maandag 3 juni 2024

BANDNETEL EN VROUWENMANTEL

Het viel me van de week in het Hoevelakense Bos op dat de brandnetels weer in bloei staan. Kijk jij weleens naar die kleine bloemetjes? Ik dus wel. Wist je dat er mannelijke en vrouwelijke brandnetels zijn? En dat die dan weer  verschillende bloeiwijze hebben? De mannelijke bloempjes hebben meeldraden waar stuifmeel ontstaat. Dat stuifmeel wordt lukraak de klucht in geschoten. Gelukkig staan er altijd vrouwelijke planten vlakbij Die  hebben stempels in hun bloemen waar het stuifmeel op  landt. En voilá: een bevruchting. Veel mensen hebben een hekel aan de netels, omdat ze bij aanraking prikken en vervolgens jeuk veroorzaken. Maar die jeuk valt wel mee hoor, na pakweg drie kwartier is het al over. Dat beetje  jeuk weegt niet op tegen de goede eigenschappen van de plant. Wist je bij voorbeeld dat hij een waardplant is voor diverse rupsen? Waardplant wil zegen dat de rupsen de plant nodig hebben om te eten. "Nou en?" denk je wellicht "Wat moet ik met die rupsen?" Maar bedenk dan eens dat diezelfde beestjes weer voer vormen voor diverse vogelsoorten. En vogels zijn wel leuk toch? En bovendien ontpoppen de overlevende rupsen zich letterlijk tot prachtige vlinders als de gehakkelde aurelia, de atalanta en de dagpauwoog om er maar eens een paar te noemen. En van die vlinders geniet iedereen toch? Maar: geen vlinders zonder rupsen hè?
Eerlijk is eerlijk: van het Internet geplukt.

Ook van het Wereld Wijde Web.

En of dat allemaal nog niet genoeg is kun je van de brandnetel ook nog groente maken en soep. Er wordt neteldoek van gemaakt en ik meen dat er tegenwoordig ook geëxperimenteerd wordt met kleding uit netels. Je kunt er mest van maken en het schijnt geneeskundige toepassingen te hebben. Al met al een nuttige en boeiende plant.

Goed, genoeg praat ter lering ende vermaak. Ik had die middag ook nog een leuke ontmoeting waar ik over wil vertellen. Op weg naar huis van Hooglanderveen kwam ik uit in park Schothorst. Aan de rand van het park zag ik een mevrouw bij een klein driehoekje groen tussen twee asfalt fietspaden staan. Ze haalde uit haar fietstas een plastic zak met planten. Nou, dat wekte mijn nieuwsgierigheid natuurlijk. Ik ben gestopt en ik heb haar gevraagd wat ze aan het doen was. Zij vertelde me dat ze er wat plantjes ging planten om straks vlinders voerplanten te geven. Ik gluurde even in de tas om te kijken welke soorten dat dan wel waren. Ik herkende er maar een: vrouwenmantel. Om dat met gebaren duidelijk te maken wees ik op het stekje en vervolgens op haar jas. Onmiddellijk verscheen er een grote glimlach op haar gezicht en ze bevestigde "Ja klopt, dit is vrouwenmantel."  Omdat je het ijzer altijd moet smeden als het nog heet is vroeg ik haar of ik een foto mocht maken. Dat mocht, ze poseerde zelfs even voor me. Toen zei ze dat ze weer aan het werk moest. En dat deed ze. Ze zette elk plantje met pot en al zorgvuldig op een eigen plek en ging aan de slag met een pootschepje. Ik heb nog even staan kijken. Zo leuk om te zien. De stad moet blij zijn met zulke inwoners. Mensen die geheel belangeloos in hun vrije tijd iets doen om de natuur te verbeteren. 



