zaterdag 12 augustus 2023

DAT KON KORTER

 

Elk jaar als de hei in bloei staat wil ik per se even naar de Zuiderhei, tussen Laren en Hilversum. Dat komt omdat ik er als jochie al kwam als ik logeerde bij mijn neef en bloedbroeder Jan. We hebben er samen veel avonturen beleefd als piraten, indianen en cowboys. En ik kwam er vroeger in de zomermaanden ook heel regelmatig. Omdat het bij ons thuis in de jaren '50 en begin jaren '60, net zoals in veel grote gezinnen, geen vetpot was probeerden mijn ouders ons op een goedkope manier toch te vermaken. We reden dan op zondagmiddagen in een geleende auto naar de hei. 

Onze bestemming was een del die tegenover theehuis 't Bluk lag. Ik bedoel niet dat er daar een slettterig type lag hoor, dat zou wel heel goedkoop geweest zijn van mijn ouders. Nee, ik heb het over een kom in de hei, een kuil. Daar streken we neer. Mijn vader zette een tentje op voor wat schaduw en mijn beide ouders gingen er pontificaal voor zitten. Wij, de kinderen, schoten alle kanten op om ons te vermaken op de hei. Geweldig vonden we het. En er was nog iets dat de bezoekjes aan de hei erg leuk maakte. Het theehuis was eigendom van een oom en tante van me. Aan de zijkant van het gebouw bevond zich een luik waar bezoekers van de hei ijs en snoepgoed konden kopen. Vaak waren het nichtjes van ons die erachter stonden. Wij probeerden dan of ze ons misschien gratis een dropveter of een staaf zwartwit wilden geven. Soms waren ze zo lief om dat te doen, maar uiteraard konden ze er geen gewoonte van maken. Maar ja, dan had je gewoon pech. Helemaal niet erg vond ik, want ik ging ook graag naar binnen in het etablissement. Daar hingen en stonden tienallen opgezette dieren ter verhoging van de sfeer. Fascinerend vond ik dat als kind. Vooral van de buizerd met zijn priemende ogen, zijn imposante haaksnavel en zijn gevaarlijk uitziende klauwen kon ik geen genoeg krijgen. Kortom: ik heb goede jeugdherinneringen aan de Zuiderhei. 

Goed, de heide staat in bloei nu dus was het tijd voor een bezoekje. Ik had afgesproken met vriendin Betty om er te gaan kijken. Zij heeft weer haar eigen reden om erheen te gaan. Ze heeft jarenlang op de grens van die hei gewoond en zij heeft er haar eigen herinneringen aan. Ik ben met mijn trouwe scootmobiel door mijn geliefde Eempolder naar Baarn getuft om haar op te halen. Ze stond me al op te wachten en ze klom snel in het mandje van mijn scoot. Daar gingen we.

Nee joh, zie je het al voor je? Een ouwe zot op een scootmobiel met een even gestoorde zottin in het mandje voorop, haar benen bungelend over de rand? Echt niet, Betty ging heel stoer met de fiets. En geen elektrieke hè? Neen, een fiets waar je zelf al het trapwerk moet verrichten. Petje af. Maar ik dwaal alweer af, wijt het maar aan de leeftijd. Ik ben dus naar de Zuiderhei geweest vanmiddag en het was er prachtig. Het paars van de heidestruiken stak zo mooi af tegen het weelderige groen dat kennelijk goed gedijt had in de vele regens van deze zomer. Het leek wel of we van het ene schilderij het andere schilderij inreden. Ik heb geprobeerd het gevoel vast te leggen in foto's, zodat mijn lezers mee kunnen genieten. Enne... sorry dat ik zo afdwaalde tot tweemaal toe. Het verhaal had behoorlijk korter gekund. Maar of dat leuker was geweest weet ik niet. En ik heb niet eens verteld over die keer dat... 








