zaterdag 30 september 2023

EEN NIEUWE WERELD

Ik keek aan het eind van de middag even naar de foto's die ik de afgelopen week heb gemaakt en er viel me iets op. Ik had vier keer een weg of een pad vastgelegd. Best vreemd toch? Toen ben ik eens terug gaan kijken bij de foto's van deze zomer. Binnen vijf minuten had ik nog elf andere foto's van wegen en diverse waren van dezelfde weg op verschillende momenten. En dan moet je weten dat ik alleen nog had gekeken in de map "Ritjes in de polder". 

Want ik bewaar al mijn foto's per jaar in mappen met dergelijke namen. En in die mappen zijn ze weer gerangschikt per maand. De originele RAW opnames zijn precies zo in mappen ondergebracht. Om het plaatje van een geordende geest compleet te maken zal ik je vertellen dat ik elke zondag twee back-ups maak van alle opnames van de week. Eén gaat er op een externe harde schijf en één in de cloud. Mijn foto's zullen niet per ongeluk verdwijnen. Mij maken ze de pis niet lauw.

Maar goed, ik was bezig met de foto's van de wegen. Ik vroeg me af waarom ik die toch steeds maak. Ik heb er eens goed over nagedacht en ik kwam tot deze conclusie: Ik weet het niet zeker. Briljant hè? Ik heb wel een paar ideeën erover hoor. Ten eerste maak ik die foto's omdat ik vaak geniet als ik ergens over zo'n lange polderweg rij. De weidsheid van de weilanden aan weerskanten, de rechte oneindig lange weg voor me en de horizon in de verte zichtbaar. Dat beeld en het genieten wil ik dan vastleggen in een foto opdat ik anderen mee kan laten genieten. Datzelfde gevoel heb ik ook vaak bij een bepaald fietspad langs de Eem, dus daar heb ik zo al vier foto's van ter illustratie.


Oh ja, ik heb het ook bij kronkelige paden. Dan zie ik de slingerende weg voor me en dat beeld frappeert me. Het is net of een meanderend pad een belofte is van avontuur, van ontdekkingen achter de laatste bocht. En je weet niet zeker hoever het pad doorloopt. Dat gevoel, die spanning, die onzekerheid probeer ik dan weer te geven in een plaatje. In de hoop dat het gevoel overkomt bij de kijker.

Ik bedacht me ook nog iets anders terwijl ik me afvroeg waarom ik tegenwoordig nu  juist wegen vastleg. Ik heb al zo lang gefotografeerd, al vanaf begin zeventiger jaren. Ineens wist ik het: mijn standpunt is anders dan vroeger. Niet mijn geestelijk standpunt, maar mijn fysieke positie. Ik zit in mijn scootmobiel lager dan een mens die loopt of fietst. Derhalve neem ik de wereld anders waar dan vroeger. Ik zie domweg door mijn nieuwe perspectief de weg voor me alsof hij langer is. En dat is eigenlijk wel mooi. Ik heb dus als het ware de wereld opnieuw ontdekt. Een wereld  die ik hier graag deel met mijn lezers. 















zaterdag 16 september 2023

MOE EN ROZIG

 

Joh, het is alweer 3 weken geleden dat ik hier voor het laatst iets heb geschreven. Dat was het relaas over mijn aanrijding. Mocht je nu denken dat ik daardoor al die tijd niet in staat was iets te schrijven dan moet ik je geruststellen. Of teleurstellen eigenlijk, want ik was in het geheel niet zielig. Ik heb gewoon drie weken lang elke dag genoten van het prachtige nazomerweer. Ik was elke middag 3 tot 4 uur buiten en meestal 's avonds nog een uurtje. En als ik dan later in de avond thuis zat was ik zo moe en zo rozig dat er domweg niet veel nuttigs uit mijn handen kwam. Dus ook geen reisverhalen. Maar ik heb me toch mooie ritten gemaakt. Vanwege de hitte heb ik meestal de bosrijke omgeving van Hoevelaken, Stoutenburg en Emelaer opgezocht. En dat was geen straf. Ook heb ik diverse malen de nieuwe snelfietsroute richting Utrecht door het bos gereden tot aan De Dolder. Eén keer ter voorbereiding voor een tocht met mijn scootmobielclub, één keer met mijn zus en zwager en een derde keer met buurvrouw Boukje.