Hoevelakense Bos.


zondag 26 mei 2024

HEAD OUT ON THE HIGHWAY


Wat is het toch vreemd onvoorspelbaar weer. Zelfs een doorgaans betrouwbare site als Buienradar is niet meer te vertrouwen. Neem nu gistermiddag bij voorbeeld. Ik wilde rond 1 uur een rit gaan maken, maar er werd om 13.45 een fikse bui verwacht. Balen. Nou ja, dan maar een kort ritje door de buurt, het is niet anders. Edoch, wat kwam er om kwart voor twee naar beneden toen we weer thuis waren? Helemaal niks. Stralend weer. Dan Buienradar toch maar weer geraadpleegd. Geen bui te zien en er werd er tot eind van de middag in de wijde omgeving niet een verwacht. Godsamme, toen had ik er genoeg van. Ik besloot de weergoden te tarten: we gaan gewoon lekker naar buiten. Bodywarmer aan, camera mee en Diva uit haar mand geroepen. Die was natuurlijk blij met nog een onverwacht uitje. En dan is het fijn dat er in de directe omgeving zoveel mogelijkheden zijn om naartoe te gaan. Ik besloot eens naar de molen in Soest te rijden. Dat is altijd een leuke rit door de polder en het is niet al te ver.

Bij de molen aangekomen kozen we gewoontegetrouw voor de Enghenbergsteeg. Voor de lezers die niet bekend zijn met de omgeving: we hebben het hier over een boerenpad vol hobbels, kuilen, modderplassen en stukken met grof puin. In het begin is het pad breed genoeg voor een trekker, dus ook voor  mij. Maar al snel wordt het beduidend smaller. Eenmaal op dat stuk heb ik nog maar twee opties. Als het niet meer gaat zou ik kunnen proberen achterwaarts terug ge rijden naar het gedeelte waar het nog wel goed ging, want keren is er niet bij door de akkerranden aan weerszijden. De andere optie is tegen beter weten in gewoon toch verder rijden. Op hoop van zegen. Kortom: een pad naar mijn hart. Na ruim een half uur -soms letterlijk- modderen, ploeteren, scheef hangend rijden en zuchten van opluchting slakend heb ik de hele steeg achter de rug. Nu klinkt het wellicht of het een verschrikking was, maar dat is niet het geval hoor. Ik vind dat "terreinrijden" wel leuk juist. Bovendien is de omgeving er erg mooi, zoals je kunt zien op de foto's. Ik geniet er echt en ik heb ook nog eens veel jeugdherinneringen aan de Eng en directe omgeving. Omdat we toch bezig waren met smalle paadjes heb ik er nog maar een paar genomen. Gewoon voor de lol.



 


Het was nog steeds fraai weer, dus besloot ik via de oude kerkenbuurt van Soest richting de Korte Duinen te gaan, een mooi stuifzandgebied tussen  Soest en Amersfoort. Na de duinen kom je uit in het Monnikenbos, weer een andere omgeving. In het duingebied en in het bos lopen goede fietspaden waar ik heerlijk met zoevende banden over toeren kan. Dat geluid verhoogt voor mij het gevoel van vrijheid dat mijn trouwe scootmobiel me verschaft. Dat is de reden dat ik mijn rit die middag afsloot met een brede asfaltlaan die me vanuit het bos weer de wijk waar ik woon in voerde. Lekker ontspannen rijdend, sturend met één  hand, een voet stoer op het spatbord, in mijn hoofd Steppenwolf. "Get your motor running. Head out on the highway." Dat gevoel.