zaterdag 15 juli 2023

DE DORPSGEK

Gisteravond waren mijn goede vrienden Willem en Betty op bezoek. Behalve dat we the Bluesbrothers uit sentimentele overwegingen nog eens gekeken hebben werd er natuurlijk ook gekletst. Tijdens een van de gesprekken over vroeger, want dat is wat oudere jongeren als wij graag doen, kwamen we via de namen van enkele voormalige cafés in Soest op gekke Evert, een van de dorpsgekken van Soest. Ja lezers, ik schrijf zomaar dat iemand de dorpsgek was en ik noem hem ook nog gekke Evert. Want dat was heel normaal in mijn jeugd. Iemand met verstandelijke beperkingen was gewoon gek. En ja, die benaming werd net als nu door sommigen spottend bedoeld. Dat is van alle tijden. Maar in de jaren '50 en '60 werd "gekke Evert" door de meeste mensen niet als spotnaam bedoeld. Soest was een dorp en de man werd zo genoemd om aan te duiden over welke Evert je het had. Bijnamen waren normaal. Zo was er een collega politieagent van mijn vader die de lange Mijer werd genoemd om hem te onderscheiden van een collega met dezelfde achternaam. Niemand kwam op het idee ze bij hun voornamen te noemen, je zei de lange of de korte.
Maar goed, de dorpsgekken, daar ging het over. De eerste keer dat ik me herinner dat ik iemand met het syndroom van Down meemaakte was toen ik met mijn broer Rein samen bij de kapper zat te wachten tot we aan de beurt waren. De kapper, die kapper René werd genoemd, was bezig om Tonnie te scheren. Tonnie, een jongeman met het syndroom van Down, zat in de grote lederen scheerstoel om geschoren te worden. Ik heb het hier over ouderwets scheren met zeep, een scheerkwast en een heus vlijmscherp scheermes. De kapper had het gezicht van Tonnie goed ingezeept en hij draaide zich om terwijl hij luid zei dat hij het mes zocht. Tot mijn verbazing zag ik dat Tonnie zijn enorm lange tong uitstak en de scheerzeep van zijn gezicht likte. De kapper draaide zich weer om en was duidelijk verbaasd dat de zeep verdwenen was. Tonnie had er hoorbaar schik in dat hij de kapper gefopt had. Hij werd opnieuw ingezeept en nu ging de kapper op zoek naar de handdoek. Snel likte Tonnie zij wangen weer schoon. De kapper reageerde deze keer verontwaardigd en vroeg op barse toon "Heb jij de zeep van je gezicht gelikt? Zit jij me hier een beetje in de maling te nemen?"  Tonnie gleed bijna uit de scheerstoel van het lachen en hij giechelde "Hi hi kapper René jij bent dom." Wij zagen dit alles met stomme verbazing aan, dit was nieuw voor ons. Later heb ik precies hetzelfde tafereel nog diverse malen meegemaakt. En ik begreep dat de kapper een spelletje speelde met Tonnie. Ik denk dat als kapper René nu had geleefd hij het niet zou durven. Maar destijds kon het en ik weet niet wie er meer lol aan beleefde, Tonnie of de kapper. Tonnie werd niet gepest, maar geplaagd door de kapper. En dat Tonnie zo'n schik had was nu precies de bedoeling. Ze deden niet zo moeilijk over mensen als Tonnie. Ze waren gek en dat was gewoon een gegeven. Ze hoorden erbij.
Ik had het in het begin over gekke Evert en over hem wil ik ook wat schrijven. Evert was een man van middelbare leeftijd die 's zaterdags door heel Soest liep. Hij had een legerpukkel om zijn nek hangen en die tas hing dan op zijn buik. Hij liep allerlei winkels af voor een praatje en om te kijken of er iets te snaaien viel. Zo vroeg hij bij slagerijen om een plakje worst en dat kreeg hij dan ook. In winkels waar ze geen etenswaren verkochten maakte hij een praatje met het personeel. Als men het niet druk had namen ze even de tijd om met hem te babbelen. Want hij hoorde erbij, gek of niet. Tegenover de straat waar wij woonden stond een oud café dat al jaren gesloten was. Het werd in het verleden geëxploiteerd door ene mevrouw Dien van der Wilt die doorgaans werd aangeduid als wilde Dien, als een grap op haar achternaam en wellicht haar karakter. Maar waar het om gaat  is dat je net zo goed wilde Dien kon worden genoemd als gekke Evert. Nogmaals: het ging erom dat het duidelijk was wie er bedoeld werd.
Enfin, gekke Evert dus. Evert kwam op weg naar de winkels langs ons huis. Tegenover ons lag een oud en vervallen buiten. Het gras stond er kniehoog. Evert stopte er altijd om handenvol gras te plukken, dat hij in zijn pukkeltje propte. Als hij je zag verklaarde hij zijn gedrag met de woorden "Voor de knienen vàn Diny." Hetgeen betekende dat het gras voor de konijnen van wilde Dien bestemd was. Want al was het café al jaren dicht, als Evert achterom het gras kwam brengen kreeg hij een flesje bier. Wie was er ook alweer gek?
Op een goede zaterdag stond Evert weer gebukt in de berm om gras te plukken. Nu moet je weten dat hij een ouderwetse wijde krijtstreepbroek met bretels droeg. Hij kwam overeind en stak zo ongeveer zijn hele arm in die wijde broek om ter hoogte van zijn kruis zichtbaar met zijn hand wat te frutselen. Toevallig stond mijn moeder in de voortuin om onkruid te wieden. Ineens realiseerde Evert zich dat zijn ietwat vreemde handeling gezien was. Hij grijnsde naar mijn moeder en zei besmuikt lachend "Ie zàt un bietje scheef vàn ut bukkè." Mijn moeder vertelde 's avonds het verhaal lachend aan tafel. Lachend, niet spottend. Ze vond het een kostelijk verhaal en ze had het ongetwijfeld ook verteld als het een man zonder beperking was geweest. Bestaan die trouwens wel?
Ik herinner me nog meer verhalen, bij voorbeeld over Max die bestellingen rondreed op een transportfiets waarbij hij perfect en luidkeels diergeluiden nabootste. En hoe de eerder genoemde Tonnie als officieuze conducteur meereed op de lijnbussen van de plaatselijk busonderneming, de firma Tensen. Maar daar schrijf ik een volgende keer weleens over. Ik zal jullie nu niet vervelen met een te lang verhaal. Ik ben immers gekke Gerritje niet.