Allemaal mooie tochten, maar er is er een die ik toch wel het allerleukst vond. In de afgelopen weken heb ik namelijk ook een keer de hitte getrotseerd en ben ik door mijn eigen Eemland naar de Eemnesser polder gereden. Heerlijk, die brandende zon op je lijf, het zinderende asfalt, de weidsheid van de polder en vooral de rijwind die een beetje verkoeling brengt. Ik had Diva thuis gelaten, omdat ze last had van een overbelast pootje. Dus ik kon lekker doortuffen tot aan het oude gemaal van Eemnes. Wat een aardig oud gemaaltje is dat toch. En zo fotogeniek. Naast het gebouw trof ik een meneer met een Bauceron. Dat is een Franse veedrijvershond. Je ziet ze maar heel weinig in Nederland en alleen daarom vond ik het al een bijzondere middag. Ja, het boeit mijn lezers waarschijnlijk weinig tot niets, maar ik vind dat nu eenmaal leuk om niet alledaagse hondenrassen tegen te komen. Maar het werd nog leukerder toen ik het smalle fietspad richting het pontje bij Eemdijk op ging. Voor me reed een karretje met drie mensen erop, getrokken door een paard. Nu is dat pad zo smal dat fietsers met enige moeite nog net langs het karretje konden, maar mij leek het gewaagd om het met mijn scootje ook te proberen. Mede omdat ik met mijn kleine wielen snel vast zit in bermen met hoog gras. Dus besloot ik rustig achter paard en wagen te blijven rijden en dat bleek heel prettig te zijn. 
Ik heb bijna drie kwartier  met een ouderwetse snelheid van 4 kilometer oftewel 1 PK over een weggetje in de polder gereden. Voor me het langzame hypnotiserende geklepper van de paardenhoeven, de warmte als een deken om me heen en het duurde niet lang voor ik weg zat te doezelen. Karretje dat op de zandweg reed. De zon scheen helder en de weg was breed. Het paardje liep met luste, de voerman lei te rusten. Ik zat lekker onderuit gezakt te dagdromen over hoe ik als klein jochie mee mocht rijden op de kar van  groenteman Thijmen. Ik mocht op de bok naast hem zitten en de teugels vasthouden. Dat gevoel van de zware leren teugels in mijn handjes, de rug van het paard voor me, het geklepper van de hoeven en het idee dat ik de kar reed was geweldig. Dat het paard van Thijmen de route zo vaak had gelopen dat er in het geheel niet gestuurd hoefde te worden, net als in het liedje, kwam toen niet bij me op. Het was een mooie droom destijds en nu op dat polderweggetje weer. En dat telt. 

Bij het pontje aangekomen begroette de veerman me hartelijk alsof hij een goede bekende tegenkwam. Hij herkende me van de voorgaande jaren toen ik regelmatig daar de Eem overstak. "Dat is een poosje geleden. Dit is de eerste keer dit jaar toch?" zei hij. Wellicht vind je dat onnozel, maar de begroeting gaf me een warm gevoel. Het gevoel dat ik erbij hoorde. Met dat fijne gevoel ben ik door de Bikkerspolder op huis aan gereden, alwaar ik dus moe en rozig verder niks heb gedaan.

Op het pontje.