Head out on the highway


vrijdag 17 mei 2024



Vogelliefhebbers heb je in veel variaties. Deze week heb ik er twee ontmoet, twee die nauwelijks meer verschillend van elkaar konden zijn. Ik reed op de weg in Hoogland die bekend staat als de Vogelboulevard. Het was mooi weer, overal buitelden de kieviten boven de graslanden, er stond een tureluur te fluiten op de paal van een hek. de grutto's hielden in paartjes in het kniehoge gras hun jongen in de gaten. Kortom een dag waarvan ik volop genoot. Ik reed stapvoets om niets te misen en Diva liep in de berm te jagen op krekels. Een stuk verderop zag ik een man op een racefiets naderen. Nu heb ik het niet zo op wielrenners vanwege hun gedrag op de weg. Mijn mening over hun kleding is sterk gekleurd door die afkeer. Ik vind het namelijk zot om in zo'n te strak veelkleurig pakje rond te rijden. Als je jong en atletisch gebouwd bent gaat het nog. Maar als je wat ouder bent, je spieren wat verslapt zijn en je een buikje hebt kun je naar mijn idee beter andere kleding kiezen. De man op de fiets hoorde duidelijk in de laatste categorie thuis. Ik verwachtte eigenlijk dat hij met grote snelheid langs me zou scheuren en ik wilde Diva al voor haar en zijn veiligheid bij me roepen. De man remde echter plotseling af, zwenkte naar rechts de berm in en greep zich vast aan een hek. Dat op de fiets zittend hangen aan een hek of iets dergelijks zie ik vaker bij wielrenners. Dan hebben ze hun schoenen vastzitten aan de pedalen met een kliksysteem en willen ze hun schoenen niet losmaken. De man leek te kijken naar de grutto's in het land. Dat verbaasde me, want dat zie je niet vaak: een wielrenner die vaart mindert om vogels te kijken. Ik was hem inmiddels genaderd en ik zei hem goedendag. Hij antwoorde met "Hoor je dat? Jonge grutto's. Ze zitten te piepen." Ik begon hem net al met meer sympathie te zien toen hij iets merkwaardigs deed. Hij zei "Ze zijn verdwenen in dat hoge gras daar, ik zie ze niet meer. Ik ga maar even kijken." Hij klikte zijn voeten los, liep met die kenmerkende moeizame tred van wielrenners (Komt door hun harde rechte zolen.) naar het hek en ja hoor: hij klom er enigszins stram overheen met zijn stakerige benen.

Hij liep het hoge gras in en maaide wat met één voet rond. Ondertussen pakte hij uit het zakje op zijn rug zijn telefoon om een foto te kunnen maken. Na enkele  tevergeefse pogingen kwam hij weer terug. Terwijl de verontruste ouders nog jammerend boven zijn hoofd rond vlogen zei hij "Ik zag ze niet. Jammer, want ze zijn zo mooi. Machtig mooi gebied hier hè?" Vervolgens stapte hij weer op zijn fiets, klikte zijn schoenen vast en ging in de pedalen, nog even een hand opstekend ter afscheid. Het is maar goed dat ik niet kan praten, want anders had ik die meneer eens ongezouten duidelijk gemaakt wat ik van zijn gedrag vond.

Een half uurtje later reed ik op de weg naar de kerkebuurt van Soest. Ter hoogte van de vogelopvang Eemland stak een mevrouw de weg over. Ze had iets in een doek  gewikkeld omzichtig in haar handen. Ik wist meteen dat ze een vogel ging loslaten en ik stopte uit nieuwsgierigheid. Ze stond daar aan de rand van een weiland en ze hief rustig haar armen boven schouderhoogte. Ze deed de doek voorzichtig open en ik zag een zwaluw. Ik kon niet goed zien welke soort. Tot ze haar handen in een snelle beweging omhoog bewoog. Dat moest een gierzwaluw zijn, want die kunnen niet zelf vanaf de grond opvliegen. E daar ging hij of zij de lucht in. Ik hoorde de mevrouw zachtjes  opgelucht "Gelukkig." zeggen. Achter ons naderden twee wandelaars die vroegen wat voor vogel het was. De mevrouw bevestigde dat het om een gierzwaluw ging. Ze vertelde enthousiast over de lange afstanden die gierzwaluwen afleggen, de ongelooflijke snelheid waarmee ze dat doen, dat ze vliegend eten, slapen, paren, leven eigenlijk. We hebben geboeid naar haar verhaal geluisterd. Een vogelliefhebber naar mijn hart.





zaterdag 11 mei 2024

JE MAAKT WAT MEE

 Het is net of ik met dit mooie weer meer meemaak onderweg. Neem nu gewoon een middag deze afgelopen week. Ik had me voorgenomen eens door de Soester polder naar Baarn te rijden. De zon scheen, er stond redelijk wat wind en ik had er zin in. Halverwege de rit zag ik boven een weiland een torenvalkje bidden Uiteraard ben ik gestopt om even te kijken. De valk was dichtbij genoeg om haar, het was een vrouwtje, met het blote oog goed te zien. Toch heb ik de kijker erbij gepakt, wan juist op zo'n korte afstand is kijken met acht keer vergroting mooi. Veel mensen die ik ken gebruiken hun kijker alleen om dingen ver weg beter te kunnen zien, maar echt: juist voor dichtbij is alles door je kijker gezien zo mooi. Zo kon ik van het valkje tot in detail zien hoe dat bidden in de lucht nu werkt. Ik kon zien dat de vleugels zo snel op en neer gingen dat ik ze niet niet eens scherp kon krijgen. Dat doen biddende torenvalken om hun lijf precies in de goede hoek te houden om tegen de wind te kunnen "staan". En uiteraard ook om in de lucht te blijven. De staart is wijd gespreid en beweegt continu verticaal open neer en tegelijkertijd ook in golvende horizontale golvende bewegingen om het evenwicht te bewaren. Als je even de tijd neemt om zo'n tafereel te bekijken zie je dat de vogel een verbluffend staaltje van precisie tentoonspreidt. Ik vind het prachtig.