zondag 25 juni 2023

MIJN MISSIE

 Toen ik op de lagere school zat kwam er een keer per jaar een missionaris vertellen over Afrika en de negertjes. Ja echt, zo werden de Afrikanen destijds genoemd. Die missionaris was van oorsprong een jongen uit onze parochie, gewoon een jongen uit de buurt dus ook. Hij was voor priester gaan studeren en na zijn studie was hij als pater naar Afrika gegaan om daar de bevolking te bekeren tot het christendom. Men was er in die tijd van overtuigd dat dit de Afrikanen naar een hoger plan zou brengen. Enfin, die pater kwam dus een keer per jaar naar Nederland en gesteund door de pastoor kwam hij bij onze katholieke school vertellen over de negertjes. Ook liet hij dia's zien over zijn leven daar. Maar zijn belangrijkste doel was om geld in te zamelen. Aan ons, de kinderen, werd gevraagd om thuis oude kranten te sparen en ook de aluminium doppen die destijds op melk-, karnemelk- en yoghurtflessen zaten. Dat oud papier en het aluminium werd verzameld bij de school, want het bracht toen nog aardig geld op. Wij vonden het in onze onschuld prachtig om mee te helpen, alles voor de arme zwarte en bovenal heidense negertjes. We waren missionarissen in de dop, de melkdop.