zaterdag 26 augustus 2023

VOOR IK EEN MEISJE WORD

Meestal schrijf ik over leuke dingen die me overkomen onderweg. Over bijzondere ontmoetingen, grappige situaties of dingen die me verbazen. En ik probeer altijd om mijn verhalen te doorspekken met wat humor. Maar heel soms gebeurt me onderweg iets dat helemaal niet leuk is en waar ik geen humor in zie. Afgelopen zondag was  het mooi weer en ik was op weg met Diva naar een park. Halverwege moest ik een drukke weg oversteken. Er stond al een auto te wachten. Ik stelde me netjes achter de auto op. Dat doe ik dan altijd zo dat de chauffeur me kan zien in zijn zijspiegel, want ik ben me ervan bewust dat een scootmobiel niet erg hoog is. Ik stond rustig te wachten toen ik de auto ineens achteruit zag komen. Ik probeerde nog weg te rijden, maar het ging gewoon te snel. Door mijn manoeuvre heb ik voorkomen dat ik frontaal geraakt werd, maar desondanks was het een  flinke klap. Ik werd uit mijn stoel geslingerd en ik landde hard op de straat. Op zo'n moment lijk je alles in vertraging te zien. Ik zag Diva uit haar mand gelanceerd worden terwijl ik door de lucht vloog. ik merkte dat ik met mijn heup hard de stoelleuning raakte en dat ik op mijn zij op straat terechtkwam. Daarna sloeg mijn hoofd tegen de straatstenen. Daar lag ik, op mijn rug en hulpeloos. Want normaal kan ik al niet zelf overeind komen als ik bij voorbeeld val in huis. De chauffeur kwam aangesneld en bleef in slecht Engels alsmaar zenuwachtig roepen "Oh my god, I am so sorry. Oh my god. I call the ambulance? Oh my god." Maar hij deed niks zinnigs. Ondertussen schoten er enkele buurtbewoners te hulp. Die bleven alsmaar vragen op me afvuren. Of ik in orde was, waar ik pijn had, of ik ze kon verstaan enzovoort. Allemaal goed bedoeld natuurlijk, maar blijkbaar drong het niet echt tot ze door dat ik niet kon praten. En ik probeerde ondertussen alsmaar met gebaren duidelijk te maken dat ik overeind geholpen wilde. Een en al misverstand. En ik lag daar hulpeloos op de harde straatstenen, mijn knie deed vreselijk pijn, mijn rug ook en mijn hoofd bonkte. 

Man, wat voelde ik me daar gehandicapt zeg. Dat heb ik maar zelden. Ik weet natuurlijk wel dat ik behoorlijk gehandicapt ben, maar in mijn normale leven heb ik zo veel gewoontes aangeleerd dat ik me zelden zo voel. Maar echt, als je zo hulpeloos ergens op straat ligt en je kunt niet communiceren, dat is een heel naar gevoel. Gelukkig stopte er een arts die toevallig voorbij fietste. Zij begreep binnen no time dat ik wilde zitten. Nadat ze enkele basis controles gedaan had hielp ze me in zittende positie. Toen dat goed bleek te gaan gebaarde ik dat ik in mijn stoel wilde om te kunnen praten. En weer begreep ze me. Ik werd overeind geholpen en eindelijk kon ik in mijn heerlijk zachte stoel plaatsnemen. Ik heb mijn spraakcomputer gepakt en toen kon ik eindelijk al die vragen beantwoorden. Een van de buurtbewoners ging thuis een EHBO-set halen om mijn knie te verzorgen. Dat gaf mij even de gelegenheid om te kijken hoe het met Diva was. Die liep iets verderop rustig te snuffelen aan de bomen, dus daar had ik godzijdank geen zorgen meer over. Wat is ze toch een geweldige hond. Inmiddels was de mevrouw met de verbandmiddelen terug en de wond op mijn knie werd ontsmet en voorzien van een gaasje. Ik heb nog even gekeken of ik mijn knie kon buigen en daarna of mijn trouwe scoot beschadigd was. Op een paar krassen na leek hij in orde. Ik heb iedereen bedankt voor de hulp, Diva geroepen en ik ben naar huis gereden. Daar aangekomen dacht ik dat het allemaal nog wel meeviel. Mijn knie was flink geschaafd, mijn heup, mijn rug en mijn nek deden licht pijn. Maar toen ik 's avonds in bed lag begon mijn hele lijf behoorlijk pijn te doen. Ik heb die nacht nauwelijks een oog dichtgedaan. De wond op mijn knie bleek de volgende dag ontstoken te zijn, dus lopen ging nauwelijks. Ook mijn beurse heup en rug hielpen niet echt bij het bewegen. Ik heb deze week veel geslapen om te herstellen en langzaam begint mijn lijf iets minder naar aan te voelen. De wond is inmiddels schoon , maar nog steeds pijnlijk. Lopen gaat nog steeds niet goed door mijn heup.