Enfin, terwijl ik zo sta te kijken komt er een man op een ligfiets uit de tegenovergestelde richting aan rijden. Hij remt af en zet zijn fiets diagonaal op de weg stil. De heer vraagt "Is het een kiekendief?" Dat ik de man ineens beschrijf als een heer komt omdat hij dat duidelijk is. Hij heeft bij voorbeeld een spijkerbroek aan met een vouw in de pijpen, iets dat je alleen ziet bij mensen die hun spijkerbroeken kopen in dure speciaalzaken. Op de broek droeg hij een lichtgroene polo met  op de borstzak het logo van een bekend ontwerper. En hij sprak met een licht geaffecteerde klank in zijn stem. Niet overdreven of gemaakt, maar dat natuurlijke dat je vaak bij oud geld hoort. Je merkt dat ik niet alleen de valk in detail bekeek, maar deze heer ook. Ik vind dat nu eenmaal leuk om op details te letten.

Ik legde de meneer uit dat het een vrouwtje torenvalk was en dat ze waarschijnlijk van de nestkast op de brandweertoren kwam. Dat vond hij leuk en hij begon enthousiast te vertellen dat hij zo genoot van de polder. Ik zag tot mijn schrik achter hem een busje met grote snelheid aan komen rijden en hij stond nog steeds diagonaal op de niet al te brede weg. Ik wees in een poging hem van het naderend gevaar bewust te maken met gestrekte arm naar de bus. Hij daarentegen meende dat ik het nog over de torenvalk had en hij zei "Ja ja, ik zie hem. Mooi hoor." Op dat moment raasde het busje met veel te hoge snelheid half door de berm rijdend rakelings langs hem heen, met veel lawaai en stofwolken opwerpend. De arme man schrok zich bekant een beroerte. Zijn ogen stonden groot en licht verward, zijn eerst keurig gekamde haren stonden alle kanten op door de zijwind van de bus. Hij sprak met enigszins trillende stem "Ik ga maar weer eens verder. Ik wens u nog een goede reis." En weg was hij. Ik hoop maar dat hij in het vervolg wat beter op het verkeer let, wan ze rijden vaak veel en veel te hard in de polders helaas.

Ook ik heb mijn weg vervolgd, op naar Baarn. Daar aangekomen ben ik even langsgegaan bij vriendin Betty. Maar die stond net op het punt naar yoga te gaan. Dat kan gebeuren als je op de bonnefooi bij iemand aan de deur komt. Maar met zulk mooi lenteweer is dat geen probleem hoor: Diva en ik zijn gewoon naar de dichtbij gelegen Pekingtuin gegaan, een park waar ik veel mooie herinneringen uit mijn hippietijd bij heb. Na het bezoek aan het park besloot ik eens te gaan kijken bij mijn zus Bernadette en zwager GertJan. De laatste bleek druk bezig het houtwerk van de voorgevel te lakken. Een karwei waar je eenmaal begonnen moeilijk mee kunt ophouden, wil je een mooi resultaat krijgen. Dus ook daar volstond het om even hallo te zeggen. Iedereen die gepensioneerd is lijkt zo druk te zijn. Nou, ikke niet. Op zo'n mooie dag heeft deze flierefluiter niets anders aan zijn hoofd dan wat rond te rijden en te genieten. Dus zijn we op ons gemak naar het andere mooie park in Baarn getogen: het Cantonspark. Ook daar heb in in lang vervlogen tijden menigmaal stoned rondgelopen. Het park was destijds mooier dan nu, maar mijn herinneringen kunnen mogelijk gekleurd zijn door het gebruik van hasjiesj. Maar het is nog steeds een fraai park hoor en ik kom er graag.



