goed gesprek
Wat ze echter niet in de gaten heeft is dat er enkele meters verderop een andere prairiehond nog verbaasder dan ik het tafereel in ogenschouw neemt. Nu spreek ik niet zoals Betty vloeiend Prairiehonds, maar ik weet vrij zeker dat hij zachtjes zei: " Wat zullen we nou krijgen?" En zelfs toen Betty, haar man en ik alweer meters verder waren stond het totaal verbijsterde beestje haar nog na te kijken. Tja, dat maakt hij natuurlijk ook niet elke dag mee: dat de hondenfluisteraar op bezoek komt. De prairiehondenfluisteraar nog wel.




Geamuseerd luisterend

Totaal verbijsterd

woensdag 17 april 2019

BLOEMENMEISJE

Het was heerlijk weer de afgelopen dagen. Natuurlijk heb ik daar dankbaar gebruik van gemaakt: ik heb er weer mooie ritten op zitten. Zo ook gisteren. Dit keer was niet alleen Diva mijn metgezellin, maar ook vriendin Ans was mee. Na een heerlijke rit door het waterwingebied en natuurgebied de Schammer eindigden we in park Schothorst. Daar stopten we even omdat Ans een foto wilde maken van de voorjaarsbloemen in het gras.



Er kwam op dat moment net een moeder aan lopen met haar dochtertje, een meisje van een jaar of vijf. Het kind vroeg of ze Diva mocht aaien. Dat vinden we altijd goed. Want niet alleen kinderen vinden een klein hondje aaien enorm leuk, ook Diva ervaart aandacht van kinderen als een pleziertje. Ik gaf het meisje een hondenkoekje om aan Diva te geven. Meestal zijn kinderen wat voorzichtig met een koekje aan te bieden: je vingertjes zo dicht bij die bek vol tanden is immers best eng. Van die angst had het meiske duidelijk geen last. Volkomen onbevangen en vol vertrouwen stopte ze het lekkers tussen de tanden van Diva. Geweldig leuk om te zien. Daarna moest en zou er geaaid worden. Maar dat deed het dametje zo kordaat dat Diva even niet wist hoe te reageren, dus ze deed haar best om de uitingen van affectie te ontwijken. Ans en ik hebben enige minuten lachend genoten van de verwoede pogingen van het pittige deerntje om een hond bij te houden. Te leuk om te zien.



Toen vond de moeder het blijkbaar welletjes en dochterlief moest mee. Wij meenden dat hiermee de ontmoeting ten einde was gekomen, maar zowel wij als de moeder hadden buiten de wensen van een klein meisje gerekend. Ze rukte zich los en kwam op haar mollige beentjes terug rennen, in haar knuistje enkele zojuist geplukte krokussen geklemd. Die bloemetjes werden aan Diva aangeboden als afscheidscadeau. Geheel vertederd door dit gebaar maakte Ans de bloemen vast aan het tuigje van de hond.



Dat kon de goedkeuring van het meisje wegdragen en ze gaf haar moeder de opdracht er een foto van te maken. Nadat dat gebeurd was meende de moeder dat ze nu wel naar huis konden gaan. Maar nee: het bloemenmeisje wilde uiteraard zelf de mobiel nog in handen om een foto te maken van haar geschenk. Het is 2019 nietwaar? Pas toen dat naar wens gebeurd was kon ze kennelijk gerust haar weg vervolgen. We hebben nog even gezwaaid en Ans riep nog: "Dag meisje."  Maar ze werd alweer volkomen geboeid door belangrijker zaken zoals de madeliefjes in het gras, want dat is wat bloemenmeisjes doen: Ze plukken een bloem, schenken die aan een ander wezen en plukken weer een bloem. Ik hoop dat ze nog lang mensen blij mag maken, want dat kunnen wij volwassenen wel gebruiken.



zaterdag 6 april 2019

OORLOGSTUIG?