Hoe kom ik nu op deze jeugdherinneringen? Nou, da zal ik je vertellen. Van de week stopte ik op een van mijn reguliere stopplekjes langs de Eem. Op het bielzen bankje zat een echtpaar met de ruggen naar me toe, denkelijk ook te genieten van het uitzicht. De man draaide zich om en er ontstond een merkwaardig gesprek. "Goedendag meneer, mijn naam is Johannes en ik ben voorganger van onze christelijke geloofsgemeenschap. Ik zie dat u gehandicapt bent en ik wil u vragen om samen met mij tot God te bidden voor uw genezing."  Ik wist even niet wat te zeggen, de man overviel me echt met zijn ongebruikelijke aanbod. Maar mijn lijf reageerde vlugger dan mijn geest. Ik voelde de weerstand en mijn nekharen stonden overeind. Dat kwam door de zalvende toon waarop hij sprak en door het feit dat hij christelijk uitsprak als gristelijk. Neem daarbij zijn door de warmte rood aangelopen pafferig gezicht en het zweet dat in straaltjes langs zijn wangen zijn nek inliep en mijn afkeer was compleet. Ik heb desondanks beleefd bedankt voor het aanbod. En ik ben snel weer verder gereden. Nu zou ik nooit over dit voorval hebben geschreven als me enkele dagen later niet nog iets dergelijks overkomen was. Ik reed stapvoets bij het uitlaatveldje achter mijn huis, Diva rustig lopend naast me. Op een van de bankjes in het parkje zat een meneer. Zo te zien uit uit het oostelijk deel van Afrika. Misschien wel een kleinkind van een van de arme negertjes van vroeger bedenk ik al schrijvend. "Kunt u niet lopen meneer?" vroeg hij. Ik schudde van niet. "Is het een test van God meneer?" De ironie van het leven vond hier plaats. Het kleinkind van het negertje kwam mij nu bekeren. Geweldig! Ik vind dit echt humor. Maar goed, ik heb maar weer nee geschud en ik ben rustig verder gereden. Achter me hoorde ik de man op klagende toon "Allah, Allah, Allah" zeggen en vervolgens slaakte hij nog enkele weeklachten in een taal die ik niet herkende.

Zoals bekend is driemaal scheepsrecht, een oude uitdrukking die nog altijd opgeld doet. Zo ook in het geval van de missionarissen op mijn pad deze week. Ik stopte na een lange rit door de polder bij een stoplicht in de stad. Tegen de paal van het stoplicht stond een man op een fiets geleund, in afwachting van groen licht. Hij zag me stoppen naast hem en hij knikte vriendelijk. En wat gebeurde er? Ja heus: hij sprak me aan. "Hoi, nu we toch even moeten wachten hier, wil je mij je hand geven? Dan bidden we samen tot God of hij je wil genezen." Ik keek hem blijkbaar ongerust aan, want hij zei "Je kunt me vertrouwen hoor, ik ben een christen." Nou, dat was een hele geruststelling zeg. Zeker na mijn eerdere twee ervaringen deze week. Ik heb vriendelijk glimlachend voor de derde keer nee geschud. Gelukkig sprong het licht op groen en kon ik wegsjezen. Maar de voorvallen bleven af en toe toch rondspoken in mijn gedachten. En ik merkte voor de zoveelste keer dat ik in mijn vroege jeugd katholieke denkbeelden heb meegekregen die nooit meer verdwijnen. En dat is niet erg hoor, ik lijd er niet onder. Maar ik dacht ondanks mezelf toch een paar keer "Wat als dit een teken aan de wand is? Mene mene tekel ufarsin? En ik ontkende het tot driemaal toe? Net als Petrus en de haan die driemaal kraaide." Ik weet het antwoord niet, ik heb gelukkig de wijsheid niet in pacht. Ik rij gewoon rond in de omgeving en ik vertel mijn lezers wat ik zoal meemaak. Ter lering ende vermaak. Dat is mijn missie.

woensdag 14 juni 2023

ALTIJD IETS

Met dit warme weer hou ik mijn eigen tropenrooster aan voor mezelf en ook voor Diva. Ik laat haar 's morgens vroeg uit voor de hitte toeslaat. Daarna gaan we alle twee slapen. Omdat ik maar half en half slaap doen we ergens rond het middaguur even een kort rondje om de vijver in een langzaam tempo Als ik er zin in heb gaan we tegen vijven nog een keer. Pas na negen uur 's avonds gaan we echt op pad. Dan is het nog best warm, maar de zon brandt niet meer op je lijf.