Het werd langzamerhand tijd om richting Amersfoort te gaan, maar niet voordat we het pad langs de Eem hadden meegepikt. Diva jaagt er graag op krekels en ik geniet er van het zicht op het water. We rijden daarna altijd nog even op het wandelpad dat parallel aan de drukke weg loopt. Je hoeft heus niet altijd ver van de bebouwde kom te gaan om leuke routes te vinden, ook die kleine paden in een woonwijk zijn vaak leuk. Wie het kleine niet eert...



Op de terugweg die van Eembrugge door de polder naar Hoogland liep kwam ik nog een kennis tegen die ik lang niet had gezien. Terwijl ze toch maar twee straten verder woont. Althans dat dacht ik, maar ze bleek verhuisd te zijn naar Hoogland om gezondheidsredenen. Toen ik ernaar vroeg vertelde ze me dat ze een paar jaar terug kanker had gehad. Ze meende, mede door wat de specialis zei, dat ze volledig genezen was. Maar de ziekte was teruggekomen. Ze vertelde opgewekt dat ze genoot van elke dag en zo zag ze er ok uit. Lachend, nog steeds pretoogjes, babbelend als altijd. Maar ze heeft wel wat meegemaakt zeg en ook dat zie je wel in haar ogen als ze erover praat. En dan ben ik al de hele middag bezig met de leuke dingen die ik meemaak. Dat valt dan ineens in het niet bij haar verhaal. Ik had wel even het een en ander te overdenken het laatste stukje op weg naar huis. Je maakt wat mee op een middag.



zaterdag 4 mei 2024

NIET ZEUREN

 Vanmiddag ging ik naar beneden met Diva on een leuke rit te gaan maken. Dit is wat ik meemaakte in de hal beneden.

Ik kom uit de lift en ik zie op de stoelen in de hal twee bewoners van het appartementencomplex zitten. De een is een meneer van ongeveer mijn leeftijd, de andere man schat ik iets jonger. Beiden zijn goed gekleed en zichtbaar goed gevoed. Beiden zien er bovendien oud en uitgeblust uit in mijn ogen. Ik kon het niet helpen dat ik hun gesprek mee luisterde. Ik vermoed dat de twee heren, net als veel van de bewoners, zo luid praten omdat ze hardhorend zijn. Waarom ze om dat euvel te verhelpen geen hoorapparaatjes dragen zal straks duidelijk worden. Ze houden namelijk niet van oplossingen. Goed, hun gesprek ging als volgt. "Het valt niet mee om altijd alleen te zijn." "Wat je zegt. Ik ben vier jaar geleden mijn vrouw verloren." "Ik niet. Ik ben al jaren gescheiden. Da's ook erg hoor." "Maar ja, dan ga je hier maar zitten hè? Dan zie je nog eens iemand." "Zo is het." Er valt even een stilte en ik wil al verder rijden. Maar dan hervatten de heren hun gesprek en ik ben nieuwsgierig welke ellende ze nog meer ter berde brengen. Want dat dat de teneur van het gesprek is is wel duidelijk. "Wat was het de afgelopen dagen warm hè?"  Och heden, nu komt het nare Hollandse weer erbij. "Nou nou, ik kan er tegenwoordig niet goed meer tegen. Je komt op zo'n dag de deur niet uit." "Maar vandaag is het inenen tien graden kouder. Je weet 's morgens niet wat voor kleren je moet aantrekken." "Ja het is guur buiten. Ik denk dat ik vandaag maar binnen blijf. Ik weet toch niet waar ik heen zou moeten." "Heb je geen kinderen?" "Jawel, maar dar heb ik weinig contact mee. Ze zijn te druk hè?" "Met mijn zoon heb ik goed contact, woont te ver. Hij komt nooit, alleen op vaderdag. Hij heeft wel een goede baan geloof ik ."