Ik heb geluk gehad, het had veel erger kunnen aflopen. Maar ondanks de relatief weinige schade blijkt zo'n aanrijding nog best lang en veel impact te hebben. Maar goed, het zal wel overgaan voor ik een meisje word. En mocht dat laatste toch voortijdig plaatsvinden dan laat ik het jullie weten.

zaterdag 19 augustus 2023

TESTRIT

Altijd als ik een niet al te verre rit heb gemaakt bedenk ik dat het wellicht een leuke nieuwe route voor mijn kluppie zou zijn. Voor degenen die niet weten wat mijn kluppie dan wel is: ik heb jaren terug al een Amersfoortse scootmobielclub opgericht. Ik zag in mijn directe omgeving namelijk flink wat ouderen met een scootmobiel die nooit verder kwamen dan de supermarkt om de hoek bij wijze van spreken. Omdat ik inmiddels door mijn ritjes de omgeving goed kende, besloot ik die mensen mee te nemen. Om ze de omgeving eens te laten zien, om ze uit hun kleine wereld te halen en vooral om ze dat gevoel van vrijheid te laten ervaren dat ik zelf had. Het bleek zo'n succes dat ik naarstig routes moest uitzetten, want je kunt niet steeds naar dezelfde bestemming rijden nietwaar? Nou is een route bedenken niet zo simpel als het klinkt. Omdat de meeste scootmobiels niet harder gaan dan 15 kilometer per uur en we in gebieden met mooie natuur slechts rond de 10 kilometer per uur aanhouden mag de hele rit in totaal niet langer dan 25 kilometer zijn, in verband met de tijd. De wegen en paden moeten goed begaanbaar zijn, want niet iedereen is zo avontuurlijk aangelegd als ik. De route moet zo veel mogelijk door natuur gaan. En er moet halverwege een gelegenheid zijn om wat te drinken. Dat is bepaald niet onbelangrijk voor de meeste leden, want ze willen even naar het toilet en bovenal willen ze even kletsen met elkaar. Oh ja, zo'n terras moet dan wel toegankelijk zijn voor pakweg 6 scootrmobiels, hetgeen lang niet altijd het geval is. Al met al behoorlijk wat beperkingen waar ik me voor gesteld zie. Heb ik dan een rit bedacht, dan ga ik hem een keer rijden. In de praktijk blijken er meestal nog wat hindernissen op te treden. Wegen of paden vallen soms tegen, er blijken drukke oversteekpunten te zijn of ik zie onderweg een aardige omweg vanwege een leuk stukje natuur bij voorbeeld. Dus dan pas ik de route in gedachten aan. Thuis kijk ik dan op Google Maps hoe alle straten heten. Vervolgens  beschrijf ik de nieuwe route straat voor straat en met de totale afstand in Word. Zo heb ik inmiddels een twintigtal aardige ritten in mijn PC opgeslagen en kan ik mijn leden voldoende afwisseling bieden.

Welnu, vanmiddag was ik eens naar het voormalige vliegveld Soesterberg gereden. Daar aangekomen bedacht ik me dat dit weleens een leuke aanvulling op de routes kon zijn. De afstand valt binnen de 25 kilometer en de rit erheen gaat voornamelijk door bosgebied, dus dat was al een goed begin. Nu meende ik me te herinneren dat er een restaurant met terras is in het Nationaal Militair Museum, dus de koffie met kletskoek mocht ook al geen probleem zijn. Het enige dat ik nog even moest uitvinden was een weg naar dat terras zonder per se het museum te bezoeken, want om nu 17 euro entree per persoon te gaan betalen om alleen even koffie te drinken is me echt te gek. En de leden ook veronderstel ik. Na diverse paden tevergeefs geprobeerd te hebben vond ik een niet erg elegante toegang. Ik moest ervoor langs een slagboom piepen. Dat is vast niet de bedoeling en ik zal het zeker niet blijven doen, maar ik hoopte eenmaal bij het terras gekomen een route terug te vinden. Er bleken zoals gewoonlijk nog enkele hobbels te zijn. Te eerste kun je vanaf het terras buiten moeilijk het restaurant in en er is geen bediening. Ten tweede was er maar een weg eruit en dat was via dezelfde slagboom als op de heenweg. Met één duidelijk verschil: als je vanaf het terrein naar buiten rijdt gaat de slagboom automatisch open voor je. Ik kon echt nergens een ander pad vinden. Dus nu moet ik eens bedenken hoe ik dit kan oplossen. Wellicht is er vlakbij een restaurant waar we kunnen pauzeren. Jammer, want het is net zo leuk om even te kijken bij de vliegtuigen die achter het museum zijn opgesteld. Maar ik vind wel een oplossing hoor, die bedenk ik altijd. Dat is dan weer een testrit voor mijn geest.