Gisteren besloot ik de polder weer eens in te gaan. Zoals bekend hou ik van het polderlandschap, maar dat is niet de enige reden dat ik de polder leuk vind. Er gebeuren daar namelijk altijd wel leuke of vreemde dingen. In elk geval boeiende dingen. Zo reed ik over de voormalig Liniedijk langs de Eem. Op het talud zie je met mooi weer overal mensen recreëren. Ineens zag ik er iemand met een drumstel zitten. Dat is bepaald niet gewoon, dus ben ik terug gereden en ben ik even gestopt. Op dat moment zag ik pas dat de andere mensen op cajons zaten. Je weet wel: van die houten kisten waarop je zittend trommelt. Toen de muzikanten zagen dat ik een foto van hen nam besloten ze voor mij wat te spelen. Nu hou ik normaal niet van harde muziek in mijn poldertje, maar dit klonk best  goed. Het ritme was aanstekelijk en ik zat te swingen op mijn scootmobiel. Het maakt duidelijk verschil of er muziek uit een installatie komt of dat mensen zelf muziek maken. Bovendien was het enthousiasme van de muzikanten echt leuk om te zien.
Enkele minuten later reed ik langs een mooie wetering waar een knobbelzwaan rustig dobberde met zes jongen achter zich aan. Het zag eruit als een avondwandelingetje met het hele gezin. Ik zou bijna zeggen dat moeder zwaan door de wetering kuierde terwijl de kinderen rondrenden. In elk geval was het een vredig tafereel, niet verstoord door andere geluiden dan de roep van een kievit en het gekwaak van de kikkers. Een grotere tegenstelling met de drummers van even daarvoor was haast niet te bedenken. Een stukje verder kwam ik langs een bord bij een andere wetering. Er was iets op het bord geschreven met stift.
Uit nieuwsgierigheid stopte ik om de tekst te lezen. Het bleek te gaan om een nare antisemitische boodschap. Wat bezielt mensen toch om zulke dingen te schrijven? Wat gaat er om in die koppen van ze? En waarom plaats je zo'n tekst in vredesnaam langs een weg in de polder waar alleen boeren met  trekkers, een enkele automobilist en fietsers komen? Is zo iemand te laf om het ergens te doen waar hij of zij gezien wordt misschien? Ik weet het niet en ik wil er niet eens te lang over nadenken. Diva schonk er helemaal geen aandacht aan, zij was druk bezig met jagen op krekels en muizen in de wegkant. Dat vind ik altijd een aardig schouwspel.
Ze loopt met gespitste oren langs de berm en plotseling springt ze met alle vier haar pootjes bij elkaar in het gras, alsof er een opgewonden veer los springt. Vervolgens wroet ze met haar snuit door de grashalmen waar net nog die krekel tjirpte. Dat Japie Krekel heus niet zo dom is om er te blijven zitten beseft ze blijkbaar niet. En het deert haar denk ik ook niet, want ze amuseert zich kostelijk. En mij ook. Ter afsluiting van onze rit zijn we even naar een van onze favoriete weggetjes gereden, waar Diva genoot van de jacht op nieuwe krekels en ik van de hazen die in de weilanden renden.

Echt, in de polder is altijd iets te doen.



donderdag 1 juni 2023

NIET SLECHTS POLDERS

 

Het voelt aan als een tikkie kille dag na het prachtige weer van de afgelopen week. Ik heb elke dag een rit gemaakt samen met Diva. Tot tweemaal toe werd me gevraagd of ik de polder weer inging. Natuurlijk ben ik in mijn geliefde polders geweest, maar ik ga heus ook naar andere bestemmingen. Bij voorbeeld de Noordelijke Gelderse Vallei in, naar plaatsen als Stoutenburg, Achterveld, Musschendorp, Terschuur en Appel. Waar de polders van de Eemvallei een weids karakter hebben kenmerkt de noordelijke vallei zich door bosgebied, landbouw, houtwallen en vooral beken. Prachtige oude beekjes als de Barneveldse beek, de Hoevelakense beek, de Esvelderbeek en de Heiligenbergerbeek (Lunterse beek). Al die beken stromen noordwaarts waar ze samenkomen in het Vallleikanaal en uiteindelijk in de Eem. En zo zijn we toch weer bij mijn polders aangeland.