Dan ontwaren de heren mij in mijn scootmobiel met Diva in haar mand tussen mijn voeten. "Kijk, daar heb je dat hondje. Die gaat altijd mee" "Ja knap hè, dat dat beestje precies weet wat hij bedoelt. Hij kan niet praten, die man." Ze hebben het verdorie over me alsof ik er niet ben, terwijl ik op nog geen twee meter van ze af sta. "Dat hondje loopt altijd los bij hem. Hij is zo gehoorzaam, maar het gaat een keer mis, let op mijn woorden. Dan steekt dat beestje de straat over en wordt hij plat gereden." "Ik heb vroeger een kat gehad die is doodgereden. Mijn vrouw was van streek, maar ik was blij toe. Katten zijn gore beesten. Heb je weleens een kattenbak moeten schoonmaken? Ik wel. Je gaat over je nek van die stank. Ik hoef geen huisdieren, het geeft alleen maar kosten en je hebt er niks aan." "Is de zaal vandaag weer niet open? Kunnen we weer niet biljarten."

Ik had inmiddels wel genoeg narigheid gehoord. Ik snap zulke mensen niet. Ze hebben een dak boven hun hoofd. Ze hebben elke dag te eten, meer dan genoeg eten zo te oordelen naar hun corpulente buiken. Ze hebben goede kleding aan het lijf. Ik weet dat de een een auto heeft en de ander een scootmobiel. Het is verdorie droog en 17 graden. Ze hebben de tijd aan zichzelf, dus de wereld ligt aan hun voeten. Ga eropuit in plaats van elke dag op die stoelen te zitten lamenteren hoe naar het leven is.

Ik ben in elk geval wel op pad gegaan met Diva. We zijn heerlijk door het bos naar Soest gereden. We zijn voor de afwisseling weer eens over allemaal oneffen bospaadjes gegaan. Ik heb dan lol met het manoeuvreren en Diva heeft ook plezier omdat ze lekker lang los mag lopen. Daarna heb ik wat foto's gemaakt in de Korte Duinen, waar het altijd mooi is. Terug zijn we via de de polder gereden. Daar was het best fris en ik had een iets te dunne jas aan gedaan. Maar heren uit de hal: dan heb ik het een beetje koud. Nou en? Dan waardeer ik thuis de behaaglijke warmte weer. Niet zo zeuren hè?







zondag 28 april 2024

KONINGSDAG

Dag allemaal. Wat hebben jullie gedaan op Koningsdag? Heb je oranje tompoucen gegeten? Een oranjebittertje achterover geslagen? Heb je je wellicht in het feestgedruis gestort? Heb je een gek oranje hoedje opgezet en je oranje t shirt uit de kast gehaald? Heb je gedanst met een onbekende in de stad? Ben je soms op kleedjesmarkten wezen schuimen naar leuke koopjes? Of heb je misschien lekker rustig thuis naar de dag in Emmen gekeken? Het kon allemaal gisteren.
Wet je wat ik gedaan heb? Niets van dat alles. Noppes, rien, nada. Want die hele Koningsdag boeit me niet in het minst. Het hele koningshuis overigens niet. Ik vind het één grote farce. Kijk de serie over het ontstaan  van de familie Oranje maar eens; dan weet je genoeg. Maar ik zal er niet verder over uitweiden, want ik schrijf geen politieke commentaren, ik schrijf verhaaltjes over wat ik zoal meemaak. En wat ik op Koningsdag heb beleefd is eigenlijk niet veel. Ik heb  's middags met Diva een rustige wijk van de stad opgezocht. Een wijk waar de enige feestelijke activiteit het wapperen van de paar vlaggen met oranje wimpels was. Diva heeft er ongestoord los kunnen lopen en ik heb er stapvoets achteraan gesukkeld. Heerlijk, zo mijmerend niks doen. Dolce far niente. Dat kan ik goed. Ik krijg er wat ik het Winnie de Poeh gevoel noem van. Ik ben de koning te rijk. Ik vier mijn eigen dag.
Oh ja, wat ik onderweg nog wel gedaan heb is foto's maken van graffiti. Er zijn in de stad her en der plekken waar graffiti is toegestaan. De pieces wisselen er regelmatig en ik vind het altijd leuk om te kijken wat er nu weer voor kunstwerken gecreëerd zijn. Dit is de buit van gisteren.