zaterdag 12 augustus 2023

DAT KON KORTER

 

Elk jaar als de hei in bloei staat wil ik per se even naar de Zuiderhei, tussen Laren en Hilversum. Dat komt omdat ik er als jochie al kwam als ik logeerde bij mijn neef en bloedbroeder Jan. We hebben er samen veel avonturen beleefd als piraten, indianen en cowboys. En ik kwam er vroeger in de zomermaanden ook heel regelmatig. Omdat het bij ons thuis in de jaren '50 en begin jaren '60, net zoals in veel grote gezinnen, geen vetpot was probeerden mijn ouders ons op een goedkope manier toch te vermaken. We reden dan op zondagmiddagen in een geleende auto naar de hei. 

Onze bestemming was een del die tegenover theehuis 't Bluk lag. Ik bedoel niet dat er daar een slettterig type lag hoor, dat zou wel heel goedkoop geweest zijn van mijn ouders. Nee, ik heb het over een kom in de hei, een kuil. Daar streken we neer. Mijn vader zette een tentje op voor wat schaduw en mijn beide ouders gingen er pontificaal voor zitten. Wij, de kinderen, schoten alle kanten op om ons te vermaken op de hei. Geweldig vonden we het. En er was nog iets dat de bezoekjes aan de hei erg leuk maakte. Het theehuis was eigendom van een oom en tante van me. Aan de zijkant van het gebouw bevond zich een luik waar bezoekers van de hei ijs en snoepgoed konden kopen. Vaak waren het nichtjes van ons die erachter stonden. Wij probeerden dan of ze ons misschien gratis een dropveter of een staaf zwartwit wilden geven. Soms waren ze zo lief om dat te doen, maar uiteraard konden ze er geen gewoonte van maken. Maar ja, dan had je gewoon pech. Helemaal niet erg vond ik, want ik ging ook graag naar binnen in het etablissement. Daar hingen en stonden tienallen opgezette dieren ter verhoging van de sfeer. Fascinerend vond ik dat als kind. Vooral van de buizerd met zijn priemende ogen, zijn imposante haaksnavel en zijn gevaarlijk uitziende klauwen kon ik geen genoeg krijgen. Kortom: ik heb goede jeugdherinneringen aan de Zuiderhei. 

Goed, de heide staat in bloei nu dus was het tijd voor een bezoekje. Ik had afgesproken met vriendin Betty om er te gaan kijken. Zij heeft weer haar eigen reden om erheen te gaan. Ze heeft jarenlang op de grens van die hei gewoond en zij heeft er haar eigen herinneringen aan. Ik ben met mijn trouwe scootmobiel door mijn geliefde Eempolder naar Baarn getuft om haar op te halen. Ze stond me al op te wachten en ze klom snel in het mandje van mijn scoot. Daar gingen we.