Ik ben ook nog naar molen de Windhond op de Eng van Soest geweest. Ik kom graag op de Eng, ik heb er veel mooie jeugdherinneringen aan. De molen is bepalend geworden voor het uitzicht op de hele eng. Hij staat er namelijk niet zo lang nog. Pas vijftien jaar en dat is niet oud voor een molen. De oorspronkelijke Windhond stamde uit de achttiende eeuw en stond iets verderop. Door de komst van de stoommachines en later de elektrisch aangedreven maalderijen werd de molen overbodig. Hij raakte in verval en hij is uiteindelijk gesloopt. Een aantal Soesters wilde het oude beeld van de Eng herstellen en ze hebben eind jaren '70 een stichting tot herstel van de molen opgericht. Gesteund door donaties hebben vrijwilligers de nieuwe Windhond gebouwd op zijn huidige plek. Het is een fraaie korenmolen geworden die een bezoekje meer dan waard is. 

En dan zijn er nog de natuurgebieden de Schammer en Bloeidaal. Die hebben we van de week ook nog met een bezoekje vereerd. Het zijn twee niet erg grote gebieden, samen iets van 20 hectare, maar het is er erg mooi. Het is drassig land met riet, bosschages, orchideeën, reeën en veel vogels. De bedoeling is om het landshap van de Gelderse Vallei zoals dat er vroeger uitzag te behouden. Bovendien kan het hele gebied onder water lopen bij hevige regenval, zodat Amersfoorters en de Leusdenaren droge voeten houden. Dat is met de klimaatveranderingen van belang lijkt me. En er lopen goede fietspaden door beide gebieden, voor mij erg belangrijk. 

Op een van die paden trokken een drietal paarse afdrukken op de weg mijn aandacht. Ze bleken te gaan over woke zijn, iets waar ik totaal niet mee bezig ben. Maar door die paarse kleur leken ze me wel een foto waard. Terwijl ik daar langs de weg stond om de foto's te maken zijn er drie keer voorbijkomende fietsers gestopt om te vragen of ik pech had en of ze hulp konden bieden. Wat vind ik dat toch lief van mensen, dat ze even de tijd nemen om een medemens te helpen. Het gaf me een goed gevoel. En met dat gevoel in mijn hart en de zon op mijn bolletje ben ik verder gereden, richting de Stoutenburgs bossen. De paden op, de lanen in. Want ik hou niet slechts van polders.


In Stoutenburg


De Eng


zaterdag 13 mei 2023

BELABBERD

 Ik was even in een winkel bij mij aan de overkant, omdat ik etiketten nodig had. Nu is dit een zaak waar ze echt van alles hebben: kleding, huishoudgerei, batterijen, snoep, shampoos, dierbenodigdheden, speelgoed en nog veel meer. Een moderne winkel van Sinkel. Omdat ik er echter niet zeker van was of ze ook etiketten voeren in hun assortiment vroeg ik het aan de eerste en zoals bleek niet de beste winkelhulp die ik zag. Het was een vakkenvuller, een jongen van een jaar of veertien. Die zei in in eerste instantie gedecideerd van niet, maar terwijl hij het zei keek hij zichtbaar zoekend de winkel rond. Aarzelend kwam er toen de vraag "Uh, wat is etiketten precies? Ik had zo de neiging om hem te vertellen dat etiketten een meervoudsvorm is en dat hij derhalve had moeten vragen wat etiketten precies zijn, maar ik hield me in. Er schoot me ineens een nieuwsbericht van enkele dagen geleden te binnen over de steeds afnemende basisvaardigheden van leerlingen  in onder andere taal. In het onderwijs maakt men zich hier grote zorgen over, mede omdat ook de beheersing van onze taal bij leerlingen van d PABO's niet van voldoende niveau is. En dat laatste is natuurlijk helemaal zorgwekkend.