Ik ga graag naar de voormalige luchtmachtbasis Soesterberg. De rit er naartoe voert vrijwel helemaal door bos en heide en het terrein zelf is tegenwoordig een prachtig natuurgebied. Men heeft er onder andere de landingsbanen, de paden en her en der een gebouw bewaard. Tevens staat op het terrein een markant modern gebouw van glas en staal waar het Nationaal Militair Museum is gevestigd. Nu heb ik niet zo veel met militaire zaken en zeker niet met oorlogsvoering, dus is het nooit in me opgekomen om een bezoek te brengen aan het museum.


Maar van de week werd ik uitgenodigd door vrienden om eens mee te gaan. En door hun enthousiasme, zij zijn zeer regelmatige bezoekers, raakte ik geïnteresseerd. Enfin, gisteren was het dan zo ver: na een heerlijk ritje maakte ik in het begin van de middag mijn opwachting bij de ingang van het museum. Daar stonden drie enorme Hawk raketten opgesteld en het pad was gemarkeerd door  betonnen wegversperringen.



Dat beloofde niet veel goeds. Zou ik nu een middag lang tanks, straaljagers en ander naar oorlogstuig moeten bezichtigen? Schoorvoetend ging ik, vergezeld door beide vrienden, het gebouw binnen. Daar zag ik op de verdieping onder ons inderdaad een uitstalling van helikopters, tanks en een straaljager. Maar... de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het tot mijn verrassing best een mooie evenwichtig opgestelde tentoonstelling was.



De sobere uitstraling van het gebouw met het vele glas, de donkere plafonds en de staalconstructies hadden daar zeker ook deel aan. Overigens bleek het hele museum zeer goed toegankelijk te zijn voor mij als scootmobielrijder: brede paden, egale vloeren, ruime liften. Daar kan menig andere instantie een puntje aan zuigen. Over zo'n breed pad werd ik als eerste  naar een diorama over de befaamde waterlinies en andere beschermingswerken met water geleid.


Men draaide er onder andere een boeiende film over de verdediging van ons land door waterbeheersing. Sowieso een interessant stukje geschiedenis, maar voor mij als liefhebber van de polder nog eens extra. Na dat verrassend leuke begin zijn we naar diverse andere expositiezalen geweest. Ik heb oude uniformen gezien en me verbaasd hoe onpraktisch vroeger met name de kleding van de officieren was. Opsmuk en mode voerden duidelijk de boventoon. Men mocht eens sneven in een ordinair tenue zeg!


Behalve uniformen waren er ook harnassen te zien, zelfs een Japans exemplaar. Leuk detail vond ik dat men in Japan destijds slippers droeg bij het harnas. En natuurlijk veel militaire hoofddeksels uit allerlei periodes. Ook zo'n bron van verbazing. Verderop troffen we een zaal met oude steekwapens. Ik heb prachtig gegraveerde dolken, zwaarden, sabels en zelfs een hellebaard bewonderd. Oorlogstuig weliswaar, maar tevens fraaie toonbeelden van vakmanschap van de smeden van weleer.



Wat heb ik nog meer gezien? Een zaal vol antieke geweren en pistolen. Echt mooi als je oog hebt voor alle schitterende details waarmee wapens in vroeger tijden werden versierd. En schilderijen; die waren er ook nog. En een expositie over militaire missies vanaf eeuwen terug (Ja, toen al.) tot heden. En uiteraard was er aandacht voor Nederlandsch Indië en voor de Korea-oorlog en voor....




Het duizelt me inmiddels. Dat effect overviel me gistermiddag al. En dan heb ik het nog niet niet eens gehad over alle voertuigen die er opgesteld zijn, zoals bij voorbeeld de vroeger gebruikte hondenkar, de veldkeuken uit grootvaders tijd en een Nederlandse tank die kennelijk in de praktijk volkomen ondeugdelijk bleek te zijn. Nou beste lezer, je begrijpt inmiddels wel dat we hebben afgesproken binnenkort nog eens te gaan. Ik ben overstag, ik wil nog meer zien. En ik kan een ieder aanraden ook eens een bezoek te brengen aan dit bijzondere museum. Dat oorlogstuig valt best mee.