Nee joh, zie je het al voor je? Een ouwe zot op een scootmobiel met een even gestoorde zottin in het mandje voorop, haar benen bungelend over de rand? Echt niet, Betty ging heel stoer met de fiets. En geen elektrieke hè? Neen, een fiets waar je zelf al het trapwerk moet verrichten. Petje af. Maar ik dwaal alweer af, wijt het maar aan de leeftijd. Ik ben dus naar de Zuiderhei geweest vanmiddag en het was er prachtig. Het paars van de heidestruiken stak zo mooi af tegen het weelderige groen dat kennelijk goed gedijt had in de vele regens van deze zomer. Het leek wel of we van het ene schilderij het andere schilderij inreden. Ik heb geprobeerd het gevoel vast te leggen in foto's, zodat mijn lezers mee kunnen genieten. Enne... sorry dat ik zo afdwaalde tot tweemaal toe. Het verhaal had behoorlijk korter gekund. Maar of dat leuker was geweest weet ik niet. En ik heb niet eens verteld over die keer dat... 








zaterdag 15 juli 2023

DE DORPSGEK

Gisteravond waren mijn goede vrienden Willem en Betty op bezoek. Behalve dat we the Bluesbrothers uit sentimentele overwegingen nog eens gekeken hebben werd er natuurlijk ook gekletst. Tijdens een van de gesprekken over vroeger, want dat is wat oudere jongeren als wij graag doen, kwamen we via de namen van enkele voormalige cafés in Soest op gekke Evert, een van de dorpsgekken van Soest. Ja lezers, ik schrijf zomaar dat iemand de dorpsgek was en ik noem hem ook nog gekke Evert. Want dat was heel normaal in mijn jeugd. Iemand met verstandelijke beperkingen was gewoon gek. En ja, die benaming werd net als nu door sommigen spottend bedoeld. Dat is van alle tijden. Maar in de jaren '50 en '60 werd "gekke Evert" door de meeste mensen niet als spotnaam bedoeld. Soest was een dorp en de man werd zo genoemd om aan te duiden over welke Evert je het had. Bijnamen waren normaal. Zo was er een collega politieagent van mijn vader die de lange Mijer werd genoemd om hem te onderscheiden van een collega met dezelfde achternaam. Niemand kwam op het idee ze bij hun voornamen te noemen, je zei de lange of de korte.
Maar goed, de dorpsgekken, daar ging het over. De eerste keer dat ik me herinner dat ik iemand met het syndroom van Down meemaakte was toen ik met mijn broer Rein samen bij de kapper zat te wachten tot we aan de beurt waren. De kapper, die kapper René werd genoemd, was bezig om Tonnie te scheren. Tonnie, een jongeman met het syndroom van Down, zat in de grote lederen scheerstoel om geschoren te worden. Ik heb het hier over ouderwets scheren met zeep, een scheerkwast en een heus vlijmscherp scheermes. De kapper had het gezicht van Tonnie goed ingezeept en hij draaide zich om terwijl hij luid zei dat hij het mes zocht. Tot mijn verbazing zag ik dat Tonnie zijn enorm lange tong uitstak en de scheerzeep van zijn gezicht likte. De kapper draaide zich weer om en was duidelijk verbaasd dat de zeep verdwenen was. Tonnie had er hoorbaar schik in dat hij de kapper gefopt had. Hij werd opnieuw ingezeept en nu ging de kapper op zoek naar de handdoek. Snel likte Tonnie zij wangen weer schoon. De kapper reageerde deze keer verontwaardigd en vroeg op barse toon "Heb jij de zeep van je gezicht gelikt? Zit jij me hier een beetje in de maling te nemen?"  Tonnie gleed bijna uit de scheerstoel van het lachen en hij giechelde "Hi hi kapper René jij bent dom." Wij zagen dit alles met stomme verbazing aan, dit was nieuw voor ons. Later heb ik precies hetzelfde tafereel nog diverse malen meegemaakt. En ik begreep dat de kapper een spelletje speelde met Tonnie. Ik denk dat als kapper René nu had geleefd hij het niet zou durven. Maar destijds kon het en ik weet niet wie er meer lol aan beleefde, Tonnie of de kapper. Tonnie werd niet gepest, maar geplaagd door de kapper. En dat Tonnie zo'n schik had was nu precies de bedoeling. Ze deden niet zo moeilijk over mensen als Tonnie. Ze waren gek en dat was gewoon een gegeven. Ze hoorden erbij.
Ik had het in het begin over gekke Evert en over hem wil ik ook wat schrijven. Evert was een man van middelbare leeftijd die 's zaterdags door heel Soest liep. Hij had een legerpukkel om zijn nek hangen en die tas hing dan op zijn buik. Hij liep allerlei winkels af voor een praatje en om te kijken of er iets te snaaien viel. Zo vroeg hij bij slagerijen om een plakje worst en dat kreeg hij dan ook. In winkels waar ze geen etenswaren verkochten maakte hij een praatje met het personeel. Als men het niet druk had namen ze even de tijd om met hem te babbelen. Want hij hoorde erbij, gek of niet. Tegenover de straat waar wij woonden stond een oud café dat al jaren gesloten was. Het werd in het verleden geëxploiteerd door ene mevrouw Dien van der Wilt die doorgaans werd aangeduid als wilde Dien, als een grap op haar achternaam en wellicht haar karakter. Maar waar het om gaat  is dat je net zo goed wilde Dien kon worden genoemd als gekke Evert. Nogmaals: het ging erom dat het duidelijk was wie er bedoeld werd.
Enfin, gekke Evert dus. Evert kwam op weg naar de winkels langs ons huis. Tegenover ons lag een oud en vervallen buiten. Het gras stond er kniehoog. Evert stopte er altijd om handenvol gras te plukken, dat hij in zijn pukkeltje propte. Als hij je zag verklaarde hij zijn gedrag met de woorden "Voor de knienen vàn Diny." Hetgeen betekende dat het gras voor de konijnen van wilde Dien bestemd was. Want al was het café al jaren dicht, als Evert achterom het gras kwam brengen kreeg hij een flesje bier. Wie was er ook alweer gek?
Op een goede zaterdag stond Evert weer gebukt in de berm om gras te plukken. Nu moet je weten dat hij een ouderwetse wijde krijtstreepbroek met bretels droeg. Hij kwam overeind en stak zo ongeveer zijn hele arm in die wijde broek om ter hoogte van zijn kruis zichtbaar met zijn hand wat te frutselen. Toevallig stond mijn moeder in de voortuin om onkruid te wieden. Ineens realiseerde Evert zich dat zijn ietwat vreemde handeling gezien was. Hij grijnsde naar mijn moeder en zei besmuikt lachend "Ie zàt un bietje scheef vàn ut bukkè." Mijn moeder vertelde 's avonds het verhaal lachend aan tafel. Lachend, niet spottend. Ze vond het een kostelijk verhaal en ze had het ongetwijfeld ook verteld als het een man zonder beperking was geweest. Bestaan die trouwens wel?
Ik herinner me nog meer verhalen, bij voorbeeld over Max die bestellingen rondreed op een transportfiets waarbij hij perfect en luidkeels diergeluiden nabootste. En hoe de eerder genoemde Tonnie als officieuze conducteur meereed op de lijnbussen van de plaatselijk busonderneming, de firma Tensen. Maar daar schrijf ik een volgende keer weleens over. Ik zal jullie nu niet vervelen met een te lang verhaal. Ik ben immers gekke Gerritje niet.