Maar goed, ik wilde het eigenlijk niet hebben over deze landelijk probleemsituatie. Nee, ik had het over mijn bezoek aan de winkel en de vakkenvuller bij wie de taalkwestie duidelijk ook speelde. De jongeman besloot de hulp van de bedrijfsleider in te roepen. Deze verscheen al snel en hij wees mij vriendelijk waar ik de door mij gewenste etiketten kon vinden. De jongeman was meegelopen en hij keek nog even zorgvuldig welk schap het was. Ik meende dat hij in elk geval leergierig was en ik vond dat prijzenswaardig. Maar op wat er toen gebeurde had ik echt niet gerekend: Hij wilde niet zelf iets leren, maar hij wilde mij iets bijbrengen. "Die heten stickers meneer, dan weet je het." Oh wat wens ik in dergelijke situaties toch dat ik nog kon praten. Dan zou ik de jongeman even hebben toegevoegd dat oudere mensen tutoyeren niet erg beleefd is. En dat denken dat jij niet iets moet leren op jouw leeftijd, maar dat een oude iemand iets van jou moet leren, hem niet echt zal helpen bij zijn echte banen straks. En vooral zo ik hem willen doen inzien dat zijn taalvaardigheid belabberd is. En dat dit hem nog het meest zal hinderen bij alles wat hij wil doen in het leven. Maar ja, ik heb het hem allemaal niet gezegd, want zijn woordenschat mag dan beperkt zijn, maar mijn vermogen om überhaupt woorden te uiten is net zo beperkt. En beide is behoorlijk belabberd. Verschil is dat ik weet wat belabberd betekent en hij helaas niet.

zaterdag 29 april 2023

ROZIG

Ik zit in mijn kamer achter de PC nogal rozig te wezen. Dat gevoel met gloeiende wangen heeft twee oorzaken. Ten eerste is het nu, even na acht uur 's avonds 26,3 graden. Nee, ik heb niet de verwarming hoog gezet; ik heb ramen op het zuiden en het westen. En ik ben vanmiddag toen het pas 14 graden was weggegaan zonder eraan te denken de zonwering te laten zakken. De andere, meest belangrijke, reden voor mijn rozig zijn is dat ik vanmiddag vier uur achter elkaar buiten in de polders ben geweest. Ik ben via het oude Hoogland naar Bunschoten gereden, een stukje Zeedijk langs het Nijkerkernauw meegepakt en vandaar langs het oude riviertje de Laak naar Vathorst getuft. En weer terug door de bebouwde kom naar mijn eigen buurtje. Alles bij elkaar heeft mijn trouwe scootmobiel me toch maar weer 33 kilometers gediend. Het was zulk heerlijk weer. De kieviten buitelden als ware acrobaten in het luchtruim boven de weilanden. Je hoorde ze van plezier en wellicht van trots hun eigen naam schreeuwen: "Kievit, kievit!" Dat was niet het enige voorjaarsgeluid dat er te horen viel. Af en toe scheerde er met een duikvlucht  een grutto boven mijn hoofd, in een poging me af te schrikken. Weg met die indringer! Ik denk altijd dat grutto's bange vogels zijn, bang dat iets of iemand hun eieren en hun jongen weg rooft. En dat ze daarom zo klaaglijk jammeren als ze boven je vliegen met hun kenmerkende "Oh gut, oh gut, oh gut." Oh ja, je ziet ook nog steeds behoorlijk wat hazen renen. Maartse hazen kunnen het niet zijn en ik heb nog nooit gehoord van Aprilse hazen. Wat het ook zijn, ze zijn mooi om te zien en ik geniet ervan. En je ziet overal zwanen op hun nesten en meerkoeten met hun foeilelijke jongen. Ja sorry, ik vind die beestjes niet om aan te zien met hun paarsachtige kale kopppies, hun felrode snavel en dat oranje donskraagje. Ik kijk liever naar de oh zo snelle boerenzwaluwen met hun rode kelen en hun gevorkte staarten. Of naar de ooievaar die met zijn brede vleugels wijd uitgespreid traag omhoog cirkelt op de warme lucht. En zoals ik waarschijnlijk al eens eerder heb verteld: ik kijk ook graag naar koeien. Ik heb me wat verdiept in de kenmerken van de meest voorkomende rassen en nu zie ik niet meer gewoon koeien. Ik zie Holsteins, kruisingen van Holsteins met allerlei rassen, Fries Zwartbont en MRIJ koeien (Dat is de afkorting voor Maas, Rijn en IJsselrunderen). Dat laatste ras is mijn favoriet, gewoon omdat ik ze mooi vind. En ook omdat de koeien meestal nog horens hebben, zoals het hoort. Tja, elke gek heeft zijn gebrek hè? Ik zag ook bij veel boerderijen de vlag weer gewoon rechtop hangen, een goed teken. En met dat positieve beeld ga ik maar eens eindigen. Ik ben het zat, ik ga lekker lui en rozig voor de buis hangen.