maandag 8 april 2024

ROZIG

Nijkerkernauw
Deze keer eens een verhaal op de maandagavond. Dat komt omdat ik zaterdag- en zondagavond te moe was. Te moe? Jij zit alleen maar op je luie toges. Waar wordt jij nu moe van? Dat zal ik je vertellen. Van 4 uur achterelkaar rijden met een scootmobiel krijg je een houten derrière, een lamme hand en je raakt vermoeid en rozig van het voorjaarszonnetje. Daar was ik dus moe van. Moe, maar voldaan zeggen ze dan. Ik heb zaterdagmiddag samen met mijn buren Frits en Boukje een mooie rit van 36 kilometer gemaakt. We zijn vanuit Amersfoort richting Bunschoten gereden. Daar zijn we de Oostdijk langs het Nijkerkernauw op gegaan. De zon scheen, maar niet uitbundig, en de zuiderwind was hard en best fris. Kortom: een mooie lentedag om in een vest en een bodywarmer op pad te gaan. Ter hoogte van het bij vogelaars befaamde Nekkeveld zijn we polder Arkemheen in gegaan in de hoop grutto's aan te treffen. Wie we echter eerst troffen waren mijn zus Monique en mijn zwager Henri. Ook zij waren, gelokt door het mooie weer, naar Arkemheen gekomen voor de weidevogels. Nou, die hebben we gezien hoor. Overal zag je grutto's, al dan niet jammerend rondvliegend. Áls ik ze hoor mekkeren "Grutto, grutto, grutto!" geeft me dat altijd een lentegevoel. De kieviten die ook al hun eigen naam roepen "Kievit, kievit." vind ik net zulke voorjaarsbodes. Aan de acrobatische buitelingen die ze in de lucht maken kun je zien dat ook zij de lengtekriebels hebben.
Het Laakpad
Goed, na de polder zijn we langs het riviertje de Laak naar Vathorst gereden. Tegen de wind in. Dat was boesteren voor mijn buren, want zij waren op de fiets. Halverwege hebben we dus maar een pauze genomen op het terras van een uitspanning. Vanaf Vathorst zijn we door het dorpje Hooglanderveen terug naar huis gereden. Al met al een rit van 36 kilometer die bijna vier uur duurde. Heerlijk.

Zondagmiddag ben ik met Diva een geheel andere kant op gegaan. We hebben, na een korte wandeling door het Randenbroekerpark voor Diva, het jaagpad langs het Valleikanaal richting Scherpenzeel gevolgd. Het landschap daar kenmerkt zich door boerderijen en bosschages. Ik meen dat de naam ervoor coulissenlandschap is. Hoe het ook heet; het is er mooi in elk geval.

 

Coulissenlandschap

Tussen Leusden en Scherpenzeel ben ik weer afgeslagen om via de bosachtige lanen daar naar de bebouwde kom van Leusden te rijden. Na dat stukje Leusden kwamen we uit bij de natuurgebieden de Schammer en Bloeidaal. Daar is het weer geheel anders. De Schammer is een afwateringsgebied, dus er is vrij veel water. Maar er zijn ook bosjes en vlakke stukken ruig terrein. Erg mooi. Na het rondje Schammer/Bloeidaal zijn we via Stoutenburg en Hooglanderveen huiswaarts getogen. Weer een rit van ruim 36 kilometer met heerlijk voorjaarsweer. Een rit die ons door een stadspark, langs het water, door fraai boerenlandschap, een stukje bos, en door een natuurgebied voerde. Wat een afwisseling. 

De Langesteeg

Vandaag hebben we weer een ritje gemaakt. Deze keer van.... 3,8 kilometer. Ik merk dat Diva het na een dag buiten en flink veel wandelen wel best vindt. Dat mag ook op haar leeftijd: ze is bijna 10 jaar inmiddels. Dus na die paar kilometers door de wijk ligt ze nu te soezen in de zon. Ik zit in datzelfde zonnetje te schrijven en ik merk dat ik alweer aardig rozig ben. Ik ga lekker het voorbeeld volgen van Diva. Ik ga even een uiltje knappen. Ook ik ben niet piepjong meer. Tot volgende week.

Even soezen

Bloeidaal

Het Valleikanaal