zondag 25 juni 2023

MIJN MISSIE

 Toen ik op de lagere school zat kwam er een keer per jaar een missionaris vertellen over Afrika en de negertjes. Ja echt, zo werden de Afrikanen destijds genoemd. Die missionaris was van oorsprong een jongen uit onze parochie, gewoon een jongen uit de buurt dus ook. Hij was voor priester gaan studeren en na zijn studie was hij als pater naar Afrika gegaan om daar de bevolking te bekeren tot het christendom. Men was er in die tijd van overtuigd dat dit de Afrikanen naar een hoger plan zou brengen. Enfin, die pater kwam dus een keer per jaar naar Nederland en gesteund door de pastoor kwam hij bij onze katholieke school vertellen over de negertjes. Ook liet hij dia's zien over zijn leven daar. Maar zijn belangrijkste doel was om geld in te zamelen. Aan ons, de kinderen, werd gevraagd om thuis oude kranten te sparen en ook de aluminium doppen die destijds op melk-, karnemelk- en yoghurtflessen zaten. Dat oud papier en het aluminium werd verzameld bij de school, want het bracht toen nog aardig geld op. Wij vonden het in onze onschuld prachtig om mee te helpen, alles voor de arme zwarte en bovenal heidense negertjes. We waren missionarissen in de dop, de melkdop.

Hoe kom ik nu op deze jeugdherinneringen? Nou, da zal ik je vertellen. Van de week stopte ik op een van mijn reguliere stopplekjes langs de Eem. Op het bielzen bankje zat een echtpaar met de ruggen naar me toe, denkelijk ook te genieten van het uitzicht. De man draaide zich om en er ontstond een merkwaardig gesprek. "Goedendag meneer, mijn naam is Johannes en ik ben voorganger van onze christelijke geloofsgemeenschap. Ik zie dat u gehandicapt bent en ik wil u vragen om samen met mij tot God te bidden voor uw genezing."  Ik wist even niet wat te zeggen, de man overviel me echt met zijn ongebruikelijke aanbod. Maar mijn lijf reageerde vlugger dan mijn geest. Ik voelde de weerstand en mijn nekharen stonden overeind. Dat kwam door de zalvende toon waarop hij sprak en door het feit dat hij christelijk uitsprak als gristelijk. Neem daarbij zijn door de warmte rood aangelopen pafferig gezicht en het zweet dat in straaltjes langs zijn wangen zijn nek inliep en mijn afkeer was compleet. Ik heb desondanks beleefd bedankt voor het aanbod. En ik ben snel weer verder gereden. Nu zou ik nooit over dit voorval hebben geschreven als me enkele dagen later niet nog iets dergelijks overkomen was. Ik reed stapvoets bij het uitlaatveldje achter mijn huis, Diva rustig lopend naast me. Op een van de bankjes in het parkje zat een meneer. Zo te zien uit uit het oostelijk deel van Afrika. Misschien wel een kleinkind van een van de arme negertjes van vroeger bedenk ik al schrijvend. "Kunt u niet lopen meneer?" vroeg hij. Ik schudde van niet. "Is het een test van God meneer?" De ironie van het leven vond hier plaats. Het kleinkind van het negertje kwam mij nu bekeren. Geweldig! Ik vind dit echt humor. Maar goed, ik heb maar weer nee geschud en ik ben rustig verder gereden. Achter me hoorde ik de man op klagende toon "Allah, Allah, Allah" zeggen en vervolgens slaakte hij nog enkele weeklachten in een taal die ik niet herkende.

Zoals bekend is driemaal scheepsrecht, een oude uitdrukking die nog altijd opgeld doet. Zo ook in het geval van de missionarissen op mijn pad deze week. Ik stopte na een lange rit door de polder bij een stoplicht in de stad. Tegen de paal van het stoplicht stond een man op een fiets geleund, in afwachting van groen licht. Hij zag me stoppen naast hem en hij knikte vriendelijk. En wat gebeurde er? Ja heus: hij sprak me aan. "Hoi, nu we toch even moeten wachten hier, wil je mij je hand geven? Dan bidden we samen tot God of hij je wil genezen." Ik keek hem blijkbaar ongerust aan, want hij zei "Je kunt me vertrouwen hoor, ik ben een christen." Nou, dat was een hele geruststelling zeg. Zeker na mijn eerdere twee ervaringen deze week. Ik heb vriendelijk glimlachend voor de derde keer nee geschud. Gelukkig sprong het licht op groen en kon ik wegsjezen. Maar de voorvallen bleven af en toe toch rondspoken in mijn gedachten. En ik merkte voor de zoveelste keer dat ik in mijn vroege jeugd katholieke denkbeelden heb meegekregen die nooit meer verdwijnen. En dat is niet erg hoor, ik lijd er niet onder. Maar ik dacht ondanks mezelf toch een paar keer "Wat als dit een teken aan de wand is? Mene mene tekel ufarsin? En ik ontkende het tot driemaal toe? Net als Petrus en de haan die driemaal kraaide." Ik weet het antwoord niet, ik heb gelukkig de wijsheid niet in pacht. Ik rij gewoon rond in de omgeving en ik vertel mijn lezers wat ik zoal meemaak. Ter lering ende vermaak. Dat is mijn missie.